Hoofdzaak (samen met vrijwaringszaak). Eiseres vordert nakoming van zakelijke (€ 48.899,71) kredietovereenkomst en privékredietovereenkomst (€ 2.231,54). Gedaagde beroept zich op overmacht en eigen schuld -> deze verweren kunnen alleen met succes worden ingeroepen bij een vorderi
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:119 BW
Genoemd in 32.016 uitspraken · Officiële wettekst
32.016 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Een minderjarige had voor het sluiten van de overeenkomst op grond van het bepaalde in art 1:234 lid 1 en 2 BW toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger. Door het door de wettelijke vertegenwoordiger voor en namens de minderjarige verrichten van een rechtshandeling wordt
Langlopende lening. De vordering tot betaling van rente over de periode tot 12 januari 2002 is verjaard. Na verjaring van de rente-vordering resteert een natuurlijke verbintenis als bedoeld in artikel 6:3 BW. Er kan geen rente worden gevorderd over een natuurlijke verbintenis die
Aannemingsovereenkomst met bijzondere betalingsafspraken omtrent aanneemsom (rov. 82.) Onderhavige aannemingsovereenkomst is geen handelsovereenkomst als bedoeld in art. 6:119a BW (rov.8.56). Ook geen handelsrente verschuldigd over schadevordering ter zake van beheerskosten (rov.
Geneeskundige behandelingsovereenkomst Gedaagde is eenmaal opgenomen geweest in het Lucas Andreas Ziekenhuis en heeft daarna een aantal poliklinische vervolgbehandelingen gekregen. Vast is komen te staan dat telkens sprake was van een "overeenkomst inzake geneeskundige behandelin
Schade wegens niet-tijdige voldoening verzekeringuitkering; wettelijke rente art. 6:119 BW; fixatiestelsel.
[gedaagde] betwist de hoogte van de facturen van [eiseres]. Zij stelt dat niet alle in de offerte genoemde planten zijn geleverd, dat er minder draad is geleverd dan in de offerte is vermeld, en dat het gedeclareerde bedrag voor de verrichte arbeid in haar ogen veel te hoog is. V
Vertraagd vaststellen jaarrekening leidt tot vertraging in bepaling en betaling deel koopsom aandelen. Toewijzing rente over periode van vertraging. Verzuim in verband met art. 6:23 BW. Verkoop aandelen geen handelsovereenkomst in zin van art. 6:119a BW. Uitleg afspraak verrekeni
Koop aandelen; juistheid jaarrekening.
Banglasdesh is eerder bij verstek veroordeeld tot betaling van ruim 4,2 miljoen Euro aan Tulip. Het verzet tegen dit vonnis is door rechtbank en hof niet-ontvankelijk geoordeeld, waarna door Bangladesh cassatieberoep is ingesteld. Thans vordert Tulip in een afzonderlijke procedur
Redelijkheid van het advocatentarief en van de in rekening gebrachte advocaatkosten bij uit een arbeidsongeval voortvloeiende letselschade
Vordering tot opheffing beslag. Beslagvrije voet gehalveerd wegens weigering inzicht te geven in inkomsten en financiële armslag. Geen verjaring vordering wettelijke rente op grond van artikel 3.308 BW.
Rekening-courant; opeisbaarheid?
Na een geslaagd beroep op de Pauliana (3:45 BW) brengt de onroerende zaak zoveel meer op dan verwacht dat de schuld waarvoor de erfgenamen de Pauliana inriepen volledig kan worden voldaan. Wat moet er gebeuren met het restant? Verdelen tussen erfganen of komt dit saldo toe aan de
Vordering buitengerechtelijke kosten afgewezen, gelet op handelwijze incassogemachtigde.
Zaak tussen een leverancier van zorgproducten en een zorgverzekeraar. De zorgleverancier stelt dat de zorgverzekeraar misbruik (heeft ge)maakt van zijn positie op de markt bij de tussen partijen gevoerde contractsonderhandelingen. Onvoldoende aannemelijk is dat er sprake is van e
Tussen partijen zijn geschillen gerezen omtrent de afwikkeling van de nalatenschap van vader en moeder. [appellant] heeft bij dagvaarding van 20 april 2001 tegen [geïntimeerden] een aantal vorderingen ingesteld, strekkende - kort gezegd - tot vaststelling van zijn erfdeel en verd
10 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/219HR (1406) JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, incidenteel verweerder, advocaat: mr. J.W. Meijer, t e g e n DE GEMEENTE HARDENBERG, gevestigd te Hardenberg, VERWEERSTER i
Op grond van het bovenstaande (r.o. 10 t/m 13.4) is het hof van oordeel dat [appellanten] zich vóór de ontbinding van de overeenkomst door [geïntimeerde] niet (rechtsgeldig) op een opschortingrecht hebben kunnen beroepen. Er is dan ook geen sprake van dat [geïntimeerde] overeenk
Vordering tot opheffing van (volgens partijen gelegd) eigenbeslag op de huurpenningen die gedaagde verschuldigd is aan eiser afgewezen omdat summierlijk niet van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger/gedaagde ingeroepen recht is gebleken. Eiser heeft er voldoende recht
Betaling; art. 182 Overgangswet Nieuw BW; art. 6:81 en 6:83 BW.
-
-