VV verstek; vordering ontruiming bedrijfsruimte, achterstallige en toekomstige huurpenningen en contractuele rente en boete.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:96 BW
Genoemd in 9.980 uitspraken · Officiële wettekst
9.980 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Aanneming van werk. Betaling van facturen. In reconventie vervangende schadevergoeding afgewezen in verband met ontbreken verzuim.
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte met wederzijds goedvinden; huurachterstand; verrekening.
Artt. 2:334a; 6:96; 7:940 BW. Verzekeringspremie. Bevoegdheid verzekeraar in alg. voorw. om polis tussentijds op te zeggen kan ook door verzekeringnemer worden ingeroepen. Verweer dat door splitsing van vennootschap de betalingsverplichting is overgegaan.
Bemiddelingsovereenkomst. Vordering tot nakoming in conventie toegewezen en reconventionele vordering afgewezen. Niet is gebleken dat sprake is van een tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt.
Partijen hebben een huurovereenkomst voor een manege. Huurder heeft een huurachterstand laten ontstaan. Huurder beroept zich op verrekening, maar die is onvoldoende komen vast te staan. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde.
deel van vordering vergoeding bgk afgewezen; uit handen geven vordering nog niet redelijkerwijs noodzakelijk; aannemelijk dat bericht dat facturen direct ter incasso aangeboden konden worden uitlating in een opwelling was.
Nakoming omzetgarantie. De afspraak om voor minimaal $ 100.000 diensten af te nemen is niet vanzelf vervallen door de coronapandemie.
Een energieleverancier vordert betaling van gefactureerde voorschotten en een eindfactuur. De gevorderde opzegvergoedig is onderbouwd en niet betwist. Het overige deel is ondanks de gemotiveerde betwisting niet onderbouwd en wordt afgewezen.
Betaling facturen voor op maat gemaakte kast. Verrekeningsverweer ter zitting gemotiveerd weersproken. Gedaagde heeft dit niet meer weerlegd door niet ter zitting te verschijnen. Vordering toegewezen.
Ongerechtvaardigde verrijking met gedeelte teruggave Essent. Beroep op verrekening afgewezen.
Verrekeningsverweer; voldoende gemotiveerd betwist dat gedaagde een opeisbare vordering heeft op eiser; artikel 6:136 BW; vordering toegewezen.
Beroep op contractuele opzegbevoegd naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, vooral omdat met minder ingrijpende maatregel had kunnen worden volstaan. Conversie niet aan de orde. Ook opzegbesluit is vernietigbaar.
Buitengerechtelijke incassokosten in geval van een handelsovereenkomst ten minste € 40,00, artikel 6:96 lid 4 BW; afwikkeling deelbetaling conform artikel 6:44 BW; wettelijke rente afgewezen
Incasso niet betaalde facturen.
Huurachterstand toegewezen. Herstelkosten afgewezen, want geen termijn gegeven voor herstel.
Overeenkomst van vervoer over de weg, schade tijdens vervoer, oorzaak schade.
Arbeidsrecht. Overeenkomst van opdracht. Uitzendbureau en Zzp’er. Beroep op relatiebeding en afkoopregeling niet strijdig met belemmeringenverbod van art. 9a Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Vonnis na ECLI:NL:HR:2022:751.
Zijn van de overeenkomst afwijkende afspraken gemaakt met een aanbieder van coronatesten ihkv ‘Testen voor Toegang’? Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Geschil tussen twee luchtvrachtvervoerders over een aantal uitgevoerde en geannuleerde vluchten. Uitleg van de overeenkomsten met betrekking tot het minimumtarief en de reikwijdte van de exoneratieclausule.
Partijen hebben mondeling een overeenkomst van aanneming van werk gesloten voor een vaste aanneemsom; aannemer heeft opdrachtgeefster gewaarschuwd voor noodzaak meerwerk en zij is daarom meerwerkfactuur verschuldigd en deze is terecht door kantonrechter toegewezen; aannemer dient
Onbetaalde facturen. Opeisbaarheid, artikel 6:80 BW, (schijn van) vertegenwoordigingsbevoegdheid, (schijn van) bekrachtiging.
Vervoerrecht. Is de vervoerder aansprakelijk voor ladingschade? Verjaring vordering ingevolge artikel 23 CMR?
Vordering tot betaling facturen; beroep op buitengerechtelijke ontbinding slaagt niet, ontbindingsverklaring voldoet niet aan daaraan te stellen eisen.
Ontbinding en ontruiming horecapand. Huurder heeft recht op “coronakorting”. Vordering tot herstel van gebreken wordt bij gebrek aan belang afgewezen omdat huurder de exploitatie al heeft gestaakt en de huurovereenkomst wordt ontbonden.