Art. 7:177, lid 1, BW. Pas bij overlijden opeisbare schuldigerkenning uit vrijgevigheid vervalt door het overlijden omdat zij niet ertoe strekt te worden uitgevoerd bij leven van schenker.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:177 BW
Genoemd in 56 uitspraken · Officiële wettekst
56 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Erfrecht. Door erflater op rekening van een derde overgemaakt geldbedrag; vordering erfgenaam tot terugbetaling. Hereditatis petitio (art. 4:183 BW)? Grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep. Tardief verjaringsverweer?
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of in 2013 bij vijf afzonderlijke notariële akten gedane voorwaardelijke schenkingen voor toekomstige jaren voor het schenkingsrecht niet per jaar in aanmerking moeten worden genomen, maar als schenking van een periodieke uitkeri
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Erfrecht. Geschil tussen vrouw en erfgenamen van man over de uitleg van samenlevingsovereenkomst. Onderhoudsplicht.
Art. 5, lid 1, SW. Voortgezette bewoning na overlijden erflater. Mondelinge afspraak. Last uit derdenbeding.
erfrecht
volgt
Verdeling nalatenschap, schenking, bedoeling schenker
Erfrecht. Omvang legitimaire massa. Was toetreding erflaatster tot agrarische vof een gift? Quasi-legaat?
Het gaat in deze zaak tot nu toe vooral om de vraag of de nalatenschap van erflaatster gebonden is aan de aanbiedingsplicht die is opgenomen in een op 15 mei 1995 gesloten overeenkomst. Op grond van de aanbiedingsplicht dient de woning die in de nalatenschap van erflaatster valt
Schenking? Schenking bij dode? Uitleg overeenkomst. Aanspraak op andere kosten?
benoeming onzijdig persoon (3:181 lid 1 BW); (geen) schenking ter zake des doods in de zin van 7:177 lid 1 BW. Verstekvonnis, geen hoger beroep maar verzet. (335 Rv).
Deze zaak gaat over een schenkingsovereenkomst die niet in een notariële akte is vastgelegd. Omdat de schenker is overleden en de schenking nog niet was uitgevoerd, is de schenking op grond van de wet komen te vervallen. De eisende partij in deze zaak is de begiftigde en de gedaa
Huwelijksvermogensrecht. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Kwalificeren familiebankleningen als schuld van de gemeenschap? Dienen rentebetalingen van de man aan ouders ter zake van familiebankleningen buiten beschouwing te worden gelaten bij de bepaling van de draagkracht v
Erfrecht. Beding in huwelijkse voorwaarden; uitkering aan echtgenote uit hoofde van nakoming natuurlijke verbintenis; uitkering bij overlijden of bij echtscheiding; quasi-legaat in zin art. 4:126 lid 2, onder c, BW?
Erfbelasting. Er is geen sprake van uitkeringen (legaten) aan de neven en een nicht van erflaatster die in mindering komen op het saldo van de nalatenschap.
Uitkering polis: naar de moeder (begunstigde) of naar de kinderen (als erfgenamen, in echtscheidingsconvenant is polis aan vader toebedeeld)? Mag zoon namens gemeenschap procederen? Ja, artikel 3:171 BW en anders excessief formalisme (EHRM 20 april 2004, EHRC 2004,53). Kwijtschel
bewaarneming geldbedrag, schenking ter zake des doods, artikel 7:177 BW
Erfrecht. Onrechtmatige overboekingen of schenkingen? Stelplicht/bewijslast.
Erfrecht. Partijen zijn erfgenamen van moeder en hebben schulden aan nalatenschap. Aan derde broer (met verstandelijke beperking) is legaat toekend. Tegenstrijdige belangen van gedaagde pro se en in hoedanigheid van (testamentair) bewindvoeder/executeur
Erfrecht. Schenking door erflater aan executeur? Taken en werkzaamheden executeur.
In geschil is of de schenkingen door erflaatster in 2008, 2009 en 2010 aan belanghebbende die door haar zijn schuldig gebleven, in mindering komen op de belaste verkrijging ten gevolge van het overlijden van erflaatster in 2011.
Belanghebbende heeft ter financiering van zijn woning een bedrag geleend van zijn ouders ter hoogte van € 45.000. Over deze lening is 5% rente per jaar verschuldigd, bij achterafbetaling te voldoen. De rente moet maandelijks op de laatste dag van elke maand worden voldaan. Over d
CONCLUSIE PG A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaken met nummers 12/00637 en 12/00641 naar aanleiding van de beroepen in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën en de incidentele beroepen in cassatie van belanghebbenden, tegen de uitspraken van het gerechtshof te
Erflaatster heeft tijdens leven bedragen geschonken aan haar beide kinderen in de vorm van onderhandse schuldigerkenningen. Van deze schenkingen zijn geen notariële akten opgemaakt. Ongeveer 2/3e gedeelte van de schuldigerkende bedragen is tijdens leven door de erflaatster afgelo