Koopovereenkomst onroerende zaak. Ontbindende voorwaarde. Geen overeengekomen termijn.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:61 BW
Genoemd in 293 uitspraken · Officiële wettekst
293 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Uitleg vaststellingsovereenkomst en in dat kader de beoordeling of een van de partijen bij vaststellingsovereenkomt over een vergunning op grond van de Wdf (Wet financiële dienstverlening) diende de beschikken om zijn verplichtingen uit hoofde van die overeenkomst te kunnen nakom
Zelfs indien daarvan zou worden uitgegaan, kan [geïntimeerde], blijkens de onder 4.5 weergegeven rechtsregels en vaste jurisprudentie van de Hoge Raad in verband met art. 3:37 lid 3 BW, niet volstaan met het bewijs dat hij de brieven heeft verzonden. In het geval de herinneringen
Eiseres stelt dat haar factuur ondanks sommatie niet is voldaan en spreekt de erven van haar (gestelde) wederpartij aan.
Eiseres, een B.V., is niet-ontvankelijk in haar vordering, nu zij geen contractpartij was, maar de, onder hetzelfde handelsnummer opererende, eenmanszaak.
Bemiddelingsopdracht. Na bewijslevering wordt geoordeeld dat geen geschikte kandidaat is voorgesteld en dat opdrachtnemer is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Prestatie niet blijvend onmogelijk. Schuldeisersverzuim. Opdrachtgever was bevoegd tot opschorting
Aanneemovereenkomst. Fatale termijn overeengekomen? Werkzaamheden ondeugdelijk verricht? Bevoegdheid tot verrekening?
Niet in geschil is dat Grid-Solar nog 336 PV modules aan Conersa moet leveren. Grid-Solar heeft erkend dat zij dit deel van de PV modules, waarvoor zij Conersa heeft gefactureerd en welke factuur door Conersa volledig is voldaan, nog niet aan Conersa heeft geleverd. Partijen vers
Verbintenissenrecht. Buitengerechtelijke ontbinding van koopovereenkomst door verkoper van woning na uitgebleven transport door toedoen koper; beroep op opschortingsrecht bij wederzijdse tekortkomingen, reikwijdte van regeling in Boek 6 titel 1 en 5 BW.
Schuldeisersverzuim; uitleg algemene voorwaarden; onzekerheidsexceptie; belangrijkste wetsartikelen: 6:60 en 6:61 BW, 6:236 aanhef en onder c BW, 6:263 BW.
Verbintenissenrecht. Terugvordering door farmaceutisch bedrijf van aan apotheker – uit hoofde van een bij een afnameovereenkomst gesloten kredietovereenkomst – ter leen verstrekte gelden; afnameovereenkomst nietig wegens strijd met art. 81 EG?; verworpen beroep op rechtsverlies d
Eigenbelang staat niet aan het opvorderen van contractueel verschuldigde boete in de weg.
De bank heeft het HCE onmogelijk gemaakt tijdig aan de bank te betalen, zodat HCE niet in verzuim is gekomen met de betaling van het overeengekomen bedrag. De bank dient derhalve de executie van de manege te staken. Verder acht de voorzieningenrechter de bank gehouden aan de afsp
opeisbare vordering, schuldeisers verzuim, t.t.k., ingebrekestelling, ontbinding, schadevergoeding, eigen schuld.
Op grond van het bovenstaande (r.o. 10 t/m 13.4) is het hof van oordeel dat [appellanten] zich vóór de ontbinding van de overeenkomst door [geïntimeerde] niet (rechtsgeldig) op een opschortingrecht hebben kunnen beroepen. Er is dan ook geen sprake van dat [geïntimeerde] overeenk
18 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C03/038HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n de rechtspersoon naar Deens recht CONTAINER CENTRALEN A/S, gevestigd te Odense, D
19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/257HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats] EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], 3
-
-
-