Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:2 lid 2 BW) dat de overeenkomst geheel ten nadele van Dexia teniet wordt gedaan. Immers, aannemelijk is dat de nietigheid van de overeenkomst in rechte niet aa
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:2 BW
Genoemd in 1.769 uitspraken · Officiële wettekst
1.769 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 23 · live
Dexia-zaak. Gedaagde laat verstek gaan. Vordering komt ongegrond voor. WCK-oud van toepassing. Richtlijnconforme interpretatie onder verwijzing naar HVJEG 4 oktober 2007, C-427-05. Capital Effect Maandbetaling nietig wegens strijd met art. 9-WCK-oud. Geen anticipatie op art. 1:23
Aldus is nog slechts één mogelijke oorzaak in debat, en wel het kennelijk onbehoorlijk bestuur door [appellant]. In het algemeen kan worden uitgegaan van het bestaan van causaal verband tussen het stelselmatig voeren van een ondeugdelijke administratie en het stelselmatig doen va
Dexia zaak
Dexia-zaak. WCK-oud van toepassing. Richtlijnconforme interpretatie onder verwijzing naar HvJEG 4 oktober 2007, C-429/05. WinstVerDriedubbelaar nietig wegens strijd met art. 9 WCK-oud. Geen anticipatie op art. 1:23 Wet op het financieel toezicht. Iedere partij dient helft van de
Dexia-zaak. Overeenkomst nietig wegens ontbreken vergunning ex art. 9 WCK-oud. Verdelingsmaatstaf restschuld en betaalde rente o.g.v. art. 6:2 lid 2 BW: ieder 50%.
Dexia-zaak. Overeenkomst nietig wegens ontbreken vergunning ex art. 9 WCK-oud. Verdelingsmaatstaf restschuld en betaalde rente o.g.v. art. 6:2 lid 2 BW: ieder 50%.
Verzekeringsrecht. Beroep op vervalbeding in algemene voorwaarden verzekeraar, beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid; overgang verzekerd belang (wijziging organisatie verzekerde); omvang mededelingsplicht verzekerde; hoger beroep, passeren van bewijsaanbod.
Effectentransactie. Toepasselijkheid WCK-oud.
Effectentransactie. Toepasselijkheid WCK-oud.
Effectentransactie. Toepasselijkheid WCK-oud.
Moord, finaal verrekenbeding, redelijkheid en billijkheid.
CWK oud
CWK oud
asbest; verjaring?; onrechtmatig handelen producent?; waarschuwen?; causaal verband?
Erfrecht. Afgewezen vordering tot afgifte door de kinderen/enig erfgenamen van erflater aan zijn tweede vrouw van het legaat op hun voormalig echtelijke woning tegen inbreng van de waarde per datum van het overlijden van erflater wegens strijd met eisen van redelijkheid en billij
Onteigeningszaak. Geschil tussen gemeente en (appartements)eigenaar van onteigende percelen over berekening van schadeloosstelling ter zake van prostitutiepanden c.a. bij de onteigening ter uitvoering van een stadsvernieuwingsplan strekkende tot uitbanning van raamprostitutie (81
Het gaat in dit kort geding, samengevat weergegeven, om het volgende. [appellant], geboren op 5 september 1961, heeft tot 1983 gewoond in zijn ouderlijk huis, een boerderij gelegen aan de [adres]. In 1967 heeft zijn vader het erf rondom de boerderij verhard met asbesthoudend bedr
toepasselijkheid CAO na overgang van onderneming, nawerking, verjaring, rechtsverwerking en "ne bis in idem" ivm schikking
Verjaring. Vochtoverlast. Mandeligheid van een scheidingsmuur tussen twee belende percelen. De vordering is verjaard nu er meer dan 20 jaren verstreken zijn vanaf de dag na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt en de datum der dagvaarding. Geen sprake van stuitingshand
Aansprakelijkheidsrecht. Bevrijdende verjaring, bekendheid art. 3:310 lid 1 BW, ‘civiel plafond’ staat in de weg aan regres door UWV/ABP op de voor verkeersongeval aansprakelijke persoon.
Geldlening van f 50.000,-. Overeenkomst volgens geldlener in strijd met WCK wegens bedrijfsmatig krediet verlenen zonder vergunning. Geldverstrekker betwist bedrijfsmatig krediet verlenen. Beoordeling aan de hand van de gestelde omstandigheden, nog geen zekerheid. Geldlener wordt
Verjaring van een vordering uit onrechtmatige daad door verloop van een termijn van 20 jaren (artikel 3:310 lid 1 BW). Beroep op verjaring kan, in het licht van alle omstandigheden van het geval, niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geacht. B
In deze zaak dient te worden beslist aan wie het onder de notaris berustende depotbedrag toekomt.
Verjaring naar het oordeel van de rechtbank derogeert de bijzondere regeling van artikel 10 lid 5 WAM aan de algemene regeling ter zake van stuiting in het Burgerlijk Wetboek. Deze algemene regeling geldt dus in het onderhavige geval niet. Volgens vaste jurisprudentie is voor de