Vonnis in verzet, termen aanwezig voortzetting mondelinge behandeling, verzoek tot verstrekken informatie.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:219 BW
Genoemd in 120 uitspraken · Officiële wettekst
120 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Geen mondelinge koopovereenkomst tot stand gekomen, geen onrechtmatige beëindiging onderhandelingen of schending waarschuwingsplicht.
Tussenvonnis, exceptio plurium litis consortium, geen openbare oproeping onbekende blooteigenaren, koopoptie akte van vestiging recht van erfpacht 1911, verklaring voor recht koop, vonnis i.p.v. notariële akte tot levering eigendomsrechten, betekening
Reservering bouwkavel. Voorbereidende overeenkomst. Geen onherroepelijk aanbod (6:219 lid 3 BW). Geen koopovereenkomst tot stand gekomen.
Eiseres in conventie betoogt een spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening te hebben omdat zij de uitkomst van de door gedaagde in conventie aanhangig gemaakte bodemprocedure niet kan afwachten. Gevorderde voorziening afgewezen.
arbeidsovereenkomst, vraag of pensioenovereenkomst tot stand is gekomen, vaststellingsovereenkomst, aannemelijkheid van schade
Eiser huurt een woning van gedaagde. Partijen twisten over de vraag of een in de huurovereenkomst opgenomen bijzondere bepaling een koopoptie of een voorkeursrecht is.
Kunnen de door partijen gesloten overeenkomsten gekwalificeerd worden als huur- of bruikleenovereenkomsten? Is sprake van een koopoptie of een voorkeursrecht?
Navorderingsaanslag IB/PVV. Eiser verkoopt twee percelen. In geschil is of de winst als resultaat uit overige werkzaamheden moet worden aangemerkt en zo ja in welk belastingjaar. Eiser sluit op 23 maart 2004 een overeenkomst met als doel de verkoop van de percelen. Het doorgaan v
Koopovereenkomst of koopoptie? Bewijs door mogelijke verkoper ten aanzien van de totstandkoming van de gestelde koopovereenkomst en de terhandstelling daarvan aan koper. Bewijs door mogelijke koper ten aanzien van het (subsidiair) gestelde financieringsvoorbehoud.
koopoptie
Koopoptie of eerste recht van koop? Om - met inachtneming van de Haviltex-maatstaf - te kunnen vaststellen dat partijen een koopoptie zijn overeengekomen, is nader feitenonderzoek nodig. Daarvoor leent een kort geding zich naar de aard van de procedure niet. Vragen van rechtsmach
Uitleg intentie-overeenkomst aan de hand van Haviltex
Vraag is of door gedaagden een beroep is gedaan op recht van terugkoop van grond en/of als gevolg daarvan tussen partijen een koopovereenkomst is ontstaan waaruit voor eiseres de verbintenis voortvloeit om de grond aan gedaagden in eigendom over te dragen en voor gedaagden de ver
Uitleg contractuele bepaling over de duur van de overeenkomst. De vraag hoe in een schriftelijke overeenkomst de verhouding tussen partijen is geregeld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Voor de b
Arubaanse zaak. Hof stelt dat iedere partij in principe vrij is onderhandelingen af te breken tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zo
Paradoxale bewijsopdracht. Zowel in het geval eiser slaagt als in het tegenovergestelde geval dient verhuurster in het gelijk te worden gesteld. Termijn voor het herroepen van een aanbod. Bewijslastverdeling
De voorzieningenrechter schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van deze rechtbank, sector kanton, locatie Nijmegen, van 16 november 2007 dat tussen partijen is gewezen, totdat het gerechtshof te Arnhem eindarrest heeft gewezen in het aldaar door eiseres tegen voornoemd vonni
aansprakelijkheid makelaar 3:70 BW
Wederrechtelijk verkregen voordeel. Genietingsmoment. Optie.
Wanneer zijn aandelenoptierechten overeengekomen in de zin van de overgangsregeling (wet van 24 juni 1998; Stb. 370).
In dit geschil draait het om de vraag of er een koopovereenkomst tussen de Gemeente en eiser c.s. met betrekking tot bouwkavel 25 tot stand is gekomen. Eiser c.s. hebben daartoe gesteld dat de optieovereenkomst van 6 juni 2003 in artikel 1.3 een opschortende voorwaarde bevat. Op
12 maart 2004 Eerste Kamer nr. C02/237HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, incidenteel verweerders, advocaat: mr. S.C. Meijler, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2
Matser voert allereerst het verweer dat X niet de juiste partij heeft gedagvaard. Dit verweer slaagt. Als onweersproken is immers komen vast te staan dat niet Matser maar de vennootschap LIMOS vof eigenaresse is van het onderhavige appartementencomples. Dat betekent dat Matser ni
Verbod tot opheffing beslag.