verkeerde persoon gedagvaard
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:159 BW
Genoemd in 790 uitspraken · Officiële wettekst
790 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 29 · live
Samenhang met zaak onder kenmerknummer 220924 CV EXPL 08-6359. Overname van onderneming door derde leidt er niet zonder meer toe dat deze huurder wordt van de art. 7:230a BW bedrijfsruimte. Daarvoor is een akte tussen overdragende partij en overnemende partij, alsmede medewerking
Schriftelijk stuk waarop eiseres vordering baseert, voldoet niet aan eisen van art. 158 Rv. Document is onderhandse akte in zin van art. 156 lid 3 Rv. Gedaagde betwist echtheid van handtekening op akte, zodat aan akte ex art. 159 lid 2 Rv. geen bewijskracht toekomt. Benoeming han
Overname portefeuille?
Is er sprake van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht?
tankpasfraude; Leasemij stelt tankpas met pincode ter beschikking, waarmee werknemer van gebruiker dezelfde dag één keer tankt. Die avond worden tankpas en pincode uit de lease-auto gestolen. De diefstal wordt na een paar uur gemeld. Niettemin wordt (kennelijk) via duplicaten van
Afgebroken onderhandelingen. Tussen partijen zou een overeenkomst betreffende de renovatie van het schoolgebouw tot stand zijn gekomen. Mondriaan zou de onderhandelingen tussen partijen onrechtmatig hebben afgebroken, terwijl eisereres in conventie, verweerster in reconventie ero
Artt. 6:159, 7:307 BW. Huur bedrijfsruimte; indeplaatsstelling; contractsoverneming.
Faillissementsrecht. Faillissementspauliana ex art. 42 F.; overdraagbaarheid op voet van art. 3:83 lid 1 BW van (handels)vordering die tot het vermogen van de gefailleerde behoort als gevolg van de terugwerkende kracht van buitengerechtelijke vernietiging van de paulianeuze recht
Strijd met een goede procesorde door eerst bij conclusie van dupliek in reconventie de overeenkomst over te leggen waarop de vordering (deels) is gebaseerd. In het wettelijk stelsel van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de verplichting voor partijen neergelegd om in
verrekening, wederkerig schuldenaarschap,vof, vennoot, huur, waarborgsom
In geschil is of Railion wederpartij van Europoort is ter zake van de verbintenis waarvan Europoort nakoming wenst. Railion heeft haar stelling dat NS Spooraansluitingen rechtsopvolger is van NS Cargo niet met splitsingsakte of akte van contractsovername onderbouwd, zodat rechtba
Vordering tot betaling van achterstallige management fee. Agentuur of manager van de agent? Uitleg overeenkomst. Wie is de contractuele wederpartij? Toetreding tot de overeenkomst. Grondslagwijziging bij pleidooi.
Volgens Inbev komt de tekst van de overeenkomst van geldlening wel degelijk overeen met wat de partijen hebben afgesproken en is van een definitieve investeringsbijdrage geen sprake. Inbev heeft daarbij gewezen op de brief van 23 december 1998, waarin is opgenomen dat indien het
In de overeenkomsten tussen partijen is een prijsclausule opgenomen waarin is bepaald dat het energiebedrijf voor de overeengekomen prijs onder meer de REBvergoeding aan producenten of een vervangende vergoeding ontvangt. Kern van het geschil is of de subsidie aan producenten van
Ontvlechting samenwerking tussen vennootschappen; overdracht van onroerende zaken en van aandelen. Samengevoegde vorderingen ter zake van koopsommen voor een en ander; wie is schuldeiser, wie is schuldenaar. Onrechtmatig beslag.
Verklarings - betwistingsprocedure ex art. 476a / 477 Rv.
Contractuele uitsluiting van de mogelijkheid van ontbinding van de overeenkomst; geen sprake van misbruik van recht. Evenmin is het beroep op die uitsluiting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Voorts bestaat geen grondslag voor de vordering tot vergoe
Nadat eind 2002/begin 2003 al een dergelijke overeenkomst was gesloten tussen SKVO en Stoas (rechtsvoorganger van Caesar), is op 16 december 2005 tussen SKVO met Pendula B.V., rechtsopvolger van Stoas en rechtsvoorganger van Caesar – hierna alle genoemd: Caesar – een (nieuwe) ove
"geldleningsovereenkomsten"; "bedrog?"; "nakoming"; "contractsoverneming?"; "6:159 BW".
Onvoldoende c.q. onjuiste informatie omtrent identiteit appellante. Strijd met 21 Rv.
Wegvervoer. CMR. Verjaring vrachtvordering o.g.v. artikel 32 lid 1 aanhef en sub c CMR. De vraag of een vervoerder een retentierecht toekomt en wat de omvang daarvan is, dient uitsluitend aan de hand van artikel 1131 lid 2 BW te worden bepaald.
Deze zaak betreft de vraag of een kettingbeding, inhoudende dat elke opvolgende eigenaar van het hotelappartement een dienstverleningsovereenkomst sluit met de hotel-exploitant, ontbonden kan worden wegens het ontbreken van belang dan wel wegens strijd met het algemeen belang. Vo
Niet gebleken dat eventuele aansprakelijkheid uit o.d. van rechtsvoorgangster is overgegaan op Groeivermogen.
De beoordeling van de gevorderde voorziening betreft het antwoord op de vraag of de Staat als huurder van het kantoorgebouw de plicht heeft het kantoorgebouw daadwerkelijk te gebruiken. Bij de beoordeling van de gevorderde voorziening is van belang na te gaan of leegstand van het