Erfdienstbaarheid. Vraag of er nog een redelijk belang voor het heersend erf bestaat bij handhaving van de erfdienstbaarheid.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:79 BW
Genoemd in 243 uitspraken · Officiële wettekst
243 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Vordering opheffing erfdienstbaarheid; afgewezen vanwege belang bij uitoefening.
Opheffing erfdienstbaarheid
geen erfdienstbaarheid van weg verkregen door verjaring. Geen duidelijke daden van bezit. Noodweg. Onrechtmatige hekwerken
Erfdienstbaarheid van weg.
Erfdienstbaarheid van weg. Ontstaan door vestiging of door verjaring. Opheffing. Wijziging.
Het hof is, mede gelet op artikel 14 van de akte, van oordeel dat de artikelen 7 onder a en 9 in onderling verband en samenhang moeten worden uitgelegd. De door Schaarshoek voorgestane uitleg van het begrip “inrichting” in artikel 7 onder a van de akte acht het hof vanuit taalkun
De vordering tot het verlenen van ongehinderde doorgang over een perceel naar de openbare weg wordt afgewezen, hoewel er een erfdienstbaarheid bestaat. Deze erfdienstbaarheid wordt niet opgeheven, maar geconcludeerd wordt dat eiser geen redelijk belang heeft bij het feitelijk uit
Parkeerterrein in strijd met eigendomsrecht en erfdienstbaarheid.
Burengeschil over erfdienstbaarheden m.b.t. het gebruik van een tussen hun panden gelegen gang, spiegelbeeldigheid van erfdienstbaarheden, onmogelijkheid tot uitoefening van erfdienstbaarheid na uitbouw van beide panden waardoor de gang is volgebouwd; opheffing erfdienstbaarheid;
''(...) [eisers] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de erfdienstbaarheid zoals omschreven in het lichaam van de dagvaarding op te heffen vanaf twee dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis en [gedaagden] te gebieden mee te werken aan de doorhaling van de e
Eiser vordert opheffing erfdienstbaarheid omdat gedaagde geen redelijk belang meer heeft. Gedaagde heeft na het vestigen van de erfdienstbaarheid een andere uitweg naar de openbare weg gekregen. De op art. 5:379 BW gebaseerde verodering afgewezen omdat gedaagde nog steeds voldoen
28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/121HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, incidenteel verweerders, advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove, t e g e n [Verweerster], gevest
Vordering tot opheffing van erfdienstbaarheid terzake van de zijgevel en veroordeling van geopposeerde tot verwijdering van een bouwwerk. Vordering afgewezen. Opheffing kan alleen als sprake is van onvoorziene omstandigheden. De constructie bestaat al 30 jaar, de vochtproblemen,
Vervolg op Hof 's-hertogenbosch d.d. 13-05-2003, LJN AS9534. Naar het oordeel van het hof verschilt de gewijzigde bestemming van het heersende perceel (thans een perceel dat bij uitstek is ingericht voor bewoning) in zodanige mate van de situatie ten tijde van de vestiging van de
-
-
-