Uitleg van echtscheidingsconvenant dat tot stand is gekomen onder leiding van beide advocaten van partijen. Is daling inkomen vrouw in casu onaanvaardbaar. Niet aannemelijk dat convenant tot stand is gekomen met grove miskenning van de wettelijke maatstaven. Beroep op verjaring n
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:248 BW
Genoemd in 5.399 uitspraken · Officiële wettekst
5.399 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 45 · live
Jur. kwalificatie stornering bij automatische incasso in het licht van WorldXChange-arrest - in casu sprake van ontbreken storneringsbevoegdheid - Curator heeft onvoldoende gesteld om vordering niettemin toe te wijzen.
Tussen partijen is niet in geschil dat de schade vanwege het fokverbod door [appellante sub 2] is geleden en dat het derhalve deze rechtspersoon is die in beginsel gerechtigd is tot de door de Staat uit te betalen schadevergoeding. Partijen verschillen van mening over de hoogte v
Geschil tussen ex-echtelieden over de terugbetaling van een door (de man als beherend vennoot in) een CV van de vrouw geleende geldsom, aanvangstijdstip van termijn bevrijdende verjaring.
Ongeval op weg naar het werk. Werkgever niet gehouden tot schadevergoeding.
Kern van het geschil is of Akzo als werkgever aansprakelijk is voor door [appellant] opgelopen letselschade tijdens een verkeersongeval, waarbij [appellant] zijn eigen auto bestuurde en een gedeelte van de schade voor zijn rekening is gebleven omdat hij ten tijde van het ongeval
Aansprakelijkheid werknemer voor schade aan werkgever, verkeersongeval van taxichauffeur tijdens de uitoefening van werkzaamheden, negeren verkeersbord (inrijverbod) en wegafzetting, opzet of bewuste roekeloosheid in de zin van art. 7:661 lid 1 BW, gelijke uitleg van het begrip “
Nu hiervoor in rov. 4.2.2 en 4.2.5. is vastgesteld dat [appellant] en [huurder] tot aan de ontbinding van de huurovereenkomst bij het verstekvonnis van 21 februari 2001 gezamenlijk huurders van de woning waren, is [appellant] evenals [huurder] (hoofdelijk) aansprakelijk voor de n
12 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/151HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, adv
26 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/266HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging ANTHEA YACHTING COMPANY LIMITED, gevestigd te Gibraltar, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n ABN
-
-
-
-
-