Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Burgerlijk Wetboek

Art. 6:106 BW

Genoemd in 2.894 uitspraken · Officiële wettekst

2.894 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live

ECLI:NL:HR:2016:252 5893 × geciteerd
Hoge Raad · 19-02-2016 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Art. 8:73 (art. 8:88 e.v.) Awb. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overzichtsarrest en beslissingen over nog niet behandelde kwesties.

ECLI:NL:HR:2016:2241 97 × geciteerd
Hoge Raad · 04-10-2016 · Strafrecht

Toegewezen vordering b.p. (stiefzoon van verdachte) t.z.v. shockschade n.a.v. doodslag op moeder van b.p. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5356 m.b.t. vereisten voor vergoeding van shockschade. Het oordeel van het Hof dat de geleden immateriële schade toew

ECLI:NL:PHR:2022:166 64 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 22-02-2022 · Strafrecht

Conclusie AG's Spronken en Lindenbergh. Veroordeling wegens moord en stalking. Middelen verdachte over afwijzing contra-expertise, horen getuige-deskundige, voorbedachte raad en schending redelijke termijn. Middel benadeelde partijen over niet-ontvankelijkverklaring van vordering

ECLI:NL:HR:2010:BL9105 41 × geciteerd
Hoge Raad · 13-07-2010 · Strafrecht

B.p. die is overleden na toewijzing van de vordering in 1e aanleg. 1. Vordering. 2. Schadevergoedingsmaatregel (s.v.m.). Ad 1. I.c. duurde de voeging ex art. 421.2 Sv van rechtswege voort zodat het Hof ex art. 361 Sv op de vordering diende te beslissen. De omstandigheid dat de b.

ECLI:NL:HR:2014:2981 30 × geciteerd
Hoge Raad · 17-10-2014 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Art. 6 EVRM. Art. 8:73 Awb. Redelijke termijn. Immateriële schadevergoeding bij voortzetting procedure door erfgenamen.

ECLI:NL:HR:2025:1055 25 × geciteerd
Hoge Raad · 08-07-2025 · Strafrecht

Mallorcazaak. Uitgaansgeweld, o.m. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen (art. 141 Sr) waardoor een slachtoffer (A) is overleden. Vordering benadeelde partij. 1. Groepsaansprakelijkheid, art. 6:166.1 BW. Is verdachte aansprakelijk voor schade die verband houdt met l

ECLI:NL:HR:2002:AE8474 19 × geciteerd
Hoge Raad · 22-11-2002 · Civiel recht

-

ECLI:NL:HR:2006:AZ1111 13 × geciteerd
Hoge Raad · 24-11-2006 · Civiel recht

WSNP; tijdens toepassing van schuldsaneringsregeling ontvangen letselschade-uitkering ingevolge een vaststellingsovereenkomst ter compensatie van materiële en immateriële schade als gevolg van verkeersongevallen valt in de boedel (art. 295 F.); smartengeld, overeenkomstige toepas

ECLI:NL:HR:2006:AU5684 10 × geciteerd
Hoge Raad · 03-02-2006 · Civiel recht

Geschil tussen de advocaat van een inmiddels overleden patiënt en aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis over de vraag of het recht van de patiënt op vergoeding van immateriële schade (smartengeld) is overgegaan op diens erven; vraag of de advocaat een mededeling in de

ECLI:NL:PHR:2020:358 8 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 09-04-2020 · Civiel recht

Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX5668 8 × geciteerd
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23-08-2012 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Het Hof geeft algemene richtlijnen betreffende het verzoek van belanghebbende tot toekenning van een immateriëleschadevergoeding op grond van artikel 8:73 van de Awb. Diverse onderwerpen worden behandeld. Ten aanzien van het recht op schadevergoeding als zodanig: de gedragingen a

ECLI:NL:PHR:2025:228 6 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 18-02-2025 · Strafrecht

Conclusie AG. Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en verschillende diefstallen (art. 310/311 Sr). Middel 1 en 2: bewijsklachten over medeplegen doodslag en opzet op de dood i.v.m. vaststellingen die over de geweldinwerking op het hoofd van het slachtoffer zouden ontbreken. Deze mid

ECLI:NL:PHR:2017:81 6 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 09-02-2017 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Het geschil ziet op de vraag of (een) belanghebbende (ook) recht heeft op een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling in bezwaar en beroep, indien het bedrag van de (eventuele) vergoeding, op grond van een ‘no cure no pay’

ECLI:NL:RBAMS:2021:909 5 × geciteerd Vernietigd
Rechtbank Amsterdam · 08-03-2021 · Strafrecht

20 maanden jeugddetentie en de PIJ-maatregel voor doodslag. De rechtbank oordeelt dat sprake is geweest van een noodweersituatie waarin verdachte de medeverdachte mocht verdedigen tegen de aanval van het slachtoffer. Hij had dit echter op een andere manier moeten doen dan het sla

ECLI:NL:RBROT:2019:10069 5 × geciteerd
Rechtbank Rotterdam · 19-12-2019 · Strafrecht

Insulinezaak. De verdachte is onder meer veroordeeld voor vier moorden, zeven pogingen tot moord en één poging tot doodslag, De verdachte heeft deze levensdelicten gepleegd door bij de slachtoffers ten onterechte (te veel) insuline toe te dienen. De slachtoffers waren allen (hoog

ECLI:NL:PHR:2020:359 4 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 09-04-2020 · Civiel recht

Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld

ECLI:NL:PHR:2016:1330 3 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 16-12-2016 · Civiel recht

Arbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid. Mesothelioom. Beroep op verjaring (art. 3:310 lid 2 BW) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635, NJ 2000/430 (Van Hese/De Schelde). Betekenis van EHRM 11 maart 2014, nrs. 5

ECLI:NL:PHR:2002:AE2149 3 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 20-09-2002 · Civiel recht

-

ECLI:NL:RBHAA:2002:AE6438 3 × geciteerd
Rechtbank Haarlem · 23-07-2002 · Civiel recht

-

ECLI:NL:PHR:2022:756 2 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 16-08-2022 · Bestuursrecht; Belastingrecht

A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de weigering van de Inspecteur om alsnog de door de Rechtbank opgedragen uitspraak op bezwaar te doen en over de berekening van de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van de berechting in eerst

ECLI:NL:PHR:2016:947 2 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 23-08-2016 · Strafrecht

Toegewezen vordering b.p. (stiefzoon van verdachte) t.z.v. shockschade n.a.v. doodslag op moeder van b.p. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5356 m.b.t. vereisten voor vergoeding van shockschade. Het oordeel van het Hof dat de geleden immateriële schade toew

ECLI:NL:PHR:2025:483 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 22-04-2025 · Strafrecht

Conclusie AG. Mallorcazaak. Zinloos en excessief uitgaansgeweld door groep Nederlandse jongeren. Vorderingen benadeelde partijen (ouders en vriendin van slachtoffer dat door het geweld in coma is geraakt en, zonder te ontwaken, na vijf dagen is overleden). Volgens middel I is het

ECLI:NL:PHR:2018:1035 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 20-09-2018 · Bestuursrecht; Belastingrecht

A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 november 2017, nr. 17/3177, op het verzet van belanghebbende tegen de eerdere uitspraak van de Rechtbank van 24 augustus 2017.

ECLI:NL:RBROT:2017:657 1 × geciteerd
Rechtbank Rotterdam · 25-01-2017 · Civiel recht

Asbestzaak, mesothelioom. Blootstelling aan asbest door bedrijf dat isolatie aanbracht op scheepswerf waar benadeelde werkte. Doorbreking verjaring. Moment van ontvangst brief immateriële schadevergoeding (art. 6:106 lid 2 BW) niet van doorslaggevend belang.

ECLI:NL:PHR:2014:277 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 04-02-2014 · Strafrecht

Toewijzing vordering b.p. aan erfgenaam. Ook indien degene die zich op de voet van art. 51f.1 Sv als b.p. in het strafgeding heeft gevoegd is overleden, dient de rechter o.g.v. art. 361.4 Sv te beslissen op diens vordering. I.c. duurde de voeging van de overleden b.p. in h.b. voo