Aansprakelijkheidsrecht. Verzekeringsrecht. Een fietser overkomt een ongeval bij werkzaamheden langs een fietspad. De verzekeraar van de betrokken aannemer vergoed schade aan het slachtoffer. De gesubrogeerde verzekeraar vordert vervolgens dat de opdrachtgever de aannemer dient t
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:248 BW
Genoemd in 5.399 uitspraken · Officiële wettekst
5.399 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht, arbeidsrecht; pensioenrecht. Afbouw werkgeversbijdrage in premie particuliere ziektekostenverzekering van ge(pre)pensioneerde voormalige werknemers in verband met invoering Zorgverzekeringswet. Art. 6:248 en 258 BW. Procesrecht; nieuwe grief
Verzekeringsrecht. Onrechtmatige daad. Exoneratie. BBr.
Art. 81 lid 1 RO. Verzekering binnenvaartschip, weigering uitkering, schade verband houdende met niet-naleving veiligheidsvoorschriften Reglement Cascoverzekering Binnenvaart.
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Brandschade aan gebouwencomplex. Vergoeding van verkoopwaarde of herbouwwaarde? Uitleg verzekeringsovereenkomst. Indemniteitsbeginsel.
geen vorderingsgerechtigdheid vennoot van vof op medevennoot.verwijzing naar HR 17-12-93, NJ 94,301; vervreemden alle activa en passiva van vof door vennoot geen gebruikelijke beheers- of beschikkingshandeling; tegenstrijdig belang
arbeidsongeschiktheidsverzekering, verjaring
Opzegging swaptransactie, zorgplicht bank
Vrachtvordering bij internationaal zeevervoer. Uitleg overeenkomst. Geen vergoeding van valutaschade door beweerdelijk te laat afgeven "Freight Prepaid B/L omdat geen sprake was van verzuim. Geen matiging bij vrachtvordering. Verval enkele tegenvorderingen.
Kredietopzegging. Als gevolg van beëindiging rentevaste leningen werden appellanten ruim € 122.000,- aan boeterente verschuldigd. Beëindiging in de omstandigheden van dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Derogerende werking redelijkheid en billijkheid; opeisbaarheid van advocatenfacturen na intrekking toevoeging. Advocaat heeft voor cliënt op basis van een toevoeging werkzaamheden verricht in het kader van een juridische procedure. De uitkomst van die procedure heeft tot gevolg g
Indiensttreding bij nieuwe werkgever die pand en inventaris oude werkgever overneemt/geen overgang van onderneming/keuzemoment voor werknemer / indiensttreding tegen gelijke arbeidsvoorwaarden/proeftijdbeding in CAO van toepassing?/vertrouwen werknemer/artikel 6:248 lid 2 BW/geen
Kan de Ontvanger worden gedwongen mee te werken aan een buitengerechtelijk akkoord? Maatstaf van HR 12 augustus 2005, LJN: AT7799.
Huwelijksvermogensrecht, afwikkeling finaal verrekenbeding.
Voorzieningenrechter wijst vordering verbod verhoging opslag op rente af. Betekenis kernbeding in art. 6.231 BW Bevoegdheid tot wijziging van opslag op rente in Algemene Voorwaarden is geen kernbeding
Concurrentiebeding in franchiseovereenkomst. Toetsing aan artikel 6:248 lid 2 BW.
Bindend advies met betrekking tot waardebepaling aandelenbelang; vaststellingsovereenkomst. Art. 7:401 BW; onpartijdigheid; hoor en wederhoor; tekortkoming in nakoming opdracht. Art. 7:904 lid 1 BW; aansprakelijkheid bindend adviseur; recht op honorarium; beroep op exoneratieclau
Ontslag op staande voet, vernietiging beëindigingsovereenkomst wegens dwaling aan zijde werkgever.
Bank verleent (concern)krediet, waarbij dochterondernemingen van moedermaatschappij zich als hoofdelijk medeschuldenaar hebben gesteld. Na stopzetting van het krediet en uitwinnen van zekerheden gaat de moedermaatschappij failliet. Curator dient bij de dochterondernemingen regres
Eenzijdig beëindigen van een ziektekostenbijdrage aan gepensioneerden. Artikel 7:613 BW
Vordering van bank uit hoofde van kredietovereenkomst grotendeels afgewezen. Bank is tekortgeschoten in zorgplicht jegens 18-jarige vrouw, die samen met partner van 35 jaar oud kredietovereenkomst heeft gesloten. Grootste deel van geleende bedrag is aangewend voor aflossing van s
Beroepsfout advocaat; aansprakelijkheid schade, vaststelling hoogte schade, eigen schuld, exoneratiebeding, matiging.
Kettingbeding; art. 6 lid 1 en lid 2, art. 7 lid 1 Mededingingswet; 6:248 lid 2 BW; 6:259 lid 1 onder a en b en lid 2 BW. Geen redelijk belang in de zin van artikel 6:259, lid 1 onder b BW bij handhaving van het kettingbeding, volgt ontbinding.
Hypotheekrentevorm met variabele rente. Variabele rente niet gekoppeld aan de Euribor-rente. Beleidsvrijheid bank bij vaststelling van het variabele rentetarief.
Beroep op artikel 6:248 lid 2 BW met betrekking tot een pensioenbeding in een echtscheidingsconvenant wordt gehonoreerd.