Erfrecht/legitieme portie Artikelen 4:65, 4:70 en 7:186 lid 2 BW Schenkingsovereenkomst is niet nodig voor bevoordelingsbedoeling
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:186 BW
Genoemd in 96 uitspraken · Officiële wettekst
96 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Erfrecht. Geen nietig testament wegens wilsonbekwaamheid. Berekening legitieme portie in nalatenschap vader & vaststelling/verdeling in nalatenschap moeder. (Nadere comparitie gelast)
Erfrecht; inkorting giften door beneficiair erfgenamen
Verplichting tot inbreng, overgangsrecht, legitieme portie.
Belanghebbende heeft ter financiering van zijn woning een bedrag geleend van zijn ouders ter hoogte van € 45.000. Over deze lening is 5% rente per jaar verschuldigd, bij achterafbetaling te voldoen. De rente moet maandelijks op de laatste dag van elke maand worden voldaan. Over d
Erfrecht. Geschil tussen zes broers en zussen over de verdeling van de nalatenschap van moeder. Gedaagde sub 1 heeft onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat het economisch eigendom van de tot de nalatenschap behorende onroerende zaak hem toekomt. De rechtbank is van oordee
Successiewet - schenkingsrecht De schoonzus van belanghebbende heeft op 10 juli 2008 een auto (auto 1) gekocht. Belanghebbende is vanaf voormelde datum in het kentekenregister als houder van die auto geregistreerd. Belanghebbende heeft bij de aankoop van een andere auto (auto 2)
Erfrecht. Legitieme portie. Eiser en gedaagden zijn broers. Eiser is in de testamenten van de kort na elkaar overleden ouders onterfd, gedaagden zijn daarin beiden tot erfgenaam benoemd. Eiser maakt aanspraak op zijn legitieme portie. Diverse geschilpunten tussen partijen ten aan
Breukdeel legitieme portie en (niet) voor inkorting vatbare gift.
Gift (die bij de berekening van de legitieme portie in aanmerking dient te worden genomen?)
Is inbreng in maatschap tegen waarde in verpachte staat aan te merken als een gift waarmee bij de bererkeing van de legitieme portie rekening moet worden gehouden?
CONCLUSIE PG A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaken met nummers 12/00637 en 12/00641 naar aanleiding van de beroepen in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën en de incidentele beroepen in cassatie van belanghebbenden, tegen de uitspraken van het gerechtshof te
Toepasselijk recht: Een in de legitieme stelling in een onder het oude erfrecht opgemaakte uiterste wil, waarbij de nalatenschap onder het huidige recht is opengevallen - zoals de onderhavige - moet worden begrepen als de benoeming van de legitimaris tot erfgenaam voor zijn naar
Een gemeenteraadslid heeft een verklaring ondertekend op grond waarvan zij een deel van de netto-inkomsten die zij als raadslid ontvangt van de gemeente af zal dragen aan de politieke partij waarvan zij lid is. Het raadslid heeft deze afdracht stopgezet vanwege het uitblijven van
Cassatieberoep tegen uitspraak van Hof inzake het vertrouwensbeginsel en de grootte van de schenking ongegrond verklaard met toepassing van art. 81 Wet RO.
De moeder van belanghebbende heeft een stuk grond aan een van haar kinderen verkocht voor de waarde in het economisch verkeer met aan de verkoop verbonden een derdenbeding inhoudende dat indien belanghebbende binnen vijftien jaar de grond verkoopt hij de meeropbrengst gelijkelijk
Zakenrecht. Mandeligheid muur. Prevaleert de afspraak over meebetalen, gemaakt vóór de constatering dat herstel van de mandelige muur objectief gezien noodzakelijk was, of de wettelijke plicht om bij te dragen, neergelegd in art. 5:65 BW? (art. 81 RO).
Van de kant van in ieder geval [appellant] is een affectieve relatie ontstaan en [geïntimeerde] heeft [appellant] in die opvatting bevestigd. [geïntimeerde] heeft [appellant] met een beroep op die relatie, door het voorwenden van financiële nood en inzet voor een gemeenschappelij
Schenking onder opschortende voorwaarde; tijdstip totstandkoming i.v.m. artikel 3, lid 1, SW.
Uitleg optieovereenkomst. De eigenaren van twee in één pand gelegen appartementen, die enkele ruimten en voorzieningen in gemeenschappelijk gebruik hebben, hebben in 1993 een optieovereenkomst gesloten. Blijkens de considerans van die overeenkomst wilde men daarmee bereiken dat,
Een aan een schenking klevend voorwaardelijk karakter als gevolg van een opschortende voorwaarde staat er niet aan in de weg dat de schenking tot stand komt op moment van overeenkomst. Woonplaatsfictie van artikel 3, eerste lid, Successiewet is niet in strijd met artikel 73D, der