Gedaagde is gedagvaard voor huurachterstand en beroept zich voor wat betreft betalingsherinneringen en aanmaningen op een tekst op de website van verhuurder. Geoordeeld wordt dat huurder er gelet op deze tekst op mocht vertrouwen dat hij eerst een betalingsherinnering zou ontvang
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:43 BW
Genoemd in 280 uitspraken · Officiële wettekst
280 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Incassovordering. Artikel 6:43 BW. Een deurwaarder incasseert meerdere vorderingen van verschillende schuldeisers bij een en dezelfde debiteur. De debiteur betaalt een bedrag zonder aan te geven welke vordering zij beoogt te betalen. Artikel 6:43 BW geeft de bevoegdheid tot toere
Voor evenredige vermindering van de huurprijs woonruimte is een vordering vereist
Betaling alimentatie. Toerekening creditcard opnames op 2 of meer verbintenissen als bedoeld in artikel 6:43 BW.
Betalingsonmacht Nederlandse reisorganisator, aangesloten bij Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR). Rechtstreeks beroep op SGR door Turkse agent van reisorganisator. Toezegging SGR tot vergoeding van door reisorganisator niet betaalde facturen van agent voor ter plaatse verbl
Algemeen civiel recht Consumentenrecht
Geen schending van wettelijke regels van imputatie. Geen bewijs van wanprestatie inzake de levering van een ventilatiesysteem voor een legbedrijf. Geen voldoende bewijsaanbod.
Aquatrans vordert als cessionaris van Dodewaard Shipyard van Shipcon het nog niet voldane gedeelte van de koopsom van het onderhanden werk van € 163.997,75. Shipcon verweert zich met de stelling dat zij niet de schuldenaar van die verplichting is, maar Y B.V.. Volgens haar heeft
Huwelijksvermogensrecht. Echtscheiding. Periodiek verrekenbeding. Art. 1:141 lid 3 BW; bewijsvermoeden. Verwerping beroep man op “tenzij”-clausule. Beleggingsleer.
Art. 12 lid 1 EVO, cessiestatuut; toepassing HR 16 mei 1997, NJ 1998, 585 (Brandsma q.q./Hansa Chemie). Verbod overdracht vordering is i.c. geen onoverdraagbaardheidsbeding ex art. 3:83 lid 2 BW. Geen bevrijdende betaling A-B, noch bevrijdende betaling B (namens A)-C ter zake vor
Art. 20 Awr. Buiten de reguliere aangifte om betaalde omzetbelasting kan niet worden nageheven.
Verjaring consumentenkoop, artikel 7:28 BW. Vertegenwoordiging. Koper heeft nagelaten feiten en omstandigheden te stellen op grond waarvan aangenomen zou kunnen worden dat het voor verkoper kenbaar was dat koper niet voor zichzelf handelde, maar voor een ander. Koper draagt bewij
Verbintenissenrecht. Borgstelling. Daadwerkelijk bekend met schade. Verjaringstermijn van 5 jaar als bedoeld in art. 3:310 lid 1 BW. Stuiting. Maatstaf (vgl. HR 24 januari 2003, NJ 2003, 300 en HR 20 februari 2004, NJ 2006, 113). Bekendheid met kans op schade niet voldoende.
Artikel 99 Gemeentewet Gedaagde, een voormalig voorzitter van de CDA-fractie in de gemeenteraad van Amsterdam, wordt in dit vonnis veroordeeld tot terugbetaling aan de stichting Bestuursassistentie van het CDA, afdeling Amsterdam, van door gedaagde via die stichting ontvangen for
Executie alimentatiebeschikking. Verjaring (art. 3:324.3 BW) Geen imputatue ex art. 6:43 Bw.
Afsplitsing onderneming; beëindigingsovereenkomst; handelsnamen.
De gevorderde betaling van achterstallige premies is juist berekend en wordt toegewezen. Het verweer is gestoeld op een door de gedaagde partij overgelegde berekening. Die berekening bevat evenwel een rekenfout en is gebaseerd op onjuiste veronderstellingen. De eerst bij conclusi
Erflaatster heeft tijdens leven bedragen geschonken aan haar beide kinderen in de vorm van onderhandse schuldigerkenningen. Van deze schenkingen zijn geen notariële akten opgemaakt. Ongeveer 2/3e gedeelte van de schuldigerkende bedragen is tijdens leven door de erflaatster afgelo
Kennelijk onredelijk ontslag? Valse of voorgewende reden? Gevolgencriterium
Zoals hiervoor reeds vermeld dient de voorzieningenrechter bij zijn beslissing om al dan niet een bedrag toe te wijzen mede de vraag naar het restitutierisico te betrekken. Het hof is van oordeel dat gelet op de belangen van partijen in deze zaak het restitutierisico niet aan (ge
[appellant sub 1] en [appellante sub 2] hebben weliswaar betoogd dat Rabobank de betaling van f 700.000,- reeds in eerste aanleg op haar vordering in mindering had moeten brengen en dat dit verzuim, naar het hof begrijpt, geleid heeft tot veroordeling van [appellante sub 2] tot b
Invorderingszaak. Geschil tussen directeur-aandeelhouder van vennootschap en Ontvanger over toerekening van betalingen aan bepaalde belastingschulden en over de vraag voor welke belastingschulden een aan de ontvanger verstrekte bankgarantie mocht worden gebruikt (81 RO).
In deze huurzaak, waarin op 4 april 2007 een tussenvonnis werd gewezen, twisten partijen over de specificatie van de huurachterstand en de verrekening van door de huurder betaalde bedragen met de incasso- en executiekosten. Daarnaast is, aldus de huurder, de dagvaarding uitgebrac
In hoger beroep heeft [appellant] bij akte zijn eis aldus gewijzigd dat hij primair verzoekt de zaak na vernietiging van het vonnis van de rechtbank terug te verwijzen naar de rechtbank. Subsidiair vordert [appellant] toewijzing van zijn vordering van E. 39.755,74, met wettelijke
Eiseres vordert betaling van openstaande rekeningen met betrekking tot de koop en plaatsing van een keuken. Het verweer dat er al betaald was gedeeltelijk gehonoreerd. Algemene voorwaarden niet van toepassing verklaard, zodat slechts de wettelijke rente toegewezen kan worden. Wet