Vervolg na terugverwijzing van HR 23-4-2010 - LJN: BL3267, NJ 2010, 244. Toepassing van criteria of een voorwaarde gesteld bij de aanvaarding van een koopoptie gebruikelijk en redelijk was.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:225 BW
Genoemd in 268 uitspraken · Officiële wettekst
268 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Verzekeringsrecht, levensverzekeringsovereenkomst met winstaandeel. Eiser heeft een motorongeluk gehad. Gedaagde gaat niet tot uitkering over met een beroep op uitsluitingsclausules in de polisvoorwaarden. In haar tussenvonnis van 24 januari 2007 heeft de rechtbank - kort gezegd
In schriftelijke koopovereenkomst met betrekking tot een Maserati staat een derde als koper vermeld en partijen, een professioneel autoverkoopbedrijf en een natuurlijk persoon (X), spreken af dat eiseres de factuur naar die derde zal sturen. Die derde laat vervolgens aan eiseres
non-concurrentiebeding in samenwerkingsovereenkomst. Afgebroken onderhandelingen.
Totstandkoming koopovereenkomst. Exclusief recht van koop. Afbreken onderhandelingen.
Aanbod + aanvaarding = overeenkomst. Dat is de eenvoudige regel die wet stelt voor het ontstaan van een overeenkomst. Maar zo simpel is het vaak niet. In deze zaak blijkt dat het moeilijk wordt wanneer de "aanvaarding" eigenlijk een nieuw aanbod is.
Is verhuurder tekortgeschoten in zijn verplichting het gehuurde te koop aan te bieden aan huurder?
Verzekering voor bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid Eiser heeft vordering op rechtspersoon en maakt de bestuurder een persoonlijk verwijt van de gang van zaken bij de (inmiddels failliete) rechtspersoon, waardoor aandelen die aan eiser geleverd hadden moeten worden e
Vaststelling wie contractpartijen zijn. Beroep op art.6:89 BW, geslaagd i.v.m. te late melding van omvang schade en in te zetten rechtsgevolg.
Aan de subsidiaire vordering tot dooronderhandelen ligt de stelling ten grondslag dat het [geïntimeerden] ná 4 december 2007 niet meer vrij stond zich terug te trekken uit de onderhandelingen met Haerzathe c.s. over een te sluiten koopovereenkomst, omdat Haerzathe c.s. er gerecht
Bevoegdheidsincident. Vraag of partijen arbitrageovereenkomst hebben gesloten dient, bij gebreke van toepasselijke IPR- en EPR-Verdragen te worden beantwoord aan de hand van overige regels van Nederlands internationaal privaatrecht. Van het aanbod afwijkende aanvaarding (6:225 li
De borgstelling van 19 augustus 1999 is destijds door [appellant] onvoorwaardelijk afgegeven. De toestemming van de echtgenote bij deze borgstelling is toen, in augustus 1999 niet van enige voorwaarde voorzien. De opmerkingen van [appellant] bij de wijzigingsovereenkomst van apri
Geschil over een overeenkomst betreffende een hotelschip ten behoeve van de beurs Baselworld 2007. De overeenkomst waarbij een binnenschip, anders dan bij wijze van rompbevrachting, als hotelschip ter beschikking wordt gesteld is een overeenkomst als bedoeld in artikel 8:991 BW.
Daarmee was, aldus [geïntimeerden], het bod van [appellant] van € 520.000,-- door de verkopers aanvaard en de koop gesloten. [appellant] betwist gemotiveerd op 16 oktober 2005 te zijn gebeld door [A.] met de vraag of zijn bod van € 520.000,-- 'nog stond' en dat hij daarop bevesti
12 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/084HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. H.H. Barendrecht, t e g e n [de man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advoc
-
-