Burenrecht. Verjaring. Bezit door plaatsen van een ‘hondenhekje’?
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:49 BW
Genoemd in 229 uitspraken · Officiële wettekst
229 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
burenzaak, grensoverschrijdende funderingen, mandeligheid, natrekking, beschadigde beplanting.
Wijkrechterzaak. Burengeschil over een pergola, een heesterborder, een stamroos, een berk en drie fruitboompjes. Wijkrechter stelt op verzoek van partijen in een vonnis snoeiregels vast waar partijen zich op straffe van een dwangsom aan dienen te houden.
Burengeschil. Interversieverbod: artikelen 3:105, 3:107, 3:111 BW. Eigendom strook grond. Beroep op verjaring strandt omdat het gebruik is gebaseerd op een afspraak en de houder op grond van het bepaalde in artikel 3:111 BW zichzelf niet tot bezitter kan maken, hetgeen ook geldt
Burenrecht. Erfafscheiding. Art. 5:43 BW, art. 5:49 BW. Geen belangenafweging. Coniferenhaag te vervangen door muur? Mandeligheid. Onderhoud en vervanging van mandelige muur. Art. 3:170 BW, art. 5:65 BW. Misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Rechtsverwerking. Afwijkende overee
Civielrecht, burenrecht, hinder, Hagen tegen de erfgrens groeiend op het perceel van gedaagde fungeren als groene scheidsmuren die te veel (zon)licht wegnemen op het aangrenzend lager gelegen buurperceel. Dit levert onrechtmatige hinder op in de zin van art. 5:37 BW. De hagen moe
Geschil over erfafscheidingsgrens. In conventie wordt een vordering ingesteld tot het verwijderen en verwijderd houden van twee klapdeurtjes, een regenton en schot. Niet-ontvankelijkheid. Vordering ten onrechte niet tegen eigenaar ingesteld. In reconventie wordt een vordering ing
Burenrecht. Verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit. Bestraten en onderhouden klein strookje grond voor eigen woning brengt in de gegeven omstandigheden mee dat naar verkeersopvatting sprake is van bezit
Hoogte van hagen op een perceel grond dat ligt op de hoek van twee straten. Toepasselijke wet- en regelgeving. Uitleg van verplichtingen die de gemeente bij wege van kettingbeding aan de koper van bedoeld perceel over de hoogte van hagen heeft opgelegd.
Burenrecht. Vordering oprichting scheidsmuur. Twee meter. Verboden uitzichten. Balkons of soortgelijke werken. Privacy. Onrechtmatige daad. Art. 3:13; art. 5:49 BW; art. 5:50 BW; art. 5:62 BW; art. 6:162 BW.
Burengeschil over schutting. Geen omstandigheiden aangevoerd die beroep op misbruik van recht kunnen rechtvaardigen; geen erfdienstbaarheid door verjaring ontstaan.
Grensgeschil. De partijen zijn het eens over de in veldwerk 1381 weergegeven kadastrale grens. Voor zover de feitelijke grens daarvan afwijkt doen zij elk een beroep op bevrijdende verjaring. De door gedaagde in conventie ingenomen stellingen zijn zo weinig consistent dat zij de
Met ingang van 1 januari 2002 is in artikel 351 Rv opnieuw de mogelijkheid vastgelegd dat ingeval van hoger beroep tegen een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, de appelrechter op vordering van een partij alsnog de tenuitvoerlegging van het vonnis schorst. Aangenomen moet
Burenrecht. Vordering tot inkorting van coniferen en ligusterstruik. Uitleg van de artikelen 5:42 lid 3 juncto 5:49 lid 1 BW wanneer twee aan elkaar grenzende tuinen anderhalve meter in hoogte verschillen