Vordering tot terugbetaling van een lening. Gedaagde is niet aan te merken als borg. De geldverstrekker had gedaagde moeten informeren over te late rentebetalingen van geringe duur door een medeschuldenaar. De lening is niet op grond van art. 6:38 BW opeisbaar. Redelijkheid en bi
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:6 BW
Genoemd in 359 uitspraken · Officiële wettekst
359 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Totstandkoming overeenkomst van opdracht. Gerechtvaardigd vertrouwen.
Faillissement. Onrechtmatige daad. Het wegsluizen van de revenuen is een bedrieglijke schijnvertoning met als eerste doel die gelden buiten het zicht en bereik van de crediteuren te houden en in later stadium evenzo aan het zicht van de curator te onttrekken. Door mede te werken
Profijtontneming. 1. Toepassing van art. 36e.7 Sr en het legaliteitsbeginsel. 2. Vereist hoofdelijke aansprakelijkheid veroordeling van twee of meer daders? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:653 m.b.t. feiten begaan voor de inwerkingtreding van art. 36
onverschuldigde betaling, bedrag zonder rechtsgrond op ‘en/of’- rekening bijgeschreven.
-
Overeenkomst van geldlening. Geen tijd voor nakoming bepaald; verjaringstermijn ex 3:307 lid 2 BW; verjaringsverweer slaagt niet. Geen verrekening met een vordering op een derde. In reconventie geen grond voor opheffing beslag
Zorgregeling, kinder- en partneralimentatie, terugbetalingsverplichting, verrekening van de huwelijkse voorwaarden/verdeling eenvoudige gemeenschap.
Buitengerechtelijke vernietiging van een rechtshandeling enerzijds en de berusting in de vernietiging anderzijds levert geen vaststellingsovereenkomst op. Beroep op dwaling door de berustende partij kan echter nog steeds door analogische toepassing van het leerstuk van dwaling bu
In geschil is borgstelling. Bank heeft lening verstrekt onder borgstelling. Appellant stelt dat echtgenote geweigerd heeft toestemming te verlenen voor aangaan borgtocht, en betwist dat de handtekening van zijn echtgenote afkomstig is. Hof oordeelt dat nu de echtgenote reeds in 2
Afwijzing vordering tot betaling facturen. Geen erkenning verschuldigdheid. Geen overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen. Geen schuldovername. Geen ongerechtvaardigde verrijking. Uit betaling van facturen volgt op zichzelf niet dat een partij zich als schuldenaar heeft ver
Salarisaanspraak, schuldbekentenis met garantstelling.
Kort geding. Gedaagde sub 1 in eerste aanleg dagvaardt in hoger beroep niet alleen de oorspronkelijk eiser maar ook de medegedaagde. In zoverre volgt niet-ontvankelijkverklaring. De vraag of sprake is van een met het fiduciaverbod van artikel 3:84 lid 3 BW strijdige zekerheidsove
Aanneming van werk (art. 7:750 BW). Vaste aanneemsommen overeengekomen. Gelet hierop geen grond voor de stelling van eiseres dat gedaagde een redelijke prijs (art. 7:752 BW) is verschuldigd. Ondanks vele onzekere procesfactoren heeft eiseres zelf de opdrachten tegen een vaste aan
Geldleningsovereenkomst; beroep op verrekening art. 6:127 BW slaag niet; hoofdelijk medeschuldenaarschap of overeenkomst van borgtocht; toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 1 sub c BW.
Algemene voorwaarden; toepasselijkheid, vernietigbaarheid, onredelijk bezwarend beding.
In een schuldbekentenis met dagtekening 1 april 1999 verklaren belanghebbende en haar echtgenoot (met wie zij op huwelijkse voorwaarden was gehuwd) dat zij van de bank een geldlening hebben ontvangen en dat zij dat bedrag hoofdelijk schuldig zijn. Bij akte van dezelfde datum vest
Partijen zijn buiten iedere gemeenschap van goederen gehuwd en hebben een lening afgesloten bij de gemeente ten behoeve van de onderneming van de man. Hof is van oordeel dat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de lening in de onderlinge verhouding van par
toewijzing naar redelijkheid van deel van de courtage waarop makelaar krachtens Algemene Voorwaarden na einde opdracht recht heeft
Overeenkomstenrecht. Verkoop van sportartikelen tussen professionele partijen. Incasso van facturen. Tussen partijen gesloten 'Branddeal' en daarin opgenomen verrekeningsbeding. Uitleg van de overeenkomst. Vraag welke van de contracterende vennootschappen voor de betaling van de
Geen toepasselijkheid artikel 1:88 lid 1 sub c BW op geldlening met hoofdelijke aansprakelijkheid, voor zover de debiteur/echtgenoot draagplichtig is. Tussenvonnis.
Verzet gedeeltelijk gegrond verklaard.
Onderaannemer heeft geen retentierecht blijkens contract. Vordering ook toegewezen jegens opdrachtgever.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam legt de overeenkomst op grond waarvan de aandelen in Wild FM zijn verkocht zo uit dat Wild FM als medeschuldenaar van de koopprijs van die aandelen kan worden aangemerkt. Artikel 2:207c BW (oud), dat een dergelijke financieringsc
Inkomstenbelasting. Terbeschikkingstellingsregeling. Regresvordering. Derdenhypotheek. Vorming voorziening toegestaan.