Failliet Bowie heeft bij (stampand)akte een (bezitloos) pandrecht verstrekt op alle aan haar toebehorende roerende zaken, waaronder inventaris, machines en bedrijfsvoorraden, en op haar (handels)vorderingen ten gunste van moedervennootschap Bontrup. Verweer curator dat Bontrup ge
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:37 BW
Genoemd in 160 uitspraken · Officiële wettekst
160 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Tussenvonnis. Geschil na verwijzing. Faillissementsrecht. Verpanding vordering door middel van een verzamelpandakte. Komt debiteur van de verpande vorderingen een beroep op een opschortingsrecht toe jegens de pandhouder? Komt de debiteur van de verpande vorderingen een beroep op
Eiser is verzekeringnemer en eerste begunstigde onder stamrechtverzekering geworden na mededelingen van verzekeraar waarop hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Positie derde belanghebbende.
Kort geding. Geen spoedeisend belang meer. Schuldeisersverzuim. Geldvordering in kort geding.
Faillissementsrecht. Verrekening vordering opdrachtgever met verpande vorderingen van gefailleerde opdrachtnemer. Art. 53 Fw. Komt pandhouder beroep op art. 6:136 BW toe? Onzekerheidsexceptie (art. 6:37 BW). Hoor en wederhoor.
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht; goederenrecht. Pandhouder vraagt faillissement panddebiteur aan. Is pandrecht tenietgegaan omdat de vordering waarvoor het pandrecht is gevestigd niet meer bestaat?
Werkgever betaalt het loon te laat. Wettelijke verhoging verschuldigd. Het verweer dat werkgever niet wist aan wie hij moest betalen ivm een onderbewindstelling wordt verworpen.
Opzegging rekening-courantverhouding door bank in verband met de ontbinding van rechtspersoon-rekeninghouder. Omvang van de restschuld; opschorting op grond van artikel 6:37 BW.
Curator is gerechtigd vordering van failliet op derde te innen, omdat die vordering (anders dan gedaagde stelt) niet aan gedaagde is gecedeerd.Uitleg van bescheiden die voor faillissement zijn opgemaakt tussen failliet, gedaagde en de derde/schuldenaar.
Kort geding. Geschil binnen maatschap. Artikel 3:239 lid 1 BW. Openbaren van stille pandrechten toegestaan?
Artikelen 6:15 leden 2 en 3 BW en 6:38 BW. Kwalificatie terbeschikkingstelling geldbedrag (5.3). De vordering tot terugbetaling valt binnen de onverdeelde boedel van de ontbonden huwelijksgemeenschap(5.3). De geldlening is opeisbaar (5.4).
Rechtsgeldige vernietiging van cessie van toekomstige vordering op Stichting Beheer Derdengelden is grond van de pauliana (art. 3:45 BW). Relatieve werking van de pauliana (art. 3:45 lid 4 BW). Stichting Beheer Derdengelden heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens de schuldeiser
Afwijzing vordering A&D. Echtheid akte van cessie betwist. Akte van cessie levert, gelet op het bepaalde in de tweede volzin van artikel 159 lid 2 Rv, geen bewijs op.
Faillissementsrecht. Pauliana (art. 42 Fw). Wetenschap van benadeling; rechtshandeling in kader van reorganisatie om faillissement af te wenden. HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8493, NJ 2010/273 (ABN Amro/Van Dooren III). Rechtsverwerking.
Inlening van personeel; wie is contractspartij?
Facturing – opschorting betalingsverplichtingen – uitleg algemene voorwaarden m.b.t. de vaststelling van het oninbaarheidspercentage.
Vordering pandhouder op een van de vele debiteuren van pandgever. Verweer: vordering van pandhouder op pandgever is voldaan. Vordering van pandhouder is voor het overige irreëel. Nog geen rechterlijke uitspraak hierover gedaan. Comparitie van partijen. Deskundigenbericht?
Contractenrecht. Beroep op opschortingsrecht in verband met een achteraf ongegronde vordering van een derde, gebaseerd op de tussen partijen gesloten overeenkomst. Uitwerking van HR 21 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9610, NJ 2009/50 (Ammerlaan/Enthoven). Als gevolg van opschor
Contractenrecht. Koopovereenkomst en economische eigendomsoverdracht van onroerende zaak; contractuele rente over het niet betaalde deel van de koopprijs. Schuldeisersverzuim (art. 6:58 e.v. BW) van verkoper door niet het aanbod van de koper te aanvaarden om het restant te voldoe
Openbaar gemaakt stil pandrecht op vorderingen. Tussen pandgever en pandhouder is in geschil of de pandgever een schuld heeft aan de pandhouder en beiden eisen betaling van de debiteur. Debiteur betaalt vervolgens aan pandgever in plaats van aan pandhouder. Pandhouder eist daarop
Artikel 3:43 BW bepaalt dat rechtshandelingen die strekken tot verkrijging door (onder anderen) advocaten van goederen waarover een geding aanhangig is, nietig zijn. In het onderhavige geval heeft een partij een vordering aan (het kantoor van) haar advocaat stil gecedeerd voorafg
Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. Regresvordering borg. Art. 42 en 54 Fw. Verplichte rechtshandeling? Wetenschap van benadeling?
De schuldenaar worden toegerekend zodat zij op grond van art. 6:119b lid 7 BW ook na openbaarmaking door de bank van haar pandrecht geen wettelijke handelsrente verschuldigd is. De schuldenaar heeft vervolgens bevoegdelijk haar betalingsverplichting jegens de schuldeiser opgescho
Het gevorderde verbod op de executieveiling van de woning van eiser wordt afgewezen. Aannemelijk is dat eiser geen beroep op een opschortingsrecht toekwam zodat hij ten onrechte een hypotheekachterstand heeft laten ontstaan. Dit heeft tot een gerechtvaardigde opzegging van de hyp
art. 53 Fw; art. 3:94 lid 4 BW; art. 6:145 BW; toepasselijkheid Algemene Voorwaarden;