Bijzondere overeenkomst; huurrecht; bedrijfsruimte ontbinding/ontruiming
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:207 BW
Genoemd in 896 uitspraken · Officiële wettekst
896 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Overeenkomst gebruik mestverwerkingsinstallatie te kwalificeren als huurovereenkomst. Gebrek voldoende onderbouwd. Ontbinding en huurprijsvermindering. Schade stuit af op exoneratie.
Huur. Geen sprake van gebreken die de verhuurder verplicht is te verhelpen. Vordering tot herstel van de gebreken en huurprijsvermindering afgewezen.
Huur bedrijfsruimte. Huurprijsvermindering vanwege verminderd huurgenot wordt afgewezen. Herstel van gebreken wordt ook afgewezen.
Toewijzing huurachterstand, geen recht op opschorting of verrekening met door gebrek geleden schade. Afwijzing ontbinding en ontruiming. Geen recht op verhuiskostenvergoeding bij renovatie.
Huur bedrijfsruimte. Vordering in conventie van huurder tot het verhelpen van gebreken door verhuurder in het gehuurde afgewezen. Vordering in reconventie tot ontruiming van het gehuurde toegewezen. Huurachterstand rechtvaardigt naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter ont
Woningruil. Bepaling overbewoning. Vocht- en schimmelproblematiek. Geen sprake van gebreken.
Gebrek aan gehuurde vanwege onvoldoende ventilatiemogelijkheid en brandonveiligheid (art. 7:204 lid 2 BW). Huurprijsvermindering (art. 7:207 lid 1 BW).
Huurprijsvermindering voor 3 weken toegewezen ivm lekkages - overige gebreken staan niet vast
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; vordering inzake woonruimte
Huur bedrijfsruimte. Toewijzing huurachterstand en ontbinding en ontruiming. 10% huurprijsvermindering in verband met lekkage die optrad bij bepaalde weersomstandigheden.
Huurders vorderen herstel van gebreken en huurprijsverlaging vanwege vocht- en schimmelproblematiek. Niet gebleken dat nog sprake is van gebreken. Door de kantonrechter toegewezen huurprijsvermindering blijft voor een deel in stand.
kort geding, herstel gebreken, terugvordering roerende zaken als servicekosten en afgeschreven meubilair, verrekening, huurprijsvermindering.
Huurrecht. verlaging huurprijs ivm gebreken. Deels te laat vordering ingesteld (6 maanden) deels niet onderbouwd. 10% korting over korte periode. Geen schadevergoeding voor watervoerlast/schimmel want schade niet aangetoond.
Bijzondere overeenkomst / huurrecht / woonruimte ontbinding/ontruiming.
Huurrecht; verwijdering en het verwijderd houden van aanbouwen, volières en/of overkappingen met dwangsom toegewezen, verbod om vogels te mogen houden afgewezen, overlast door honden onvoldoende onderbouwd, huurprijsvermindering afgewezen want niet gebleken van onaanvaardbare aan
Gebreken en huurprijsvermindering. Huurachterstand na verrekening vormt geen grond voor ontbinding en ontruiming.
Kort geding. Toewijzing vordering tot ontruiming en betaling huurachterstand in conventie. Toewijzing vorderingen huurder te voorzien in ononderbroken levering van water en verbod op afsluiten daarvan in reconventie.
Schadevergoeding wegens derving woongenot en verhuiskostenvergoeding toegewezen, immateriële schadevergoeding afgewezen.
Van verhuurder kan niet worden verlangd om het parkeerdek van winkelcentrum Amsterdamse Poort voor 8 ton te vernieuwen, terwijl een renovatie van het winkelcentrum op handen is, om zo lekkages in een winkel op te lossen. In de gegeven situatie staan redelijkheid en billijkheid we
De huurder heeft de gestelde gebreken aan het gehuurde onvoldoende onderbouwd. De vordering tot herstel en huurprijsvermindering wordt daarom afgewezen. Dat geldt ook voor de gevorderde materiele en immateriele schadevergoeding.
Huur bedrijfsruimte. Ondermaat. Geen beroep op beperkende werking redelijkheid en billijkheid. Geen onrechtmatige daad.
De verhuurder van een bloemenwinkel in Amsterdam moet de lekkage in de uitbouw binnen twee maanden verhelpen, op straffe van een dwangsom
Huurachterstand. Huurprijsvermindering op grond van artikel 7:207 BW vanwege probleem met riolering in de huurwoning. Geen schadevergoeding op grond van artikel 7:208 BW. Geen ontbinding en ontruiming.
Eiser (woningstichting) vordert twee maanden huur van gedaagde. Gedaagde wil niet betalen omdat de woningstichting de opleverpunten niet tijdig heeft verholpen. De kantonrechter oordeelt dat het huurgenot van gedaagde tijdelijk verminderd was. Gedaagde moet één maand huur betalen