Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Overeenkomstenrecht. COVID-19. Coronapandemie. Huur bedrijfsruimte (art. 7:290 BW). Omzetdaling wegens overheidsmaatregelen. Niet of slechts in geringe mate kunnen exploiteren van gehuurde. Onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW). Huurprijsve
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:204 BW
Genoemd in 1.238 uitspraken · Officiële wettekst
1.238 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële procedure op voet art. 392 Rv. Coronacrisis en huur van 290-bedrijfsruimte. Levert verplichte sluiting gehuurde horecapand een gebrek op (art. 7:204 lid 2 BW)? Is coronacrisis een onvoorziene omstandigheid (art. 6:258 BW)? Uitgangspunten bij bepaling van de huurprij
Huur strand ten behoeve van exploitatie strandtent; vordering tot schadevergoeding en huurprijsvermindering wegens belemmering toegankelijkheid gehuurde door werkzaamheden. Het op grond van de huurovereenkomst door verhuurder te verschaffen genot van het gehuurde in de zin van ar
Kort geding; huur bedrijfsruimte; coronacrisis; onvoorziene omstandigheden; gebrek in de zin van art. 7:204 BW; gronden voor huur-korting en opschorting.
Huur bedrijfsruimte. Geschil over vraag of tegenvallende bezoekersaantallen (nieuw) winkelcentrum gelden als een gebrek in zin van art. 7:204 lid 2 BW, aan huurder toe te rekenen omstandigheid.
Huurrecht. Vraag in hoeverre asbest in het plafond van een pand een gebrek oplevert in de zin van art. 7:204 lid 2 BW en of sprake is van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar voor personen of zaken op
Artikelen 7:204 lid 2 BW, 7:207 BW en 6:258 BW. De kantonrechter stelt de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: 1. Dient de als gevolg van de coronacrisis van overheidswege opgelegde sluiting van de horeca beschouwd te worden als een gebrek in de zin van artikel 7:204 li
Huur woonruimte. Klacht over onvoldoende werking van de vloerverwarming in de woonkamer. Vordering tot huurprijsvermindering afgewezen.
Huur woning. Overlast door tocht. Geen gebrek, geen huurprijsvermindering.
Beroep huurder op huurprijsvermindering wegens overlast veroorzaakt door zoon andere huurder.
De verhuurder van een woning in Amsterdam moet het enkel glas in de woning binnen 4 maanden na dit vonnis vervangen door dubbel glas.
KG, corona, huur cafe, huurder wilde geen (financiële) openheid van zaken geven, opschorting huur op basis van 50/50, verminderd met maximale tvl gedurende periode van volledige sluiting. Geen opschorting voor andere periodes.
Verbintenissenrecht. Medische behandelingsovereenkomst. Complicaties ontstaan door gebruik van 'Miragelplombe' bij oogoperatie. Vraag of sprake is van tekortkoming indien een zaak is gebruikt die ten tijde van de behandeling 'state of the art' is maar op grond van later opgekomen
Huur woonruimte. Geen ondeelbare rechtsverhouding. Niet rechtens noodzakelijk dat beslissing over hoogte huurachterstand ten aanzien van alle betrokkenen in het geding in dezelfde zin luidt. Op huurprijsvermindering kan niet bij verweer maar slechts bij (reconventionele) vorderin
Huurprijsvermindering i.v.m. corona
Huurrecht. Schade huurauto (supercar). Bewijslastverdeling. Bewijsvermoeden van art. 7:218 lid 2 BW.
Ontruiming woning op grond van kortgedingvonnis dat nadien in hoger beroep wordt vernietigd. Ontbinding huurovereenkomst op de voet van artikel 7:210 lid 1 BW omdat de verhuurder de woning al aan een derde heeft verhuurd en de verhuurder dus aan de ontruimde huurder geen huurgeno
Kind gaat door voorruit deur woning. Vordering op grond van art 6:174 en 6:162 BW. Geen sprake van een gebrekkige opstal, nu er geen wettelijke verplichting bestaat om NEN 3569 na te leven en overigens geen F&D gesteld die moeten leiden tot het oordeel dat er sprake is van een ge
Huur. Gebrek. Servicekosten. Boete. Klachtplicht. De opvolgend eigenaar is niet verplicht een afrekening servicekosten op te stellen over de periode voordat deze eigenaar werd (7:226 BW) omdat de verplichting tot het opstellen van de afrekening al opeisbaar was vóór het moment va
De uitbater van een ijscozaak aan de Nieuwendijk hoeft minder huur te betalen omdat de inkomsten uit zijn winkel door de coronacrisis grotendeels zijn weggevallen.
Huurrecht. Huurder komt (nog) geen opschortingsrecht toe. Opschorting volledige huur gaat ook te ver. Verhuurder moet op korte termijn met onderhoudsplan komen. Coronamaatregelen waardoor het horecabedrijf gedwongen de deuren moet sluiten is geen gebrek als bedoeld in artikel 7:2
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:446 BW). Gebrekkige PIP-borstimplantaten, waarmee gefraudeerd is door de producent. Tekortkoming van ziekenhuis? Toerekenbaarheid? (Art. 6:74 BW, art. 6:75 BW, art. 6:77 BW).
franchiseovereenkomst en huurovereenkomst winkelruimte. Ontbinding wegens niet adequaat afronden van asbestsanering? Aanwezigheid van asbest ondanks eerdere sanering vormt gebrek art. 7:204 lid 2 BW. Verhuurder schadeplichtig.
Indicatoren: huurrecht, energie-index, energielabel, registratie, benoeming deskundige De registratie van de energie-index is niet bepalend voor de waardering van de huurprijs van een huurwoning, uitsluitend de vaststelling. Gelet op het gemotiveerde verweer van de huurder en de
Art. 81 lid 1 RO. Huur bedrijfsruimte. Ontbinding, schadevergoeding. Gebrek in de zin van art. 7:204 lid 2 BW? Beroep verhuurder op exoneratieclausule.