Art. 8:73 (art. 8:88 e.v.) Awb. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overzichtsarrest en beslissingen over nog niet behandelde kwesties.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:106 BW
Genoemd in 2.894 uitspraken · Officiële wettekst
2.894 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Toegewezen vordering b.p. (stiefzoon van verdachte) t.z.v. shockschade n.a.v. doodslag op moeder van b.p. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5356 m.b.t. vereisten voor vergoeding van shockschade. Het oordeel van het Hof dat de geleden immateriële schade toew
Conclusie AG's Spronken en Lindenbergh. Veroordeling wegens moord en stalking. Middelen verdachte over afwijzing contra-expertise, horen getuige-deskundige, voorbedachte raad en schending redelijke termijn. Middel benadeelde partijen over niet-ontvankelijkverklaring van vordering
B.p. die is overleden na toewijzing van de vordering in 1e aanleg. 1. Vordering. 2. Schadevergoedingsmaatregel (s.v.m.). Ad 1. I.c. duurde de voeging ex art. 421.2 Sv van rechtswege voort zodat het Hof ex art. 361 Sv op de vordering diende te beslissen. De omstandigheid dat de b.
Art. 6 EVRM. Art. 8:73 Awb. Redelijke termijn. Immateriële schadevergoeding bij voortzetting procedure door erfgenamen.
Mallorcazaak. Uitgaansgeweld, o.m. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen (art. 141 Sr) waardoor een slachtoffer (A) is overleden. Vordering benadeelde partij. 1. Groepsaansprakelijkheid, art. 6:166.1 BW. Is verdachte aansprakelijk voor schade die verband houdt met l
-
WSNP; tijdens toepassing van schuldsaneringsregeling ontvangen letselschade-uitkering ingevolge een vaststellingsovereenkomst ter compensatie van materiële en immateriële schade als gevolg van verkeersongevallen valt in de boedel (art. 295 F.); smartengeld, overeenkomstige toepas
Geschil tussen de advocaat van een inmiddels overleden patiënt en aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis over de vraag of het recht van de patiënt op vergoeding van immateriële schade (smartengeld) is overgegaan op diens erven; vraag of de advocaat een mededeling in de
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Het Hof geeft algemene richtlijnen betreffende het verzoek van belanghebbende tot toekenning van een immateriëleschadevergoeding op grond van artikel 8:73 van de Awb. Diverse onderwerpen worden behandeld. Ten aanzien van het recht op schadevergoeding als zodanig: de gedragingen a
Conclusie AG. Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en verschillende diefstallen (art. 310/311 Sr). Middel 1 en 2: bewijsklachten over medeplegen doodslag en opzet op de dood i.v.m. vaststellingen die over de geweldinwerking op het hoofd van het slachtoffer zouden ontbreken. Deze mid
Het geschil ziet op de vraag of (een) belanghebbende (ook) recht heeft op een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling in bezwaar en beroep, indien het bedrag van de (eventuele) vergoeding, op grond van een ‘no cure no pay’
20 maanden jeugddetentie en de PIJ-maatregel voor doodslag. De rechtbank oordeelt dat sprake is geweest van een noodweersituatie waarin verdachte de medeverdachte mocht verdedigen tegen de aanval van het slachtoffer. Hij had dit echter op een andere manier moeten doen dan het sla
Insulinezaak. De verdachte is onder meer veroordeeld voor vier moorden, zeven pogingen tot moord en één poging tot doodslag, De verdachte heeft deze levensdelicten gepleegd door bij de slachtoffers ten onterechte (te veel) insuline toe te dienen. De slachtoffers waren allen (hoog
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Arbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid. Mesothelioom. Beroep op verjaring (art. 3:310 lid 2 BW) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635, NJ 2000/430 (Van Hese/De Schelde). Betekenis van EHRM 11 maart 2014, nrs. 5
-
-
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de weigering van de Inspecteur om alsnog de door de Rechtbank opgedragen uitspraak op bezwaar te doen en over de berekening van de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van de berechting in eerst
Toegewezen vordering b.p. (stiefzoon van verdachte) t.z.v. shockschade n.a.v. doodslag op moeder van b.p. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5356 m.b.t. vereisten voor vergoeding van shockschade. Het oordeel van het Hof dat de geleden immateriële schade toew
Conclusie AG. Mallorcazaak. Zinloos en excessief uitgaansgeweld door groep Nederlandse jongeren. Vorderingen benadeelde partijen (ouders en vriendin van slachtoffer dat door het geweld in coma is geraakt en, zonder te ontwaken, na vijf dagen is overleden). Volgens middel I is het
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 november 2017, nr. 17/3177, op het verzet van belanghebbende tegen de eerdere uitspraak van de Rechtbank van 24 augustus 2017.
Asbestzaak, mesothelioom. Blootstelling aan asbest door bedrijf dat isolatie aanbracht op scheepswerf waar benadeelde werkte. Doorbreking verjaring. Moment van ontvangst brief immateriële schadevergoeding (art. 6:106 lid 2 BW) niet van doorslaggevend belang.
Toewijzing vordering b.p. aan erfgenaam. Ook indien degene die zich op de voet van art. 51f.1 Sv als b.p. in het strafgeding heeft gevoegd is overleden, dient de rechter o.g.v. art. 361.4 Sv te beslissen op diens vordering. I.c. duurde de voeging van de overleden b.p. in h.b. voo