Eenzijdige wijziging van een collectieve arbeidsvoorwaarde ex artikel 7:613. Zwaarwichtig belang.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:248 BW
Genoemd in 5.399 uitspraken · Officiële wettekst
5.399 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 118 · live
Onrechtmatig handelen; strijd met een concurrentiebeding uit een managementovereenkomst. Toetsing aan art. 6:248 lid 2 BW.
terugvordering onterecht genoten personeelskorting na einde dienstverband; beroep op art 6:248 lid 2 BW
Rechtsvermoeden bestaan van een arbeidsovereenkomst ex art 7:610 a BW niet weergelegd.
Agentuurovereenkomst niet aangenomen, nu op eigen naam en voor rekening werd gehandeld.
Opzegging door bank van hypothecaire leningen.
Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Zorgplicht.
Arbeidsrecht. Faillissement. Opzegging arbeidsovereenkomst met directeur (niet zijnde statutair bestuurder) door curator op de voet van art. 40 F. Arbeidsovereenkomst niet eerder op andere wijze tot een einde gekomen. Geen situatie als bedoeld in HR 15 april 2005, LJN AS2713, NJ
Art. 81 RO. Totstandkoming en uitleg huwelijkse voorwaarden; algehele uitsluiting; geen pensioenverevening.
Nakoming overeenkomst gesloten tussen een zzp'er en een bemiddelingsbureau. Rol derde-hoofdaannemer aan wie zzp'er wordt uitbesteed. Dwaling. Opzegging/uitleg overeenkomst. Overmacht. Nakoming onmogelijk. Geldvordering.
Eiseres heeft aan haar geldvordering ten grondslag gelegd dat Kingspan toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, omdat de door Kingspan geleverde panelen niet de eigenschappen bezitten die eiseres op basis van de overeenkomst moc
Werknemer wil hogere schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag dan kantonrechter op grond van gevolgencriterium heeft toegewezen. Geen valse of voorgewende reden. Geen reden tot toekenning van hogere vergoeding op grond van gevolgencriterium. Vordering wegens niet geno
Art. 7:228 lid 2, opzegging huurovereenkomst voor onbepaalde tijd; niet slechts toetsen aan misbruik van bevoegdheid, maar aan redelijkheid en billijkheid.
Nu een dochteronderneming van de werkgever de werknemer gedurende een aantal jaren als timmerman heeft ingeleend, heeft de werkgever gelet op alle relevante omstandigheden voldoende inzicht verkregen in de hoedanigheden en geschiktheid van de werknemer. Er is sprake van opvolgend
Beding in algemene voorwaarden op grond waarvan bij invordering volledige gerechtelijke kosten zijn verschuldigd. Niet onredelijk bezwarend en evenmin in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Kredietovereenkomst. Terhandstelling algemene voorwaarden. Op de overeenkomst is vermeld dat kredietnemer kennis heeft genomen van de algemene voorwaarden en een exemplaar daarvan heeft ontvangen. Mede gelet op de totstandkoming van de overeenkomst is geen sprake van een partijve
Art. 81 RO. Koopovereenkomst; vaststellingsovereenkomst. Bewijsopdracht, bewijslastverdeling.
Overeenkomstenrecht. Onderhandelingen met gemeente. Verplichting tot dooronderhandelen? Totstandkoming overeenkomst onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door college van B&W? Betekenis van art. 160 lid 1, aanhef en onder e, Gemeentewet. Toepasselijkheid art. 6:23 lid 1 B
Bouwbedrijf vordert op grond van een planschadeovereenkomst met particulier betaling van de door een particulier van de gemeente ontvangen planschadevergoeding. Beroep van particulier op de artikelen 3:35 BW (wil en verklaring), 3:40 BW (strijd met openbare orde of goede zeden) e
Verrekening. Beroep op verrekening gepasseerd (6:136 BW). Gegrondheid kan niet eenvoudig worden vastgesteld omdat eiser beroep heeft gedaan op eigen verrekeningsbevoegdheid. Beroep op verrekening onaanvaardbaar (6:248 lid 2 BW).
De rechtbank zal de vordering tot betaling wegens de borgtocht bij eindvonnis afwijzen. Wat de geldlening betreft verschillen partijen van mening of de tussen hen gesloten overeenkomst van geldlening is geëindigd. Heineken stelt dat deze niet is geëindigd en maakt daarom aanspraa
Is exclusieve leveringsverplichting van tuinder jegens tuinbouwveiling in strijd met mededingingsrecht. Oneigenlijk boetebeding.
Loonvordering gebaseerd op art. 7:668a lid 1 en 2 BW. Geen matiging loonvordering ex art. 7:680a BW maar krachtens art. 6:248 lid 2 BW.
Terugvordering teveel betaalde huur in na uitspraak huuradviescommissie.
Geslaagd beroep op het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 lid 1 sub c BW. Uitleg overeenkomst. Gedaagde sub 2 is met eiseres geen overeenkomst van geldlening aangegaan maar heeft zich als hoofdelijk medeschuldenaar dan wel als borg verbonden voor de nakoming van een overeenkom