Overlijdensschadezaak na arbeidsongeval met dodelijke afloop Voortzetting van procedure bij kantonrechter na terugverwijzing bij arrest HR van 10 april 2009 [Philip Morris contra Bolink] (onder meer gepubliceerd in LJN BG878, NJ 2009, 386 en RvdW 2009, 55) Artikel 6:108 lid 1 BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:108 BW
Genoemd in 1.102 uitspraken · Officiële wettekst
1.102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Promis. De verdachte heeft in een koude nacht in februari een jongeman van een kade geduwd, waardoor deze in ijskoud diep water tussen de wal en een schip terecht is gekomen. Pas de volgende dag werd het overleden slachtoffer gevonden. De verdachte is schuldig aan doodslag. Voorw
Aansprakelijkheidsrecht. Schadevergoeding bij overlijden als bedoeld in art. 6:108 lid 1, aanhef en onder d, BW; kostenvergoeding huishoudelijk hulp; abstracte schadeberekening; uitwerking van HR 11 juli 2008, nr. C07/010, RvdW 2008, 724.
Verbintenissenrecht. Schadevergoeding bij overlijden op de voet van art. 6:108 lid 1, aanhef en onder a, BW; schadeberekening, maatstaf; behoeftigheid nabestaande.
Nabestaande verwijt huisarts beroepsfout als gevolg waarvan partner is overleden. Rechtbank stelt vast dat geen van de gevorderde schadeposten voor toewijzing in aanmerking kan komen, zodat nabestaande geen belang heeft bij rechtsvordering.
Aansprakelijkheidsrecht. Schadevergoeding bij overlijden als bedoeld in art. 6:108 lid 1, aanhef en onder d, BW; kostenvergoeding huishoudelijk hulp vanaf ongeval overleden moeder tot hun meerderjarigheid?; behoeftigheidseis, abstracte schadeberekening, begroting nog niet ingetre
Aansprakelijkheidsrecht. Schadevergoedingsactie van erfgenamen van slachtoffer tegen wegens doodslag veroordeelde dader (81 RO); cassatieberoep niet-ontvankelijk voorzover gericht tegen gewezen wettelijk vertegenwoordiger van inmiddels meerderjarig geworden kind.
Geschil tussen een verdachte en de zoon van het overleden slachtoffer die zich in hoedanigheid van executeur-testamentair op de voet van art. 51a lid 2 Sv. als benadeelde partij had gevoegd in de strafzaak waar de rechter bij onherroepelijk strafvonnis de schadevordering gedeelte
Schadeclaim na dodelijk ongeval tijdens een bedrijfsuitje tegen het organisatiebureau door een nabestaande van de overleden werkneemster met wie deze samenwoonde; ‘behoefte’ als vereiste voor een aanspraak op levensonderhoud op de voet van art. 6:108 lid 1, aanhef en onder c, BW;
-