Derdenbeslag onder bestuurder van de schuldenaar. Vordering die volgt uit de jaarrekening van een aantal jaren geleden. Voldoende gesteld om een vordering te kunnen aannemen? Rol tijdsverloop.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:140 BW
Genoemd in 187 uitspraken · Officiële wettekst
187 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Openlegging van boeken, bescheiden en geschriften ex artikel 162 Rv.
Afsluitprovisie assurantie¬tussenpersoon. Heeft intermediairwijziging plaatsgevonden waardoor het terugboekrisico op een andere bemiddelaar is overgegaan?
Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2014:2214 Eigendomsvoorbehoud op biggen. Geen verval door oneigenlijke vermenging. Op grond van art. 3:120/124 BW verhaal verzorgingskosten van ruraal bewaarder ex art. 451 Rv. op de rechthebbende, niet zijnde de beslagene.
Vordering tot nakoming van een overeenkomst van geldlening - rechtsmacht Nederlandse rechter en toepasselijke recht (art. 23 EEX-Vo) - opzegging duurovereenkomst - opeisbaarheid.
Onverschuldigde betaling aan SPN door overmaking naar haar rekening bij Rabobank, waarna Rabobank haar daardoor ontstane schulden aan SPN verrekende met haar vordering op SPN. Rabobank is niet verplicht tot terugbetaling, ook niet ten aanzien van na faillissement van SPN nog ged
Insolventie. Vermogensverschuiving tussen twee vennootschappen. Er zijn geen uitzonderlijke omstandigheden gesteld nodig om het identiteitsverschil tussen beide vennootschappen volledig weg te denken. Wat de ene vennootschap aan de andere heeft betaald is, bij gebreke van enige b
Belanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A] N.V. Deze is op 17 december 2001 failliet verklaard. Naast zijn salaris ontving belanghebbende optierechten op aandelen [A]. In de periode van 1 september 1993 tot en met 31
ontbinding/onruiming bedrijfsruimte
Vader, die in het buitenland woont, heeft zijn zoon belast met het beheer over zijn Nederlandse bankrekeningen. De vraag is aan de orde of de zoon dat beheer naar behoren heeft uitgevoerd en of is voldaan aan de verplichting tot afleggen van rekening en verantwoording. Verder is
Geschil over betalingen aan oud-werknemer. Aanpassing tantièmes, verrekening, ontstaan van rekening-courant. Geen ongerechtvaardigde verrijking of onrechtmatig handelen t.a.v. van eerste werkgever. Ongerechtvaardigde verrijking t.a.v. tweede werkgever.
Bij vonnis van 2 juni 2014 heeft de rechtbank Amsterdam op verzoek van Gevi Gorssel de vennootschap Gevi International in staat van faillissement verklaard. Gevi International heeft tijdig van dit vonnis hoger beroep ingesteld. Op 9 september 2014 is dit hoger beroep door het ger
Dispuut tussen aandeelhouders. Uitleg aandeelhoudersovereenkomst.
Vervolg van arrest van 21 mei 2013. In hoger beroep wordt de vordering van de rechtsvoorganger van de geïntimeerde alsnog afgewezen.
Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Inmiddels failliete B.V. verrichte voor aangesloten tussenpersonen zogenaamde backofficewerkzaamheden. De bestuurder van de B.V. (tevens aandeelhouder) was met zijn eigen assurantiekantoor contractspartij van de B.V., evenals de twee andere aandeelhouders van de BV. Er ontstaat e
Faillissement. Vordering curator. Verrekening ex art. 53 Fw. Ruime verrekeningsbevoegdheid van degene die zowel schuldenaar als schuldeiser van de gefailleerde is. Blijkens de memorie van toelichting steunt deze verruimde bevoegdheid op de overweging dat de billijkheid meebrengt
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Summier onderzoek; art. 6 lid 3 Fw. Opeisbaarheid rekening-courantvorderingen binnen concern; art. 6:38 en 6:140 BW.
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Summier onderzoek; art. 6 lid 3 Fw. Opeisbaarheid rekening-courantvorderingen binnen concern; art. 6:38 en 6:140 BW.
Splitsing rechtspersoon. Is verjaring van vorderingen uit rekening-courant gestuit door erkenning? Vastlegging dat de schuld uit rekening-courant overgaat naar A, als bedoeld in art.2:334f lid 2 onder d BW, houdt niet in een erkenning door A van die vorderingen jegens B die geen
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Feitelijk medebeleidbepalerschap van medewerkers naast de statutaire bestuurder.
Ongedaanmaking van onbevoegde debitering van de betaalrekening. Verwijzing naar HR 26-01-2001, NJ 2002, 118 (LJN: ZC3408)
Voortzetting van LJN BT2221 verbreking fiscale eenheid, verrekening, art. 53 en 54 Fw, onrechtmatig handelen
Art. 52 Fw; betalingsopdracht van failliete rekeninghouder aan bank na faillietverklaring; bevrijdende betaling op grond van voor faillissement bestaande verbintenis? HR 28 april 2006, LJN: AV0653. Verschuldigdheid van creditsaldo is nog geen verbintenis tot uitbetaling aan reken
Verrekening van huurpenningen voor faillissement, maar na toepassing van bodemverhuurconstructie, en na faillissement.