Verbod tot het bouwenvan een bouwwerk dat voor onredelijke hinder zal zorgen bij het naastgelegen pand (artikel 5:50 lid 4 BW). Het dichtbouwen van ramen levert onredelijke hinder op. Verjaring van vordering tot wegneming.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:50 BW
Genoemd in 370 uitspraken · Officiële wettekst
370 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Erfdienstbaarheid van lichtinval en uitzicht. Artikel 5:49 BW en 5:50 lid 4 BW.
Civiel. Erfgrens, verjaring, onrechtmatig, vergunningsaanvraag, nakosten.
De rechtbank komt – in aanvulling op het tussenvonnis – tot de conclusie dat de vordering van Sintenie tot het verwijderen of dichtmaken van de vensters is verjaard en dat Sintenie geen hekwerk mag plaatsen op de erfgrens.
Er is een erfdienstbaarheid ontstaan bestaande uit het recht van vrij uitzicht en het verkrijgen van lichtinval. De bouw van een pand ernaast, levert geen onrechtmatige hinder op.
Opheffing erfdienstbaarheid ivm geen redelijk belang meer bij uitoefening. Eisers hoeven daarvoor geen schadevergoeding aan gedaagde te betalen. Eisers worden in staat gesteld bewijs leveren vensters schuur >20jaar op dezelfde plaats aanwezig zijn.
Geschil over erfgrens. Recht van overpad? Erfdienstbaarheid? Misbruik van bevoegdheid door het plaatsen van een schutting?
Burengeschil inzake bebouwing nabij erfgrens en pal voor raam. Vordering tot verplaatsing afgewezen. Geen strijd met gevestigde erfdienstbaarheid, noch sprake van onrechtmatige hinder.
Kort Geding. Burengeschil.
Geschil over de vraag of een appartementengebouw onrechtmatige hinder oplevert jegens de eigenaar van een achterliggend bebouw; het hof beantwoordt die vraag ontkennend. Daarnaast oordeelt het hof dat een erfdienstbaarheid door bestemming om vensters te mogen hebben geen recht op
Een bewoner van een dijkwoning in Amsterdam mag een uitbouw aan zijn woning maken. Dat heeft de voorzieningenrechter bepaald.
Burengeschil. Toewijzing vordering oprichting scheidsmuur op gezamenlijke kosten. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:4100.
Burengeschil. De aanwezigheid van een schutting binnen twee meter vanaf de ramen van de woning van de buren hindert de buren onredelijk. Art. 5:50 lid 4 BW. Beslissing: geen volledige verwijdering van de schutting, maar inkorting met twee planken.
De eigenaar van een voormalig kantoorgebouw, die daar negen woningen in bouwt, moet de balkons 30 cm minder diep maken.
Een nieuw bedrijfspand van 8 meter hoog op een industrieterrein in Amsterdam-Zuidoost is te dicht op het buurpand gebouwd. Dat is onrechtmatig, want het leidt tot hinder door het onthouden van veel daglicht.
Na verkoop perceel C door eigenaar van percelen A, B en C is bij leveringsakte perceel C erfdienstbaarheid gevestigd ten laste van perceel C en ten behoeve van perceel A en ten behoeve van perceel B. Perceel C en perceel A zijn op latere datum in een hand gekomen. Uitleg van akte
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2019:4360. Kort geding. Een bedrijfspand grensde eerst aan de openbare weg met vrij (zon)lichtinval via de ramen op de tweede verdieping. Na de herindeling is ernaast een nieuw bouwperceel ontstaan. Daarop wordt gebouwd, waardoor de lichtinval bij het bes
B&w hebben aan de derde-partij een (legalisatie)omgevingsvergunning verleend voor de activiteit gebruik in strijd met het bestemmingsplan voor een blokhut in de achtertuin. Eisers zijn buren van derde-partij. De blokhut is geplaatst op 30 cm van erfgrens. Eisers hebben een (bedri
Burenrecht. Conventie: art. 5:37 BW. Uitbreiding van pand levert geen onrechtmatige hinder jegens de achterburen op. Reconventie: art. 5:50 BW. Moeten de doorzichtige ramen van deze achterburen geblindeerd worden? Bewijsopdracht t.a.v. verjaring
Bedrijfspand grenzend aan de openb. weg met onbeperkt zonlicht en lichtinval via de ramen. Na herindeling weg verplaatst en naast het bedrijfspand grond vrijgekomen, waarop bedrijfspand wordt gebouwd. Staken bouwwerkzaamheden afgewezen. Geen onr. hinder
Vordering tot verwijderen van stalen uitbouw wordt toegewezen omdat er sprake is van onredelijke hinder in de zin van artikel 5:50 lid 4 BW.
Doorzichtige ramen aanwezig binnen 2 mtr van de erfgrens (5:50 lid 1 BW), verjaringsverweer 3:306 en 3:314 lid 1 BW slaagt, oud recht en overgangsrecht, recht van erfdienstbaarheid van uitzicht ontstaan (3:105 lid 1 BW), gevorderde verwijdering afgewezen
Hoewel een bewoonster in Centrum hinder ondervindt van de dakkapel die haar nieuwe buren vlakbij haar slaapkamerraam hebben laten plaatsen, hoeft deze niet te worden verwijderd.
Geschil of door verjaring erfdienstbaarheid is verkregen.
Erfdienstbaarheid gevestigd ten behoeve van twee percelen tegelijk. Een van die percelen komt later in dezelfde hand als van het dienend erf. Komt daarmee de erfdienstbaarheid van dat perceel te vervallen doordat het als gevolg van vermenging tenietgaat? In beginsel wel, tenzij s