Beroep van erfgenamen van ongehuwde partner van overleden erflater op natuurlijke verbintenis. Dit beroep wordt verworpen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:3 BW
Genoemd in 100 uitspraken · Officiële wettekst
100 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Toewijzing vordering onverschuldigd betaald arbeidsongeschiktheidspensioen en WAO-hiaatuitkering, mededelingsplicht werknemer, geen verjaring, geen afwijkende afspraak met voormalig werkgever, bewijsproblemen voor risico werknemer, geen natuurlijke verbintenis ex artikel 6:3 BW.
Huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting en nihilbeding. Art. 1:84 BW, valt aflossing op hypotheek onder kosten der huishouding? Voldoen aan natuurlijke verbintenis?
kortgedingvonnis, gezag van gewijsde, kracht van gewijsde, bevoegdheid, verrekening, verjaring, rechtsvordering, artikel 6:131 lid 1 BW, dwangsom, reële executie.
Zijn de tussen partijen overeengekomen huwelijkse voorwaarden toepasselijk? De man wenst een verrekening van de overwaarde van de echtelijke woning die eigendom is van de vrouw, met de stelling dat het onderling overeenstemmend gedrag van partijen tijdens het huwelijk afweek van
Langlopende lening. De vordering tot betaling van rente over de periode tot 12 januari 2002 is verjaard. Na verjaring van de rente-vordering resteert een natuurlijke verbintenis als bedoeld in artikel 6:3 BW. Er kan geen rente worden gevorderd over een natuurlijke verbintenis die
Een betaling van € 47.241 waartoe de ene broer zich jegens de andere broer moreel gedrongen voelde om na veertien jaar een gevoelde onrechtvaardigheid in de akte van scheiding en deling van de nalatenschap van een ouder recht te zetten, is niet geschied ter voldoening aan een nat
Om in aanmerking te komen voor aftrek van gedane betalingen als persoonlijke verplichting c.q. onderhoudsverplichting rust op belanghebbende de bewijslast * dat sprake is van een dringende morele verplichting tot het bijdragen in het levensonderhoud van zijn ex-echtgenote, * dat
Regeling BW art. 4:52 Essentie Analogische toepassing van artikel 4:52 BW in situatie dat huwelijk niet was beëindigd doordat verzuimd was de echtscheidingsbeschikking in te schrijven
Eiseres is in 1960 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met erflater. Eiseres en erflater hebben gedurende hun samenleving een omvangrijke collectie kunst verzameld, voornamelijk bestaande uit schilderijen. In 1993 hebben zij hun samenwoning beëindigd, maar ze zijn niet va
Recht van schenking. Door zoon aan ouders verleend gebruiksrecht op dure woning vormt een schenking.
Schenkingsrecht. Bij de verdeling van de erfenis van de vader heeft de broer van eiser de woning gekregen. Een aantal jaren later schenkt de broer een bedrag aan eiser in verband met een onjuiste verdeling van de nalatenschap. Er is geen sprake een voldoening van een natuurlijke
Het hof deelt niet het standpunt van [appellant] dat [geïntimeerde] tot de overeenkomsten van geldlening is toegetreden en al dan niet stilzwijgend heeft ingestemd met de verschuldigdheid van rente over de van [appellant] geleende bedragen. De (combinatie van de) door hem aanhaal
eigendom, teruggeven van bruidschat, natuurlijke verbintenis? art. 6:3 lid 2 BW Aan de orde is de vraag of gedaagden eigenaar zijn geworden van de sieraden van eiseres. Volgens gedaagden heeft eiseres, door het overhandigen van de sieraden, voldaan aan een natuurlijke verbintenis
Inkomstenbelasting. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij betalingen aan de ex-echtgenote heeft gedaan die aangemerkt zouden moeten worden als in rechte vorderbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen die berusten op een dringende morele verplichting tot voorzie
Erfrecht. Geschil tussen kinderen tevens enig erfgenamen en levenspartner van de erflater over de vraag of het legaat aan zijn levenspartner houdende zakelijk recht van gebruik en bewoning van het door haar bewoonde huis is gemaakt ter voldoening van een natuurlijke verbintenis (
Het hof merkt, gelet op alle omstandigheden, de wijziging tenaamstelling van de bankrekening van erflaatster kort voor haar overlijden, aan als een omzetting van een natuurlijke verbintenis in een rechtens afdwingbare verbintenis.
procesbelang hangende beroepsprocedure vervallen?
Belanghebbende vormt vanaf 1992 tezamen met zijn ouders en broer een landbouwmaatschap. In 1995 is vader overleden. De maatschap wordt dan voortgezet door belanghebbende, zijn broer en zijn moeder. Per 31 december 2000 is moeder uit de maatschap getreden. Haar aandeel in de maats
Geschil tussen ex-echtelieden, die onder huwelijkse voorwaarden met algehele uitsluiting waren gehuwd geweest, over de nakoming van een overeenkomst uit hoofde waarvan de vrouw tegen betaling door de man van een geldsom de mede-eigendom in de voormalige echtelijke woning zou over
Hoe het recht van [appellanten] tot medegebruik van de woning en de daarbij behorende inboedel ook moet worden gekwalificeerd, nu voorshands (met de voorzieningenrechter) moet worden geoordeeld dat die rechtsgrond is komen te vervallen, is het hof van oordeel dat met de ontruimin
[appellant] heeft vanaf medio 1995 samengewoond met erflater, tot diens overlijden op 30 september 1997. [geïntimeerde] c.s. zijn de twee zoons van erflater en van diens eerder (op 9 maart 1980) overleden echtgenote [naam]. Erflater heeft op 21 april 1995 een testament doen opmak
In het algemeen kan een objectieve aanwijzing voor het bestaan van een dergelijke natuurlijke verbintenis worden ontleend aan de omstandigheid dat in een situatie als de onderhavige, waarin (bij een zogenaamde "koude uitsluiting") de man gelden heeft verstrekt voor de aankoop res
-
Huwelijksvermogensrecht. Echtscheiding. Vergoedingsrechten ex-echtgenoten bij uitsluiting elke gemeenschap van goederen. Is sprake van natuurlijke verbintenis (art. 6:3 lid 2, aanhef en onder b, BW)? Maatstaf. Redelijkheid en billijkheid. Aanvangsdatum wettelijke rente.