erfrecht; quasi-legaat; uitkering uit een levensverzekering; beoordelingsmoment; termijn art. 4:127 BW en art. 4:216 BW; welk bedrag is niet onredelijk om te moeten betalen in de zin van art. 4:127 BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:188 BW
Genoemd in 14 uitspraken · Officiële wettekst
14 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Erfrecht. Uitkering levensverzekering. Quasilegaat.
Civiel recht. Bodemzaak. Vereffenaar nalatenschap vordert uitkering uit levensverzekering terug bij derde, die de moeder is van de minderjarige erfgenamen. Vordering afgewezen omdat deze niet binnen de vervaltermijn is ingesteld. Beroep op vervalbeding is naar maatstaven van rede
Vermogensrecht. Erfrecht. Schending legitieme portie door giften erflater aan zoon die boerenbedrijf voortzet (art. 4:67, onder d, BW)? Bevoordelingsbedoeling? Toerekening gift voor het geheel aan erflater, of mede aan echtgenote met wie hij in gemeenschap van goederen gehuwd wa
Vermogensrecht. Erfrecht. Vermindering van begunstiging bij sommenverzekering (art. 4:120 lid 4; art. 4:126 lid 2, aanhef en onder b, BW; art. 4:127 BW). Belang bij klachten in cassatie. Is voor benutting van termijnen, bedoeld in art. 4:127 BW, art. 4:216 BW en art. 4:220 lid 3
Erfrecht. Uitleg van vervaltermijn in art. 4:216 BW. Peilmoment voor beoordeling gift (art. 7:188 BW) i.v.m. vermindering van uitkering (art. 4:120 lid 2 jo. art. 4:126 lid 2 sub b BW).
Curaçao. Afwikkeling nalatenschap. Echtgenote tegen kinderen. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Legaat. Vergoedingsvorderingen. Beheer. Tussenvonnis.
Tussenbeschikking. Erfrecht. Levensverzekering is quasi-legaat. Vermindering onredelijk? Uitkering gebruikt voor de betaling van kosten van levensonderhoud en/of studie?
Erfrecht. Geschil over geldvorderingen (stief)kinderen (art. 4:15 lid 1 BW). Uitkering door levensverzekeraar aan hypotheekbank in de, achteraf onjuist gebleken, veronderstelling dat de verzekering aan de bank was verpand.
De legitieme portie wordt op grond van de redelijkheid en billijkheid in afwijking van het uitgangspunt berekend aan de hand van de waarde van het vermogen aan het einde van de vereffening. De kantonrechter is van oordeel dat het onverkort vasthouden aan de letter van artikel 4:6
Erfrecht. Verzoek van een vereffenaar om een aanwijzing ex artikel 4:210 BW. Overlijdensrisicoverzekering is een quasi-legaat, dat voor vermindering door de vereffenaar in aanmerking komt. Meewerken aan de vermindering is niet onredelijk.
Heropening vereffening nalatenschap. Is de aanwijzing als begunstigde betreffende een levensverzekering aan te merken als quasi-legaat dat dient te worden verminderd?
Toepasselijk recht: Een in de legitieme stelling in een onder het oude erfrecht opgemaakte uiterste wil, waarbij de nalatenschap onder het huidige recht is opengevallen - zoals de onderhavige - moet worden begrepen als de benoeming van de legitimaris tot erfgenaam voor zijn naar
Vrouw betaalt begrafeniskosten overleden partner met wie zij een samenlevingscontract had. Zij vordert deze terug van de erfgenamen (ouders, broer en zus van overledene) als schuld van de nalatenschap. Die beroepen zich op beneficiaire aanvaarding en stellen dat de nalatenschap g