Onrechtmatige daad (maatschappelijke betamelijkheid; schending waarschuwingsplicht) en wanprestatie (tekortkoming in de nakoming huurovereenkomst). Deels direct begrote schade, deels verwijzing naar schadestaat Verwerping van 6:101 BW-verweer.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:201 BW
Genoemd in 450 uitspraken · Officiële wettekst
450 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Tussenkomst. Vordering tot verklaring voor recht dat sprake is van een huurovereenkomst , tijdens procedure tot verdeling woning. Kantonrechter geeft de gevraagde verklaring. Gebruik van een kamer en gemeenschappelijke ruimtes voor een tegenprestatie.
Kort geding. Huur, bewaarneming of bruikleen?
Ontruiming in kort geding. Hoofdhuurder heeft nooit in het gehuurde gewoond, zodat geen belang is bij de vordering tot ontruiming. Overige gedaagden stellen een huurovereenkomst met de hoofdhuurder te hebben. Onvoldoende onderbouwd dat zij er zonder recht en titel zitten. Vorderi
Eiser en gedaagde hadden een affectieve relatie met elkaar. Eiser is eigenaar van het perceel adres 1 en adres 2. Eiser en gedaagde hebben samengewoond in de woning aan de adres 2. Gedaagde gebruikt het pand aan adres 1 voor zijn autohandel. Daarnaast is eiser eigenaar van een wo
Verhuurder wil dat huurder de woning verlaat, omdat de huurovereenkomst door de kantonrechter acht jaar geleden is ontbonden. Als er toch een huurovereenkomst zou bestaan, moet deze worden ontbonden omdat huurder een forse huurachterstand had. De kantonrechter oordeelt dat er na
Partijen hebben een mantelovereenkomst getekend over de bouw van duwbakken. Veka stelt dat Pattje c.s. is tekortgeschoten in de nakoming van die overeenkomst, omdat Pattje c.s. geen duwbakken (voor Veka) heeft gebouwd. Zij vordert schadevergoeding. Pattje c.s. vordert in reconven
Kwalificatie van mondelinge overeenkomst op grond waarvan gedaagde aan eiseres gedurende het wedstrijdseizoen, de keuken in de kantine van gedaagde in gebruik heeft gegeven tegen betaling van een vergoeding van aanvankelijk € 150,- en later € 175,- per zaterdag dat eiseres de keu
Langslepende huurzaak. Na bewijslevering wordt geoordeeld dat de onderhuurder ervan mocht uitgaan dat zij de hele bedrijfsruimte huurde. Tussen(ver)huurster wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur ten opzichte van eerste tussen(ver)huurster en andere tussen(ver)
Niet is vast komen te staan dat buitenruimte en overkapping onderdeel uitmaken van de huurovereenkomst. Schutting verplaatst door verhuurder, levert geen verlies van huurgenot op.
Tussen partijen is in geschil of een huurovereenkomst tot stand is gekomen. Er is op enig moment overeenstemming bereikt over de huurprijs, welke woning, de duur van de huurovereenkomst en de waarborgsom. Dat gedaagde vragen stelde over o.a., gemeentelijke heffingen en het energi
Voorwaardelijke ontruiming van een bedrijfspand na forse huurachterstand. Het verweer van de huurder dat de huurachterstand met een geldlening mag worden verrekend, slaagt niet. De geldleningsovereenkomst tussen partijen is komen te vervallen toen zij nieuwe huurafspraken met elk
uitleg huurovereenkomst met zorgverlener; bepalingen over kale huur en vergoeding onderhoudskosten
Vorderingen in kortgeding tot inzage in stukken van het COA, naar aanleiding van geschil over de gehanteerde prijzen voor de opvang van asielzoekers in hotels. Vorderingen afgewezen vanwege ontbreken van spoedeisend belang en voldoende belang in de zin van artikel 194 Rv.
huur woonruimte - overlijden huurder - medehuur - huurovereenkomst ten onrechte voortgezet - betaling huurachterstand artikel 7:268 lid 5 BW - ontruiming
Kort geding. Kwalificatie van de overeenkomst: bruikleen of huur?
Gemeente huurt perceel grond en legt daarop een rotonde aan. Na twaalf jaar zegt gemeente de huur op zonder te willen ontruimen. Opzegging huur zonder rechtsgevolg (art 3:14 BW). Uitleg overeenkomst.
Partijen hebben een burengeschil. Dit geschil vindt zijn oorsprong in een ten laste van Azur en ten gunste van eiser c.s. gevestigde erfdienstbaarheid van weg en het gebruik door eiser c.s. van een aan Azur in eigendom toebehorend bosperceel. Partijen hebben over deze (en andere)
VVerweerder heeft de aanvraag om een definitieve investeringsverklaring als bedoeld in de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II (Wnw) terecht afgewezen. Eiseres komt daardoor niet in aanmerking voor vermindering van verhuurdersheffing. De woningen waarop de gevraagde investeringsve
Eiser huurt een woning bij KTP Interflex. In deze zaak vordert eiser dat de voorzieningenrechter KTP Interflex verbiedt om de woning te ontruimen. KTP Interflex heeft toegezegd dat eiser tot 9 november 2025 in de woning mag blijven wonen en meent dat eiser door die toezegging nie
huur bedrijfsruimte, geen schtriftelijkheidsvereiste, identiteit contractspartij, onmiddellijke vertegenwoordiging, geen gerechtvaardigd vertrouwen, art. 7:201 BW, geen misbruik van procesrecht door appellant
art. 7:230a BW / doorbreking rechtsmiddelenverbod / art. 7:230a BW is ten onrechte toegepast nu verweerster niet de verhuurder was en niet rechtsgeldig de huurovereenkomst heeft kunnen opzeggen / vernietiging beschikking waarvan beroep / appellant verzocht in eerste aanleg terech
Huurrecht; procesrecht. Kan overeenkomst tot verschaffen economische eigendom hier kwalificeren als huurovereenkomst in de zin van art. 7:201 BW? Uitleg en kwalificatie (bepaalbare) tegenprestatie tegenover ingebruikgeving. Belang bij cassatie.
Huurzaak. Totstandkoming huurovereenkomst. Stelplicht en bewijslast van het bestaan voor een opschortende voorwaarde (voor een huurovereenkomst dan wel de betalingsverplichting) rusten op de huurders. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat huurders niet in de bewijslast
Tijdelijke bruikleenovereenkomst woning. Ontruiming. Geen spoedeisend belang.