De Ontvanger heeft het bedrag van de teruggave omzetbelasting 2007 inzake gedaagde sub 2 eerst betaald aan gedaagde sub 1 en - na protest van gedaagde sub 2 - nogmaals betaald, maar ditmaal aan gedaagde sub 2. Vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling toegewezen jegens ge
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:203 BW
Genoemd in 1.502 uitspraken · Officiële wettekst
1.502 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Ten onrechte aan de man toegekende, maar aan de vrouw uitbetaalde, uitkering kan als onverschuldigd betaald van de vrouw worden teruggevorderd.
Onverschuldigd overgemaakt bedrag is voor het grootste deel opgenomen; moet worden terugbetaald. Overmacht is niet gebleken. Geen aangifte van vermissing van bankpas gedaan. Fraude door andere rekeninghouder is onvoldoende onderbouwd.
4.3.2. Het hof deelt het standpunt van de bank in de toelichting op grief I dat de kantonrechter in zijn vonnis klaarblijkelijk ervan is uitgegaan dat de overschrijving is verricht naar een bankrekening bij de bank zelf. Dit volgt naar het oordeel van het hof uit de constatering
Verzet Dexiazaak. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat Dexia ten tijde van het aangaan van de onderhavige overeenkomst niet over een vergunning als bedoeld in art. 9 Wck-oud beschikte. Dit brengt ingevolge art. 3:40 lid 2 BW mee dat de overeenkomst nietig is wegens strijd me
Dexia-zaak
Dexia-zaak
Dexia-zaak
Als gevolg van de nietigheid van de overeenkomsten is, zoals reeds in het tussenvonnis is overwogen, de rechtsgrond aan de wederzijds verrichtte prestaties met terugwerkende kreacht ontvallen. Wat ter uitvoering van de overeenkomst is betaald, dient in beginsel als onverschuldigd
De rechtbank is van oordeel dat uit de in dit kader overgelegde stukken, beschouwd in onderlinge samenhang en in samenhang met de overige stukken en de op de stukken gegeven toelichtingen voldoende is komen vast te staan dat Dexia daadwerkelijk aandelen ten behoeve van haar cliën
De rechtbank is van oordeel dat Dexia voldoende duidelijk gemaakt heeft hoe de effectentransacties waarom het in deze en vergelijkbare zaken gaat, in feite tot stand gekomen en uitgevoerd zijn. De rechtbank is van oordeel dat uit de in dit kader overgelegde stukken, beschouwd in
Subrogatie, onverschuldigde betaling, onrechtvaardigde verkrijging.
Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:2 lid 2 BW) dat de overeenkomst geheel ten nadele van Dexia teniet wordt gedaan. Immers, aannemelijk is dat de nietigheid van de overeenkomst in rechte niet aa
Dexia-zaak. Gedaagde laat verstek gaan. Vordering komt ongegrond voor. WCK-oud van toepassing. Richtlijnconforme interpretatie onder verwijzing naar HVJEG 4 oktober 2007, C-427-05. Capital Effect Maandbetaling nietig wegens strijd met art. 9-WCK-oud. Geen anticipatie op art. 1:23
Dexia zaak
Dexia-zaak. WCK-oud van toepassing. Richtlijnconforme interpretatie onder verwijzing naar HvJEG 4 oktober 2007, C-429/05. WinstVerDriedubbelaar nietig wegens strijd met art. 9 WCK-oud. Geen anticipatie op art. 1:23 Wet op het financieel toezicht. Iedere partij dient helft van de
Dexia-zaak. Overeenkomst nietig wegens ontbreken vergunning ex art. 9 WCK-oud. Verdelingsmaatstaf restschuld en betaalde rente o.g.v. art. 6:2 lid 2 BW: ieder 50%.
Dexia-zaak. Overeenkomst nietig wegens ontbreken vergunning ex art. 9 WCK-oud. Verdelingsmaatstaf restschuld en betaalde rente o.g.v. art. 6:2 lid 2 BW: ieder 50%.
Effectentransactie. Toepasselijkheid WCK-oud.
Effectentransactie. Toepasselijkheid WCK-oud.
Effectentransactie. Toepasselijkheid WCK-oud.
CWK oud
CWK oud
Faillissementsrecht. Onverschuldigde betaling; terugbetalingsverplichting faillissementscurator in geval van betaling zonder rechtsgrond die het gevolg is van onmiskenbare vergissing; betekenis van bestaande rechtsverhouding; HR komt niet terug van eerdere rechtspraak, nadere uit
Overeenkomst van geldlening nietig op grond van art. 9 WCK. De onderhavige overeenkomst kenmerkt zich onder meer hierdoor dat Geldrent aan gedaagden een bedrag ter beschikking heeft gesteld, waarover gedaagden periodiek rente dienden te betalen en welk bedrag gedaagden aan het ei