incidentele vordering op grond van artikel 223 Rv; erfdienstbaarheid van overpad; afsluiten heersend erf; tijdelijke ordemaatregel.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:48 BW
Genoemd in 168 uitspraken · Officiële wettekst
168 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
erfdienstbaarheid van weg. Noodweg.
Burenrecht. Verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit. Bestraten en onderhouden klein strookje grond voor eigen woning brengt in de gegeven omstandigheden mee dat naar verkeersopvatting sprake is van bezit
Erfdienstbaarheid. Verjaring. Verkrijgende verjaring. Geen misbruik van bevoegdheid. Uitvoerbaar bij voorraad verklaard, verweer daartegen slaagt niet. Artikelen 5:48 BW, 5:50 BW, 3:306 BW, 3:307 BW, 3:314 BW, 3:13 BW, 3:99 BW, 3:105 BW en 233 Rv.
Erfpachter vordert verbod Gemeente om een hekwerk te plaatsen in directe nabijheid van zijn horecaonderneming. Vordering afgewezen. Gemeente is als eigenaresse van een stuk grond bevoegd daarop een hekwerk te plaatsen, geen sprake van een door verjaring ontstane erfdienstbaarheid
Burengeschil; vrijmaken en vrijhouden erfafscheiding; Art. 5:50; ondoorzichtig maken raam; Art. 5:42; 5:44; verwijderen/snoeien beplanting;
Omvang erfdienstbaarheid; het feitelijk gebruik van de erfdienstbaarheid om over het diendend erf de aan het heersend erf aangrenzende percelen te bereiken vindt zonder recht of titel plaats. Geen recht van overpad door verjaring naar oud BW. Geen onredelijke verzwaring van de er
Executiegeschil: zijn dwangsommen verbeurd wegens niet-nakoming vonnis over erfdienstbaarheid van voetpad?
Centraal staat de vraag of het aannemelijk is dat er sprake is van een buurweg.
Kort geding procedure. Erfdienstbaarheid van weg. Slagboom niet antipassback systeem levert geen belemmering op in het kader van de erfdienstbaarheid. Registratie niet in strijd met WBP.
Vervolg op ECLI:NL:RBONE:2013:B26032 Gedaagde is geslaagd in het bewijs dat eiser uitdrukkelijk heeft ingestemd met de plaatsing van het hek op de huidige plaats en dat hij de aannemer al opdracht had gegeven het hek te plaatsen voordat eiser deze toestemming introk. Inbreuk op e
Geschil met betrekking tot de omvang en wijze van uitoefening van een erfdienstbaarheid (afsluiten erf en kostenverdeling). Uitleg vestigingsakte.
Kort geding. Handhavingsactie gemeente. Onrechtmatige hinder? Belangenafweging.
Art. 81 lid 1 RO. Vrijwaringsprocedure. Burenrecht. Misbruik van recht bij plaatsing erfafscheiding? Art. 3:13 BW.
Inhoud en wijze van uitoefening van erfdienstbaarheid van weg, nakoming gedoogplicht, voorwaardelijk verbeurde boetes.
Erfdienstbaarheid. Vergroting heersend erf door feitelijke en kadastrale samenvoeging van percelen en daarop gebouwde panden.
Hek geplaatst op brug die eigendom is van eiser. Verwijzing naar de rol voor bewijsopdracht gedaagde dat toestemming voor de plaatsing is gegeven.
Geschil tussen buren over eigendom betreffende een strook grond, een ongehakte rij coniferen, een schutting en een grensoverschrijdende blokhut. Onrechtmatige daad. Omvang schadevergoeding.
erfdienstbaarheid van onderhoud rechtvaardigt niet een te allen tijde onbelemmerde toegang tot perceel buurman
Tussen Pearl en Laissez Faire is een erfdienstbaarheid van weg gevestigd ten behoeve van Pearl en ten laste van Laissez Faire. Vraag is of Laissez Faire door verhuren van ‘booth’ en verkoopactiviteiten toe te staan langs en op die weg, een ongeoorloofde inbreuk faciliteert op de
Verkrijgende of bevrijdende verjaring van een recht van erfdienstbaarheid; bevoegdheid persoonlijk recht van gebruik op te zeggen.
Geschil over erfdienstbaarheid (recht van overpad over een tuinpad naast en achter rijtjeswoningen).
Inhoud erfdienstbaarheid en wijze van uitoefening; plaatselijke gewoonte door aanleg en gebruik sinds 1971; afsluiten hek/slagboom.
Plaatsen hek op de toegangsweg niet in strijd met erfdienstbaarheid, verplichting heersende erf om hek na gebruik te sluiten niet onredelijk belastend, enige hinder moet worden getolereerd.
Burengeschil. Onder de in het vonnis geschetste omstandigheden is het door gedaagden afsluiten van hun erf geen misbruik van de bevoegdheid dat te doen (artikel 5:84 BW), hetgeen eisers in feite aan hen verwijten. In redelijkheid kunnen gedaagden dan ook geen aanspraak maken op h