Franchiseovereenkomst. Dwaling. Omzetprognose is gebaseerd op ondeugdelijke uitgangspunten en is niet realistisch.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:203 BW
Genoemd in 1.502 uitspraken · Officiële wettekst
1.502 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Franchiseovereenkomst. Dwaling. Omzetprognose is gebaseerd op ondeugdelijke uitgangspunten en is niet realistisch.
Franchiseovereenkomst. Dwaling. Omzetprognose is gebaseerd op ondeugdelijke uitgangspunten en is niet realistisch
Franchiseovereenkomst. Dwaling. Omzetprognose is gebaseerd op ondeugdelijke uitgangspunten en is niet realistisch.
Franchiseovereenkomst. Dwaling. Omzetprognose is gebaseerd op ondeugdelijke uitgangspunten en is niet realistisch.
Franchiseovereenkomst. Dwaling. Omzetprognose is gebaseerd op ondeugdelijke uitgangspunten en is niet realistisch.
Afwikkeling samenwerking twee vennoten en bestuurders BV. Overeenkomst terugkoop eigen aandelen door BV, nakoming daarvan mogelijk in strijd met art. 2:207 lid 2 BW. Tussenvonnis, bewijsopdrachten.
Aangaan overeenkomst door vereniging; artikel 2:45 BW; wettelijk toegestane statutaire beperking vertegenwoordigingsbevoegdheid; artikel 6:203; onverschuldigde prestatie; waarde.
Onverschuldigde betaling. Energielevering. Staat de rechtsverhouding tussen de klant en de projectontwikkelaar aan de vordering in de weg? Berekeningsmethode. Wettelijke rente.
Gemeenteambtenaar die mogelijk is omgekocht. Vorderingen gemeente op die voormalige werknemer en opdrachtnemers van de gemeente, die betalingen aan de ambtenaar hebben verricht (mogelijk voor door die ambtenaar voor hen verrichte werkzaamheden)
Personeelsbemiddelingsbureau sluit een voorwaardelijke overeenkomst tot het leveren van een acquisiteur, onder de ontbindende voorwaarde dat als deze niet bevalt, een gedeelte van de bemiddelingskosten terugbetaald zal worden. Klant doet een beroep op deze voorwaarde en vordert h
Verjaring vordering wegens beroepsfout advocaat? Daadwerkelijke bekendheid met de aansprakelijke persoon en met de schade. Geen causaal verband tussen de aan de advocaat verweten beroepsfout en de gestelde schade.
De rechten van de bank, die een recht van eerste hypotheek heeft verkregen op grond van een financieringsovereenkomst met de eigenaar, nadat een hypotheekrecht dat een andere schuldeiser op de onroerende zaak had op last van de voorzieningenrechter was doorgehaald, dienen te word
Vervolg op tussenvonnis van 5 februari 2014 (ECLI:NL:RBROT:2014:1504). Vergoeding bij beëindiging erfpachtrecht. Nadere beoordeling na rapport van deskundige. Verschuldigdheid van canon na beëindiging van het erfpachtrecht op grond van ongerechtvaardigde verrijking.
Opdracht tussen accountant en zijn klant. Klant gaat op in BV. toepassing artikel 2: 204 BW in conventie, maar ook in reconventie. Vorderingen over en weer afgewezen.
Insolventierecht. WSNP. Ontstaansmoment vordering uit onverschuldigde betaling wegens vernietiging rechterlijke uitspraak in eerste aanleg. Terugwerkende kracht. Is deze vordering een nagekomen bate in de zin van art. 194 Fw? Uitleg van “baten welke ten tijde der vereffening niet
Cassatieberoep tegen in hoger beroep bij verstek gewezen arrest, art. 401b Rv. Niet-ontvankelijkheid.
Geschil tussen stichting voor openbaar primair onderwijs en ouders over door de ouders niet betaalde schoolfee. Overeenkomst tot betaling schoolfee nietig wegens strijd met artikel 40 Wpo. Vordering in conventie van de stichting strekt tot nakoming van deze nietige overeenkomst e
Vraag naar de werking van een uitspraak in hoger beroep waarbij het vonnis in eerste aanleg is vernietigd. Volgens vaste rechtspraak verkrijgt de partij die aan een vonnis in eerste aanleg door betaling heeft voldaan, na de vernietiging een vordering uit onverschuldigde betaling
Het gaat in deze zaak om de beantwoording van twee vragen. De eerste vraag is of sprake is van onverschuldigde betaling door Campina en de tweede vraag is of Campina bevoegd was tot verrekening.
Appellant is op 14 mei 1984 bij de BV als liftmonteur in dienst getreden. Diezelfde dag is appellant op het werk een ongeval overkomen, waardoor hij blijvend letsel heeft opgelopen. [appellant] heeft [geïntimeerde] bij exploot van 5 oktober 1995 gedagvaard voor de kantonrechter t
25 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C04/082HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. K.G.W.