Civiel overig, Faillissementsrecht. Vraag of alle handelingen ten behoeve van electronische betaling door de bank van de schuldenaar al waren verricht op het moment van faillietverklaring van de schuldenaar.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:114 BW
Genoemd in 83 uitspraken · Officiële wettekst
83 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
beroep op geschillenregeling niet tijdig gedaan. Uitleg overnameovereenkomst.
Executoriaal derdenbeslag door Ontvanger. Kan derde-beslagene beschikken over geldbedrag dat niet op haar bankrekening is gecrediteerd?
verrekening na faillissement mogelijk?
Van voldoening aan de verplichting tot huurbetaling is bij girale betaling pas sprake op het moment dat de rekening van de verhuurder is gecrediteerd
Huur woonruimte. Ontruimd op kortgedingvonnis dat later is vernietigd. Eigen beslissing bodemrechter. De tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding niet.
Factuur abonnements- en gebruikskosten KPN. Gehoudenheid tot betaling van acceptgirokosten, indien betaling niet per acceptgiro maar middels internetbankieren wordt gedaan? Artikel 6:47 jo. artikel 6:114 BW. Samenvatting: Algemene voorwaarden niet van toepassing dan wel beding in
Beslagrecht, faillissement; art. 33 F. Valt (restant)executieopbrengst in de boedel indien gelden ten tijde van faillietverklaring geëxecuteerde nog onder de notaris zijn? Het ligt in het verlengde van HR 25 januari 2008, LJN BB8653, NJ 2008/66 en strookt ook met doel executie, o
Art. 20 Awr. Buiten de reguliere aangifte om betaalde omzetbelasting kan niet worden nageheven.
Reeks van leveringen van vleeskuikens. Geschil over de prijs. Onzekerheidsexceptie. Beroep op 6:80 BW. Niet-nakoming door schadelijdende partij staat in de weg aan vordering tot schadevergoeding.
Vervolg op tv 25.03.2009. Rechtsmacht op grond van derdenbeslag. De door de beslagschuldenaar gedane drie betalingen worden met verwijzing naar CISG en Nederlands recht aangemerkt als betalingen op de tussen deze en de derde-beslagene gesloten koop.
Hoofdzaak: eisers vorderen betaling van aan hen verpande vorderingen en stellen dat gedaagde, door aan pandgever te betalen, heeft betaald aan inningsonbevoegde. Vordering wordt toegewezen. Vrijwaring: gedaagde, bestuurder van pandgever, heeft aan echtgenote van eiser verwijtbaar
Artikel 6:114 lid 2 BW bepaalt voor girale betaling dat de betaling geschiedt op het tijdstip waarop de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd. Uit de parlementaire geschiedenis van die bepaling blijkt dat uitzonderingen op deze regel mogelijk zijn, onder meer indien het
Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] met de storting van het bedrag van € 800,00 op het postkantoor nog niet aan zijn betalingsverplichting voldaan. De betaling op een girorekening van een schuldeiser is eerst voltooid op het tijdstip waarop de rekening van de schuldeis
Gevolgen opschorting voor de opeisbaarheid van de vordering.
artikel 6:114 BW.
Hypotheek en rekening-courant, ter aankoop en verbouwing van een woning, hangen zodanig samen dat de bank de gehele kredietrelatie mag opzeggen bij een tekortkoming in het kader van een van de overeenkomsten. Is ook zo bepaald in de algemene voorwaarden. Incourant onderpand.
Beslag- en executierecht. Invorderingszaak, verklaringsprocedure na executoriaal derdenbeslag uit hoofde van dwangbevel (art. 476a Rv.) over de vraag of ten tijde van de beslaglegging een al dan niet toekomstige vordering van de geëxecuteerde op de derde-beslagene bestond; giraal
Het hof merkt, gelet op alle omstandigheden, de wijziging tenaamstelling van de bankrekening van erflaatster kort voor haar overlijden, aan als een omzetting van een natuurlijke verbintenis in een rechtens afdwingbare verbintenis.
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
Parkeerbelastingen; verplichte betaling d.m.v. chipkaart toelaatbaar? Artikel 1a Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen; Geen strijd met Europees Gemeenschapsrecht.
Parkeerbelastingen; verplichte betaling d.m.v. chipkaart toelaatbaar? Artikel 1a Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen; Verordeningen 1103/97 en 974/98 EG.
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake