Burenrecht. Geschil over de extinctieve verjaring van een strook grond, inbreuk op het eigendomsrecht van de buren door het plaatsen van een hekwerk tegen de zijgevel van hun woning, snoeien van beplanting binnen de in artikel 5:42 lid 1 BW genoemde afstanden, de uitleg van een e
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:44 BW
Genoemd in 210 uitspraken · Officiële wettekst
210 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Burenrecht; vordering tot verwijdering van boom die binnen de door artikel 5:42 BW verboden afstand staat is verjaard; desondanks onrechtmatige hinder als doorschietende wortels van die boom schade aan eigendommen buurman veroorzaken; deskundigenbericht nodig i.v.m. vraag of die
burenrecht; art. 5:37 BW, 5:42 BW en 5.44 BW
(Mede)eigendom boom; art. 5:20 lid 1, onder f, BW. Omstandigheid dat de stam verenigd is met de grond van beide erven brengt mee dat de boom toebehoort aan de eigenaren van beide erven gezamenlijk. Dit geldt ook voor bomen die ooit geplant zijn in de grond van het ene perceel maa
Burenrecht. Heg bestaande uit coniferen en braamstruiken op circa 1,50 meter ven de erfscheiding. Eiser, eigenaar van het aangrenzende erf, stelt een vordering volgens artikel 5:44 BW in. Tijdens de procedure verwijdert gedaagde de coniferen. Eiser wijzigt dan zijn vordering in d
erfafscheiding: wortels van de abeel ondergronds, schade aan terras. Artikel 5:44 BW van toepassing