Het betreft een geldvordering in kort geding. Eiseres is een holdingvennootschap met twee aandeelhouders, X en Y. X en Y zijn beide tevens zelfstandig bevoegd bestuurder van eiseres. Een van de dochtervennootschappen van eiseres verkeert in financiële problemen en kan niet meer a
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:38 BW
Genoemd in 427 uitspraken · Officiële wettekst
427 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Civiele zaak. Gehoudenheid tot betaling van parkbijdragen voor eigenaren van bungalows op een recreatiepark. Niet via rechtstreekse overeenkomst, derdenbeding, kwalitatief recht of kwalitatieve verplichting. Wel via de in de notariële akte vermelde voorwaarden, welke akte strekte
Verjaring. Eiser stelt dat de verjaring is gestuit enerzijds door aanmaningen die zouden zijn verstuurd en anderzijds vanwege erkenning van de vordering in diverse telefoongesprekken. Zowel de ontvangst van de brieven als de erkenning wordt betwist. Bewijsopdracht.
Geldlening. Opeisbaarheid. Onvoorziene omstandigheden.
Conventie. Dwingend bewijs van akte van geldlening ontzenuwd. Voor het overige niet voldaan aan stelplicht, dus afwijzing vordering. Reconventie. Geen sprake van achtergestelde leningen. Het staat schuldeiser vrij om zijn gehele vordering slechts bij één van de vennoten van een v
Vervolg op tv 25.03.2009. Rechtsmacht op grond van derdenbeslag. De door de beslagschuldenaar gedane drie betalingen worden met verwijzing naar CISG en Nederlands recht aangemerkt als betalingen op de tussen deze en de derde-beslagene gesloten koop.
Verjaring. Stuitende werking factuur. Artikel 3:317 BW.
Overeenkomst van geldlening óf aanbetaling voor aan gedaagde sub 3 toekomende courtage?; beroep van gedaagden op verrekening afgewezen; opeisbaarheid van de lening.
Erflaatster heeft tijdens leven bedragen geschonken aan haar beide kinderen in de vorm van onderhandse schuldigerkenningen. Van deze schenkingen zijn geen notariële akten opgemaakt. Ongeveer 2/3e gedeelte van de schuldigerkende bedragen is tijdens leven door de erflaatster afgelo
Erfrecht, vaststellingsovereenkomst, geld ter beschikking gesteld voor onbepaalde tijd, verjaring, rente.
Geschillen tussen onderaannemer, die zorg zal dragen voor betonruwbouw voor Stadion Zwolle en bijbehorend hotel, en hoofdaannemer. Onderaannemer heeft de bouw stopgezet. Geschillen komen in hoofdlijn neer op de vraag of er terecht aanspraak wordt gemaakt op betaling van verschill
Opschorting, misbruik van bevoegdheid, wanprestatie, verzuim, terstond nakomen.
Geschil tussen moeder en zoon over totstandkoming van een overeenkomst tot voortzetting van de onderneming van een eetcafé; beperkende werking van redelijkheid en billijkheid (81 RO).
Geldleningsovereenkomst
Waardering getuigenbewijs. De rechtbank acht het opgedragen tegenbewijs niet geleverd. Nu aldus is komen vast te staan dat de raamovereenkomst dateert van ná de datum van het faillissement, resteert de vraag wat partijen ten aanzien van de opeisbaarheid van de geldlening en versc
“Maatschap. Geen schriftelijke maatschapsovereenkomst. Uit feiten toch maatschap afgeleid.”
''(...) 4.1. [R.C.] B.V. heeft de stelling van [R.C.] B.V. dat tussen partijen een overeenkomst van geldlening tot stand is gekomen, niet voldoende gemotiveerd betwist. In de eerste plaats volgt uit de omstandigheid dat er geen overeenkomst van geldlening expliciet in de jaarreke
Rekening-courant; opeisbaarheid?
Verjaring; 3:307 BW
Op [datum 1] is de commanditaire vennootschap [bedrijf 1] - verder te noemen: [bedrijf 1] - opgericht. [de man] was daarvan beherend vennoot. De man heeft gesteld dat de vrouw de stille vennoot was onder meer onder verwijzing naar de naam van de CV die een samenstel is van de ach
Verbintenissenrecht. Geschil tussen oud-partners in een advocatenmaatschap over de afwikkeling van hun beëindigde samenwerking; partiële ontbinding van vaststellingsovereenkomst (81 RO).
Werknemer vordert na 19 jaar nakoming van toezegging dat hij recht heeft op een gedeelte van de aandelen van het bedrijf waarin hij werkzaam was. Kantonrechter geeft bewijsopdracht aan werkgever dat er sprake is van een beëindigingsovereenkomst, maar wijst beroep op verjaring res
Het hof is van oordeel dat, indien de stellingen van [appellant] komen vast te staan, de situatie aan de orde is zoals geregeld in art. 3:307, lid 2 BW. Er is in dat geval immers sprake van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd van een overeenkomst inhoudende de verplic
Geschil tussen ex-echtelieden over de terugbetaling van een door (de man als beherend vennoot in) een CV van de vrouw geleende geldsom, aanvangstijdstip van termijn bevrijdende verjaring.
Vordering van LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen) haar verlof te verlenen om de alimentatiebeschikking van 15 juni 1992 ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang voor de duur van ten hoogste een jaar tot een bedrag van € 46.775,28 is voldaan, wordt toegewezen.