Erfdienstbaarheid van weg. Vraag of gewijzigde omstandigheden bij het heersende erf, waaronder toegang tot een naastgelegen perceel, tot opheffing/wijziging van de erfdienstbaarheid of tot maatregelen inzake het gebruik ervan moeten leiden.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:81 BW
Genoemd in 48 uitspraken · Officiële wettekst
48 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/121HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, incidenteel verweerders, advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove, t e g e n [Verweerster], gevest
vordering tot opheffing erfdienstbaarheden. Zijn erfdienstbaarheden naar oud recht door vermenging teniet gegaan en daarna herleefd? Zijn na de vermenging opnieuw identieke erfdienstbaarheden gevestigd? Uitleg akte.
erfdienstbaarheid gevestigd in akte uit 1896, gevestigd tbv gebruik beerput en Nortonwel, beerput en Nortonwel zijn er niet meer, geen redelijk belang meer bij uitoefening, opheffing, 5:73 BW, 5:79 BW
Opheffen erfdienstbaarheid i.v.m. ontbreken voldoende belang (art. 5:79 BW) toegewezen, maar onder voorwaarde dat aan huidig rechthebbende een vergoeding wordt betaald. Voorstel voor vragen aan te benoemen deskundige.
opheffing erfdienstbaarheid; verkrijging van erfdienstbaarheid door verjaring; bezit erfdienstbaarheid .
Erfdienstbaarheid van uitweg. Eigenaar van het dienend erf vordert opheffing van de erfdienstbaarheid. Volgens hem heeft de eigenaar van het heersend erf geen redelijk belang meer bij de instandhouding van de erfdienstbaarheid. De rechtbank denkt daar met de eigenaar van het heer
Opheffing erfdienstbaarheid wegens ontbreken redelijk belang (artikel 5:79 BW).
opheffen erfdienstbaarheid
opheffen erfdienstbaarheid ex art. 5:79 BW; bekrachtiging
Erfdienstbaarheid. Verjaring. Bewijslevering.
- burengeschil - opheffing erfdienstbaarheid - schutting
Geschil tussen een varkenshouder en een landbouwer met aangrenzende erven, waarbij een recht van erfdienstbaarheid is gevestigd om aan de landbouwer toegang tot de openbare weg te verschaffen. Tussen partijen is inmiddels een reeks van geschillen ontstaan voorvloeiend uit het wed
erfdienstbaarheid van weg, akte geeft uitsluitsel over betrokken percelen, erfdienstbaarheid omvat niet het recht om de weg ook te gebruiken als uitweg voor een aan het heersend erf grenzend industrieterrein dat de eigenaar van het heersend erf mede in eigendom heeft.
Teniet gaan van erfdienstbaarheid, door verjaring van de rechtsvordering tot opheffing van daarmee strijdige toestand, ex artikel 3: 306 BW. Tevens opheffing van erfdienstbaarheid wegens het wegvallen van het belang ex artikel 5:79 BW. Anders dan A aanvoeren moet het ervoor worde
Vordering opheffing erfdienstbaarheid; afgewezen vanwege belang bij uitoefening.
Eiser vordert opheffing erfdienstbaarheid omdat gedaagde geen redelijk belang meer heeft. Gedaagde heeft na het vestigen van de erfdienstbaarheid een andere uitweg naar de openbare weg gekregen. De op art. 5:379 BW gebaseerde verodering afgewezen omdat gedaagde nog steeds voldoen
28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/121HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, incidenteel verweerders, advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove, t e g e n [Verweerster], gevest