Overlast door verhuurder. Verhuurder heeft geen rustig woongenot verschaft aan huurder/intimidatie door verhuurder Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst door huurder Huurvermindering wegens gederfd huurgenot Smartengeld.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:207 BW
Genoemd in 896 uitspraken · Officiële wettekst
896 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Huur bedrijfsruimte. Gebrek aan vloer. Gevolgschade. Beroep op exoneratiebedingen in algemene bepalingen ROZ toelaatbaar. Bekrachtiging. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:3569.
Huur bedrijfsruimte (restaurant) en woning. Huurkorting vanwege coronacrisis. Gebreken aan het gehuurde. Geen huurprijsvermindering.
huurprijsvermindering wegens onvoldoende adequaat verwarmingssysteem, is de uitspraak van de huurcommissie tegen de verhuurder gedaan of tegen een derde?
Huurzaak. Huurder maakt aanspraak op terugbetaling te veel betaalde huur en huurprijsvermindering wegens gebreken. Vervaltermijnen art. 7:249 en art. 7:257 BW. Betalingsverplichting gemeentelijke heffingen en servicekosten. Opleveringsdiscussie.
(onder)huur bedrijfsruimte, gebreken die aan gebruik in de weg staan en aanwezig waren bij aanvang onderhuur, niet bij aanvang huur, vermindering van de huurprijs, causaal verband gederfde winst en gebreken, eigen schuld huurder, gevolgen coronacrisis,
Tussenvonnis. Kantonrechter beveelt een mondelinge behandeling met een aangeklede zittingsagenda en opvragen van nadere informatie. Tevens geeft de kantonrechter aan partijen gemotiveerd in overweging om voor de zitting eerst nog in mediation te gaan. Het dossier ging naar het me
Uitleg overeenkomst. Huurprijsvermindering. De huurovereenkomst betreft bedrijfsruimte (een loods). Daarin mocht tijdelijk een stacaravan geplaatst worden om de woningnoodsituatie van de huurder op te lossen. Dat gegeven maakt niet dat in feite sprake was van huur van woonruimte.
Huur woonruimte; toetsing aanvangshuurprijs; WOZ-waarde; Energie-Index; krijtstreepmethode; gebreken; geliberaliseerde huur. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2021:3502, ECLI:NL:RBMNE:2021:3503, ECLI:NL:RBMNE:2021:3505, ECLI:NL:RBMNE:2021:3506)
Woongenot aangetast door onvoldoende optreden verhuurder tegen geluidsoverlast andere huurder van zelfde verhuurder. Vordering huurprijsvermindering. Vervaltermijn. Vordering vergoeding immaterieel nadeel en tegemoetkoming opgelopen studievertraging. Artikelen 7:207 BW, 7:208 BW
Huur winkelruimte, gebreken, huurprijsvermindering, corona
Huur bedrijfsruimte, kort geding, huurprijsvermindering in verband met corona crisis. Gevorderde ontruiming wordt afgewezen.
Kort geding huur. Vordering in conventie tot staking en verwijdering escaperoom en glowgolf afgewezen. Stilzwijgende toestemming verhuurder? Geen ruimte voor nader onderzoek in kort geding, spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd en afweging belangen van partijen. Vordering in
KG: huur bedrijfsruimte (hotel): coronacrisis: beroep op onvoorziene omstandigheden slaagt niet: niet aannemelijk dat de exploitatie van het hotel volledig is stilgevallen door de coronacrisis: ook renovatie lijkt daar debet aan. Vorderingen afgewezen.
Bedrijfshuur horecapand tijdens corona. Levert de overheidsmaatregel tot sluiting voor het publiek een gebrek jegens de huurder op als bedoeld in art. 7:204 lid 2 BW? Huurder InBev verlaagt op grond van art. 7:207 BW na een convenant met de gemeente Breda en de horeca aldaar eige
Huurgeschil tussen een stichting (als huurder) en de gemeente Rotterdam (verhuurder) naar aanleiding van (onder meer) het aantal vierkante meters van het gehuurde.
Geschil tussen partijen over achterstallige betaling (huur) en achterstallig onderhoud aan pand. De kantonrechter veroordeelt gedaagde om aan de eiseres tegen bewijs van kwijting te betalen € 1.312,70 met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 januari 2019 tot de voldoening
Huurovereenkomst ontbonden.
Vordering tot vermindering van huurprijs wegens gebreken aan het gehuurde op de voet van artikel 7:207 BW. Vervaltermijn van artikel 7:257 BW. Vordering tot vergoeding van door gebreken aan gehuurde veroorzaakte immateriële schade op de voet van artikel 6:106 BW.
huurovereenkomst; vermindering huurprijs vanwege lekkage
: huurovereenkomst kerkelijk centrum. Geen dwaling of bedrog. Ondanks de wel aanwezige tekortkomingen van de huurder toch geen ontbinding van de overeenkomst. Geen grond voor de gevorderde huurprijswijzigingen. Wel veroordelingen om mee te werken aan de aanvraag voor een ruimere
Executiegeschil inzake ontruimingsvonnis dat kracht van gewijsde heeft en waartegen geen buitengewoon rechtsmiddel (m.n. herroeping) is ingesteld. Andere, strengere maatstaf van toepassing (onevenredigheidsmaatstaf ex art. 3:13 lid 2 BW) dan de maatstaf die in HR 22 april 1983, N
Markthal Rotterdam. Afwijking van brancheringspatroon. Geen tekortkoming. Ook geen sprake van dwaling mbt branchering. Wel dwaling ten aanzien van servicekosten. Keuze voor vernietiging volledige overeenkomst onaanvaardbaar.
Huur woonruimte. Twee maanden na aanvang huurovereenkomst wordt huurprijs vanwege gebreken volledig opgeschort. Huurprijsvermindering op grond van 7:207 jo 7:257 BW tot 1 oktober 2014 en vanaf 1 oktober 2014 op basis van oordeel Huurcommissie. Huurovereenkomst terecht door kanton
Huurovereenkomst. Schade ontstaan door lekkage is geen gebrek als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW, maar een feitelijke stoornis door derden als bedoeld in lid 3 van genoemd artikel. Schade gaat niet verder dan afgebladderde verf die eenvoudig door schilderwerk kan worden herste