Kort geding. Geschil over de verhuur van roerende zaken. Verhuurder vordert die zaken terug na ontbinding van de huurovereenkomst. Beroep van huurder op eigendomsverkrijging door natrekking onvoldoende toegelicht en daarom verworpen. Oordeel van de kantonrechter in de aanhangige
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:2 BW
Genoemd in 414 uitspraken · Officiële wettekst
414 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Verzoek billijke vergoeding na ontslag op staande voet, bewijsopdracht aan werkgever.
Terugkomen op bindende eindbeslissing. Schuur is deels overgebouwd op perceel buurman. Beroep op artikel 5:54 BW, tevens beroep op artikel 3:13 BW. Veroordeling tot verwijdering deel van de schuur. In rec. veroordeling tot verwijdering scheidingswand.
Civiel, eigendomsrecht, bezitter, rechthebbende, geldige overdracht, beschikkingsonbevoegd, te goeder trouw, derdenbescherming, redelijkheid en billijkheid.
Kort geding. Het Land is gerechtigd steigers op een haar in eigendom toebehorend waterperceel te verwijderen.
Bruikleenovereenkomst sui generis. Ontruiming.
Heeft verhuurder eigenmachtig bedrijfsruimte ontruimd en aantal zaken van huurder onder zich genomen? Bewijslastverdeling.
Gebruik van containervelden voor sierteelt: huurovereenkomst of pachtovereenkomst (art. 7:201, 7:311 en 7:312 BW)? Bevoegdheid kantonrechter of pachtkamer (art. 1019j Rv): zaak betreffende een pachtovereenkomst? Wanprestatie; onrechtmatige daad.
Kort geding. Rechtsgeldige uitoefening retentierecht
Huurrecht: vraag of en met wie de huurovereenkomst tot stand is gekomen in het kader van revindicatie
Afgifte van zaken. Retentierecht. Vorderingen van de curator toegewezen. Matiging van gevorderde buitengerechtelijke kosten.
Kort geding. Inbreuk op eigendomsrecht, revindicatie (afgifte handelsvoorraad). Rechtsgeldigheid van het beroep op het opschortings- dan wel retentierecht (artikel 3:290 BW jo. 6:52 BW). Bestaan van duurovereenkomst, de ‘opeisbaarheid’ van het hieruit voortvloeiende vorderingsrec
krakers; ontruiming bedrijfspand
Ontruiming van een door de NAM in het bezit zijnde (gekraakte) boerderij. De veiligheid van het Rijksmonument is doorslaggevend:
kort geding; vordering eigenaar (woningstichting) en (voormalig) beheerder tot ontruiming gekraakt pand; (spoedeisend) belang bij vordering
Artikel 5:2 BW en artikel 3:86 lid 3 BW; diefstal; verkrijging van beschikkingsonbevoegde; revindicatie; goede trouw; bewijs
Retentie op scheepscasco's. Vraag of gedaagde misbruik maakt van het retentierecht.
Vordering tot revindicatie van de paarden afgewezen. Onvoldoende is thans komen vast te staan dat eiser de eigenaar van deze paarden is. Subsidiaire vordering tot stalling van de paarden en de daarbij behorende paspoorten bij een derde toegewezen.
Schadeloosstelling na onteigening. Artikel 3:99 verkrijgende verjaring. Geen bezit te goeder trouw. Artikel 3:105, ook geen bevrijdende verjaring nu geen sprake is van het houden van een goed voor zichzelf. Uitgebreide overweging met betrekking tot de waarde van het overblijvende
“Art. 3:84 en 3:86 BW. Analogische toepassing art. 3:86 BW. Driepartijenverhouding. Rechtsbescherming bij onvolledige samengestelde titel? Goede trouw verkrijger?”
Kort geding. Terugvordering onder eigendomsvoorbehoud geleverde goederen. Schuldvernieuwing door omzetting verbintenissen tot betaling koopprijs in geldlening. Verzuim vereist voordat tot terugvordering kan worden overgegaan. Dwangsom afgewezen t.a.v. goederen die mogelijk zijn v
Vordering opschorting retentierecht
In geschil is of [x] door verjaring eigenaar is geworden van perceel. Hof oordeelt van niet. Van oudsher gedoogde de overheid dat gebruikers van overheidsgrond hooguit houders waren voor de overheid. Wanneer men heeft aangevangen als houder dan gaat men onder dezelfde titel voort
Krakerszaak. Verzekeraar van eiseressen heeft verzekering beëindigd omdat het pand is gekraakt. Het feit dat het pand niet is verzekerd, brengt onaanvaardbaar risico voor eiseressen met zich mee. Bovendien klachten van omwonenden wegens overlast door krakers. Vordering tot ontrui
Erfrecht. Door erflater op rekening van een derde overgemaakt geldbedrag; vordering erfgenaam tot terugbetaling. Hereditatis petitio (art. 4:183 BW)? Grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep. Tardief verjaringsverweer?