Pensioenrecht. Pensioenregeling overgedragen aan pensioenverzekeraar wegens liquidatie pensioenfonds. Werkgever verplicht zelfde ‘perspectief’ op indexatie in stand te laten? Nakoming pensioenovereenkomst; eisen goed werkgeverschap (art. 7:611 BW), ongelijke behandeling (art. 58
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:248 BW
Genoemd in 5.399 uitspraken · Officiële wettekst
5.399 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Vervolg op HR 24 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:114. Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid. Passend en noodzakelijk middel.
Collectieve actie wakkerpolis tegen NN over beleggingsverzekeringen (universal life). Eerste kosten. Voor de polissen vanaf 1994 is er in principe voldoende contractuele basis voor het in rekening brengen. Door de manier van in rekening brengen, zou tussentijdse beëindiging van d
Belanghebbende is directeur en (middellijk) enig aandeelhouder van een BV. Hij is ook de enige werknemer van deze BV. Het tussen de BV en belanghebbende overeengekomen (bruto)loon bedroeg in de jaren 2006 tot en met 2010 € 99.000. De BV heeft een daarmee corresponderend nettoloon
Is de bank aansprakelijk jegens medeschuldenaar en (indirect) grootaandeelhouder van haar kredietnemer door de laatste tranche van een toegezegde lening niet te verschaffen, waarna de kredietnemer failliet ging? Toepasselijke maatstaf jegens kredietnemer respectievelijk jegens me
Vorderingen uit hoofde ledenlening en participatiereserve coöperatie FloraHolland rechtsgeldig verpand? Uitleg statuten. Artikel 3:83 lid 2 BW beding goederenrechtelijke werking. HR Coface/Intergamma. Bestaande vorderingen op datum faillissement.
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht, procesrecht. Concurrentiebeding in overeenkomst van onderaanneming. Juiste uitlegmaatstaf toegepast? Had het hof een inhoudelijk p-v van de pleitzitting moeten afgeven?
Arbeidsrecht. Vordering tot doorbetaling loon; verplichting van werknemer tot acceptatie van voorstel werkgever tot wijziging van zijn functie in verband met overname onderneming van werkgever; toepassing van de aan art. 7:611 BW ten grondslag liggende maatstaf dat werkgever en w
Arbeidsrecht. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst; matiging loonvordering, art. 7:680a BW geeft de rechter geen matigingsbevoegdheid in een geval waarin loonvordering niet samenhangt met vernietiging opzegging maar gegrond is op doorlopen van overeenkomst na veronderstelde beëi
Huurrecht woonruimte. Art. 7:231 lid 2 BW. Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst na sluiting van woning door burgemeester o.g.v. art. 13b Opiumwet. Is buitengerechtelijke ontbinding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:248 lid 2 BW), mi
Beëindiging bankrelatie op grond van artikel 5 lid 3 Wwft, het niet kunnen afronden van cliëntenonderzoek, en artikel 35 ABV. Toetsing aan zorgplicht bank en artikel 6:248 lid 2 BW. Invloed van grondrechten op die toetsing.
Art. 6:265 lid 1 BW. Redelijkheid en billijkheid. Ontbinding door huurder van een huurovereenkomst wegens tekortschieten van de verhuurder. Contractuele bevoegdheid om de huurovereenkomst per direct te ontbinden. Toetsing aan de zogenoemde tenzij-bepaling. Is de tenzij-bepaling i
Beroep op exoneratiebeding onaanvaardbaar? Grenzen rechtsstrijd na cassatie.
Verbintenissenrecht; procesrecht; opzegging duurovereenkomsten, afwikkeling relatie, causaal verband tekortkomingen en onrechtmatige daad en schade, toepassing HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, NJ 2018/98 (Goglio/SMQ Groep); grenzen rechtsstrijd
Uitleg koopovereenkomst appartement dat verkocht is als woning maar bedrijfsbestemming heeft. Bestemming komt voor risico van de koper volgens standaard NVM koopakte.
Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Geldlening. Reikwijdte van het leerstuk rechtsverwerking. Begrijpelijkheid van het oordeel over de vraag of de bedongen samengestelde rente in strijd is met de goede zeden. Zorgplicht van de kredietverstrekker. Matiging van de openstaande sch
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid. Ontslag(besluit) inzake stichtingbestuurder.
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Financieel recht. Mocht bank de bankrelatie opzeggen? Peilmoment toetsing. Weigering tot afgifte van proces-verbaal na pleidooi.
De Rabobank handelde volgens de rechtbank niet onzorgvuldig toen zij het krediet beëindigde van een vennootschap, die daarna failliet ging.
Renteswap. Bank mocht renteopslagen verhogen. Rentevisie juni 2008 met betrokkene moeten delen. Uitlaten over omvang schade.
Bodemzaak. Maatstaf bij toetsing door de rechter van buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst na ‘burgemeesterssluiting’ o.g.v. artikel 7:231, lid 2 BW: “misbruik van bevoegdheid, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar”. Dit is een andere maatstaf d
Maaltijdbezorging die door de bezorgers voor Deliveroo worden uitgevoerd, valt onder de werkingssfeer van de cao.
Verhuiskostenvergoeding toegewezen bij wisselwoning.
De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (artikel 392 Rv) naar aanleiding van het beroep op dwaling met betrekking tot een met een bank overeengekomen rentederivaat. De vragen zien op de omvang van mededelingsplicht van artikel 6:228 lid 1 onder b BW (verhouding to
De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (artikel 392 Rv) naar aanleiding van het beroep op dwaling met betrekking tot een met een bank overeengekomen rentederivaat. De vragen zien op de omvang van mededelingsplicht van artikel 6:228 lid 1 onder b BW (verhouding to