Geschil tussen tuincentrum en gemeente Assen over de verplaatsing van het tuincentrum naar een andere locatie.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:23 BW
Genoemd in 406 uitspraken · Officiële wettekst
406 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
KG; voorwaarde voor contractsovername in vervulling gegaan?; beroep op redelijkheid en billijkheid; art. 6:23 BW
Huur; nadere overeenkomst; bewijs dat partijen uitdrukkelijk de bedoeling hadden huurders het recht te geven de huurovereenkomst te beëindigen in het geval zij een achterstand lieten ontstaan in de betaling van de huur; vergoeding.
Geschil over borgtochtovereenkomst. Zorgplicht bank.
IPR; rechtsmacht. Voorlopige maatregel idzv 31 EEX-vo? Geen omstandigheden ogwv modaliteiten en voorwaarden moeten worden vastgesteld die het voorlopige en bewarende karakter van maatregelen garanderen.Uitleg call optie in aandeelhoudersovereenkomst.
Uitleg garantie en artikel 6:23 BW. Garantieovereenkomst: wettelijke rente 6 :119 BW van toepassing (geen handelsovereenkomst).
ruil overeenkomst gemeente-particulier; vaststelling bestemmingsplan zoals afgesproken in de overeenkomst?
Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten betreffende een onroerend goed onder de ontbindende voorwaarde dat Raad van Bestuur van de moedermaatschappij van koper voor een bepaalde datum toestemming dient te verlenen. Koper stelt zich op het standpunt dat de koopovereenkomst i
uitleg ontbindende voorwaarde
Koop woning. Inroepen financieringsbehoud. Positie van makelaar is niet die van gevolmachtigde van de verkoper. Het inroepen van het financieringsbehoud beantwoordt niet aan de daaraan te stellen (documentatie)eisen, zodat de ontbindingsverklaring geen gevolg heeft. Volgt toewijz
Art. 81 lid 1 RO. Opeisbaarheid geldlening voor afloop van de termijn waarvoor deze was aangegaan. Geen misbruik van omstandigheden bij totstandkoming van de overeenkomst, art. 3:44 BW. Uitleg overeenkomst, geen oneerlijk beding. Feitelijke grondslag en ambtshalve aanvulling van
Aanspraak op uitoefening aanspraken uit hoofde van verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden ontzegd vanwege betrokkenheid bij moord op echtgenoot.
Ontbindende voorwaarde in overeenkomst.
Art. 81 lid 1 RO. Koop onroerende zaak. Beroep kopers op financieringsvoorbehoud. Verschuldigdheid contractuele boete.
Koop onroerende zaken. Ontbindende voorwaarden. Beroep op art. 6:23 lid 2 BW terecht?
Parate executie. Onderhandse verkoop door hypotheekhoudende bank onder ontbindende voorwaarde van toestemming van de voorzieningenrechter. Tussentijdse zuivering van het tot de executie aanleiding gevende verzuim door de rechthebbende op het verbonden goed. Maatstaf van art. 6:23
Koopovereenkomst woning. Gedaagde heeft terecht en op de juiste wijze ontbindende voorwaarde ingeroepen. Hij is geen contractuele boete verschuldigd.
Koopovereenkomst. Ontbindende voorwaarde vervuld. Op de verkoper rust de verplichting tot terugbetaling van de koopprijs. Nu partijen dat niet zijn overeengekomen, brengt de overeengekomen terugwerkende kracht tot het tijdstip van het aangaan van de koop niet mee dat verkoper van
Kort geding, executiegeschil, gestelde kennelijke misslag in de bewijswaardering, na niet ontvankelijk verklaard tussentijds appel van een tussenvonnis is geen tweede appel van dat vonnis mogelijk en is ook het hof aan dat vonnis gebonden. De voorzieningenrechter overweegt dat de
Koop van een woning. Uitleg van ontbindende voorwaarde in koopovereenkomst. Op basis van die uitleg conclusie dat de ontbindende voorwaarde niet is vervuld. Voor zover toch van een andere uitleg zou moeten worden uitgegaan, kan koper zich naar maatstaven van redelijkheid en billi
-
Ontbindende financieringsvoorwaarde kantoorvilla
artikel 6:23 BW; beroep op ontbindende voorwaarde in strijd met de redelijkheid en billijkheid?; niet voldaan aan stelplicht
Het hof is van oordeel dat, nu de koopovereenkomst is ontbonden, [appellant] de gehele door [geïntimeerde] betaalde koopsom dient terug te betalen. De koopsom is immers door [geïntimeerde] op een geblokkeerde rekening van [gemachtigde] betaald ter doorbetaling aan [appellant] .
Appellant sub 1 is in 1999 opgericht als pensioenvoorziening voor appellant sub 2 in privé. De vennootschap appellant sub 1 bezat geen vermogen anders dan het oprichtingsvermogen. Pas nadat appellant sub 2 bij A in dienst was getreden, zijn er gelden gestort in de vennootschap. D