24 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/295HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. AMSTELIMMO B.V., 2. CHIDDA VASTGOED B.V., beide gevestigd te Amsterdam, EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. J.P. Heering, t e g e n DE GEMEENTE AMSTERDAM, gevestigd te Amster
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:259 BW
Genoemd in 57 uitspraken · Officiële wettekst
57 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Goederenrecht. Erfdienstbaarheden. Erfdienstbaarheid van weg ten behoeve van perceel waarop thans een schoolgebouw is gevestigd, dat mede gelegen is op een aan het heersend erf grenzend perceel. Omvat de erfdienstbaarheid ook gebruik ten behoeve van dit aangrenzend perceel? HR 31
Erfdienstbaarheid. Opheffing wegens ontbreken van redelijk belang (art. 5:79 BW). Aard van die maatstaf en verhouding tot misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Hernieuwd onderzoek naar de totstandkomingsgeschiedenis van art. 5:79 BW en andere onderdelen van titel 6 van Boek 5
Vordering tot ontbinding kwalitatieve verplichting rustend op horecapand afgewezen. Niet open mogen zijn op zondag niet in strijd met algemeen belang, maar individueel belang kopers. Kerkgenootschap c.s. heeft redelijk belang bij handhaving van kwalitatieve verplichting omdat één
Kettingbeding met verplichting om gas, water en elektriciteit van Jachthaven af te nemen. Geen vrije keuze energieleverancier. Nietigheid in verband met strijd met van bepalingen uit de Elektriciteitswet en de Gaswet. Jachthaven is zowel netbeheerder als leverancier van energie e
Nakoming kwalitatieve verplichting en kettingbeding in akte levering Kloosterkapel; gebruik van de Kloosterkapel na verkoop en levering van het Kloostercomplex door Congregatie; uitleg van het in de kwalitatieve verplichting opge¬nomen begrip ‘enige vorm van horeca’ en uitleg boe
Kettingbeding; art. 6 lid 1 en lid 2, art. 7 lid 1 Mededingingswet; 6:248 lid 2 BW; 6:259 lid 1 onder a en b en lid 2 BW. Geen redelijk belang in de zin van artikel 6:259, lid 1 onder b BW bij handhaving van het kettingbeding, volgt ontbinding.
Tariefbeperkend beding met betrekking tot levering rtv-pakketten via kabel in privaatrechtelijke overeenkomst tussen gemeente Hilversum en UPC. Hof voornemens prejudiciële vragen te stellen: is gemeente ook gebonden aan de unietrouw (art. 4, lid 3, VEU) als zij handelt in een pr
6:259 BW, 6:252 BW, 5:79 BW, 3:13 BW. Ontbinding kwalitatieve verplichting, boetebeding, kettingbeding, redelijk belang, misbruik van bevoegdheid
Voeging hoofdzaken met ieder een vrijwaring en ondervrijwaring. Uitleg van een bepaling in de koopovereenkomst. Haviltex. Artikel 6:259 lid 1 sub b BW. Afwijzing vorderingen in de hoofdzaak. Vorderingen in vrijwarings- en ondervrijwaringszaken evenmin toewijsbaar.
Voeging hoofdzaken met ieder een vrijwaring en ondervrijwaring. Uitleg van een bepaling in de koopovereenkomst. Haviltex. Artikel 6:259 lid 1 sub b BW. Afwijzing vorderingen in de hoofdzaak. Vorderingen in vrijwarings- en ondervrijwaringszaken evenmin toewijsbaar.
Voeging hoofdzaken met ieder een vrijwaring en ondervrijwaring. Uitleg van een bepaling in de koopovereenkomst. Haviltex. Artikel 6:259 lid 1 sub b BW. Afwijzing vorderingen in de hoofdzaak. Vorderingen in vrijwarings- en ondervrijwaringszaken evenmin toewijsbaar.
Voeging hoofdzaken met ieder een vrijwaring en ondervrijwaring. Uitleg van een bepaling in de koopovereenkomst. Haviltex. Artikel 6:259 lid 1 sub b BW. Afwijzing vorderingen in de hoofdzaak. Vorderingen in vrijwarings- en ondervrijwaringszaken evenmin toewijsbaar.
Voeging hoofdzaken met ieder een vrijwaring en ondervrijwaring. Uitleg van een bepaling in de koopovereenkomst. Haviltex. Artikel 6:259 lid 1 sub b BW. Afwijzing vorderingen in de hoofdzaak. Vorderingen in vrijwarings- en ondervrijwaringszaken evenmin toewijsbaar.
Voeging hoofdzaken met ieder een vrijwaring en ondervrijwaring. Uitleg van een bepaling in de koopovereenkomst. Haviltex. Artikel 6:259 lid 1 sub b BW. Afwijzing vorderingen in de hoofdzaak. Vorderingen in vrijwarings- en ondervrijwaringszaken evenmin toewijsbaar.
Partijen zijn buren van elkaar. Hun rechtsvoorgangers hebben bij notariële akte kwalitatieve verplichtingen gevestigd. Volgens eisers heeft gedaagde een aantal daarvan geschonden. Eisers vorderen in conventie nakoming van de kwalitatieve verplichtingen. In (voorwaardelijke) recon
vordering tegen gemeente afgewezen omdat zij geen partij was bij kwalitatieve verplichting in notariële akte en omdat appellant geen partij was bij eerder door de gemeente bedongen kettingbeding
tussenvonnis; vordering tot ontbinding kwalitatieve verplichting (art. 6:252 BW en art. 6:259 BW); niet alle schuldeisers bij de nakoming van de kwalitatieve verplichting in procedure opgeroepen; alsnog gelegenheid om op te roepen conform art. 118 Rv
Huurovereenkomst woonruimte, gebreken, toegang tot het gehuurde
Geschil exploitant bungalowpark en diverse eigenaren vakantiewoningen over afdracht provisie i.v.m. boekingsovereenkomsten. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:2068.
vordering tot opheffing zelfbewoningsverplichting als kettingbeding; toepassing van art. 6:259 lid 1 sub b BW
Kettingbeding opgenomen in appartementsrecht van recreatiewoning. Uitleg kettingbeding. Als bepalingen in het kettingbeding al moeten worden beschouwd als algemene voorwaarden zijn zij niet onredelijk bezwarend.
Gewezen echtelieden. Echtscheidingsconvenant. Huurovereenkomst of bruikleenovereenkomst.
Tijdelijke ontheffing zelfbewoningsplicht; belangenafweging; artikel 6:259 BW
Verkoop percelen weiland. Geschil over verplichtingen voortvloeiende uit kettingbeding in leveringsakte. Rechtsopvolging. Kettingbeding en de daaraan onderhevige verplichtingen zijn geschreven ten behoeve van verkoper en daarmee is beoogd de positie van derden te bepalen. Uitleg.