vordering uitkeren legaat onder testamentair bewind. Verweer dat legaat reeds voorafgaande aan het overlijden van erflater is betaald verworpen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:38 BW
Genoemd in 427 uitspraken · Officiële wettekst
427 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Perikelen rond betalingen en leningen van stichting aan (thans ex-) bestuurder. Décharge? Vernietigbaarheid bestuursbesluit? Verval van recht? Onverschuldigde betaling? Verjaring? Verrekening? (Ex-)bestuurder dient bewijs en tegenbewijs te leveren.
Bewijs van gesloten overeenkomst.
Geen dringende reden; vernietiging ontslag; geen (ernstig) verwijtbaar handelen werkgever en werknemer; ontbinding g-grond
Koop onroerende zaak. De verkoper mocht zijn verplichting om te leveren opschorten omdat de koper niet had voldaan aan zijn verplichting om de waarborgsom te betalen. Geen verzuim, geen contractuele boete verschuldigd. 6:262 BW.
vernietiging verstekvonnis.
Belanghebbende is erfgenaam in een nalatenschap waartoe een aanmerkelijk belang in een BV behoort. De aandelen in de BV zijn gelegateerd en in het testament is bepaald dat de vruchten op de aandelen vanaf de dag van het overlijden toekomen aan de legatarissen. Op de aandelen in d
Kort geding. Ex-echtgenote weigert medewerking aan overeengekomen verkoop van voormalige, door haar bewoonde echtelijke woning. De vorderingen van de ex-echtgenoot, waaronder de machtiging te gelde maken (artikel 3:174 BW), zijn toegewezen.
vaststellen omvang nalatenschap; weigerachtige houding informatie te verstrekken aan overige erfgenamen; onvoldoende gemotiveerde betwisting
Het gaat om een geldlening die niet is terugbetaald, vanwege spoedeisend belang is het bedrag teruggevorderd in kort geding. Gedaagde is verstek verleend.
Overeenkomst van geldlening, geen schenking. Opeisbaarheid; art. 7A:1798 niet van toepassing.
afwikkeling samenlevingsrelatie; gedeeltelijke aflossing onderlinge geldleningen; opeisbaarheid
Beheer vermogen familielid. Ongerechtvaardigde verrijking? Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:4814.
incasso vorderingen uit hoofde van verschuldigde commissie en geldlening; verjaring; opeisbaarheid
Kort geding. Vordering tot nakoming van de uit de koopovereenkomst van 1 mei 1999 voortvloeiende verplichting tot levering is verjaard, zodat de inschrijving van de koopovereenkomst van 1 mei 1999 niet (langer) het doel dient van het beschermen van het recht van gedaagde tot daad
Uitleg licentieovereenkomst. Schending exclusieve licentie. Geen rechtsgeldige ontbinding of beëindiging licentieovereenkomst.
616 Rv en 224 Rv. Beëindiging samenwerkingsovereenkomst Opeisbaarheid 6:38 BW. Boetebeding en matiging 6:94 BW.
Overeenkomst van geldlening, gesloten vóór 1 januari 2017. Partijen zijn ex-partners van elkaar. Zij hebben in de overeenkomst van geldlening de terugbetaling van het geleende geld niet geregeld. Er is door de geldlener een beroep gedaan op artikel 7A:1798 (oud) BW. Niet artikel
vruchtgebruik gelegateerde goederen. Opeisbaarheid legaat, art. 4:124 BW. Tijdsbepaling voor afgifte in legaat is geen tijdsbepaling in zin van art. 6:38 BW
Verjaring vordering tot terugbetaling uit leningsovereenkomst .
Uitleg schuldbekentenis. Verjaring deelbetaling. Deelbetaling houdt in het algemeen niet de erkenning in van meer dan wat daadwerkelijk is betaald (vgl HR 10 december 1993, ECLI:NL:HR:ZC1180). Dat is anders wanneer aan de deelbetaling correspondentie over een hoger, in termijnen
Verzoek terugkomen op eindbeslissingen en tussentijds appel afgewezen.
Een Vereniging van Eigenaars (VvE) van een appartementencomplex in Amsterdam moet een appartementseigenaar ruim 6.600 euro betalen als voorschot op de geleden schade na een lekkage.
Burengeschil. Kort geding. Spoedeisend belang. Het gevorderde verwijderen van de ‘boom’ is door de voorzieningenrechter afgewezen. Overwogen is dat in het kort geding, bij gebreke van voldoende vaststaande feiten, niet kan worden vastgesteld dat de betreffende beplanting een boom
Is er sprake van een geldlening? Is de vordering verjaard? Aanvang verjaringstermijn: voldoende aanwijzingen dat de lening niet direct opeisbaar was na verstrekking, zodat verjaringstermijn is aangevangen op de datum waarop schuldeiser voor het eerst heeft verzocht om aflossing.