Verbintenissenrecht. Art. 7:768 BW; notarieel depot; 5%-regeling. Kan bankgarantie gezien de voorwaarden voor het inroepen ervan worden aangemerkt als vervangende zekerheid als bedoeld in art. 7:768 lid 3 BW? Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:51 BW
Genoemd in 210 uitspraken · Officiële wettekst
210 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Onrechtmatige overheidsdaad. Procesrecht. Driepartijengeding. Opheffing strafvorderlijk beslag op lening teneinde doorhaling hypotheekrecht te bewerkstelligen. Zekerheidsstelling ex art. 118a Sv. Rechtsmiddel tegen medegedaagde? Verschuldigdheid rente en boete na beslag.
Proceskostenzekerheidsincident. Art. 224 Rv. Eiseres in de hoofdzaak is gevestigd in Monaco en een uitzonderingsgrond als bedoeld in art. 224 lid 2 Rv doet zich niet voor.
Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid notaris voor vrijgave van door kopers appartementsrechten op de voet van art. 7:768 lid 1 BW in depot gestorte bedragen aan de (nadien gefailleerde) aannemer? Bankgarantie met daarin opgenomen voorwaarden (vervalbeding en
Kort geding. Vorderingen van o.a. D-rt en een coöperatie van reisagenten om financiering te verschaffen voor 80% van de waarde van uitgegeven vouchers. De coöperatie wordt niet-ontvankelijk verklaard. De geldvorderingen van D-rt stuiten onder meer af op artikel 108 lid 3 VWEU omd
Een van een Nederlandse bank afkomstige bankgarantie biedt voldoende vervangende zekerheid in de zin van artikel 6:51 lid 2 BW, zodat het gelegde conservatoire beslag moet worden opgeheven. Uitbetaling van de bankgarantie na vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan doet aan de
Appellant krijgt nogmaals gelegenheid om bij arrest van 31 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2706 ex art. 224 Rv jo art. 353 lid 2 Rv bevolen zekerheid te stellen in vorm die aan art. 6:51 lid 2 BW voldoet.
Incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten hoger beroep toegewezen (art. 224 Rv jo art. 353 lid 2 Rv). Geen sprake van situatie dat redelijkerwijs aannemelijk is dat verhaal in Nederland mogelijk zal zijn (art. 224 lid 2, aanhef en onder c, Rv). Bij vaststellin
Incident ex art. 224 Rv jo art. 353 lid 2 Rv tot zekerheidstelling door buitenlandse partij. Vordering tot zekerheidstelling toegewezen. Onvoldoende gesteld dat uitzonderingen van artikel 224 lid 2, onder c of d, Rv zich voordoen. Redelijkerwijs niet aannemelijk gemaakt dat verha
kort geding, vordering opheffen beslagen afgewezen
Incident zekerheidstelling 224 Rv. Wijze van zekerheidstelling. Hoogte zekerheid voor hoofdelijke proceskostenveroordeling.
KG. Vordering tot opheffing beslag wordt afgewezen. De door eiser aangeboden zekerheid is onvoldoende.
Incident zekerheidstelling proceskosten ex. art. 224 Rv; uitleg woonplaats rechtspersoon/natuurlijk persoon; vorm en hoogte zekerheidsstelling; vordering gedeeltelijk toegewezen
Aanrijding van vliegtuig. Aanspraak op aansprakelijkheidsverzekeraar is voldoende zekerheid. Opheffing conservatoir beslag.
Incident ex art. 224 Rv (zekerheidsstelling voor proceskosten). Vonnis na eerder incidenteel tussenvonnis. Er is tijdig een eersteklas bankgarantie afgegeven door een Nederlandse bank maar betwist wordt of dit vanwege de bewoordingen daarvan een voldoende bankgarantie is. Art. 6:
Incident ex art. 224 Rv (proceskostenzekerheid). Eiseres in de hoofdzaak is gevestigd in Pakistan.
Zekerheidsstelling voor proceskosten. Art. 224 Rv. Zekerheidsstelling door of via bank uit Nigeria? Niet-ontvankelijk.
Zekerheidsstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Zekerheid gesteld door middel van storting van benodigd bedrag op rekening van Landelijk Dienstencentrum voor de rechtspraak (LDCR) in plaats van door middel van stellen van bankgarantie. Gekozen vorm van zekerheidsstelling komt
Curaçaose zaak. Opheffing conservatoir scheepsbeslag tegen afgifte van een bankgarantie. Voldoende zekerheid? Beproefde bankgaranties als het Rotterdams Garantieformulier en de NVB-beslaggarantie dienen als uitgangspunt. Niet verlangd kan worden dat reeds onder de garantie kan wo
Opheffing conservatoir beslag na zekerheidsstelling voor deel van de vordering.
Kort geding. Partijen hebben afspraken gemaakt over de levering van een perceel grond en een daarop in 4 fasen te realiseren bedrijfsgebouw. In de bodemprocedure is geoordeeld dat de overeenkomst tussen partijen (in ieder geval) is te kwalificeren als een huurkoopovereenkomst. De
Opheffing van beslagen tegen een ten behoeve van de wederpartij te verstrekken bankgarantie. Voor beantwoording van de vraag of de zekerheid kwalitatief voldoende is wordt aansluiting gezocht bij de maatstaf van artikel 6:51 lid 2 BW. De geboden bankgarantie is kwalitatief onvold
Het beslag wordt opgeheven. Gedaagde heeft de voorzieningenrechter niet juist geïnformeerd door binnen het beslagrekest na te laten te vermelden dat er voor de gepretendeerde vordering een garantie was gesteld. De garantie is overigens een genoegzame zekerheid in de zin van artik
In het tussenvonnis van 19 december 2012 is Zharkol – onder andere – op de voet van artikel 224 Rv veroordeeld tot het stellen van zekerheid ten behoeve van Go4agri voor de proceskosten van de onderhavige procedure tot een bedrag van € 12.073,00, uiterlijk op 23 januari 2013. De
- IPR - beoordelingen (niet-IE)-bewijsbeslag