geldvordering in kort geding toegewezen, geen matiging contractuele boete
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:20 BW
Genoemd in 170 uitspraken · Officiële wettekst
170 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Gedeeltelijke ontbinding van een overeenkomst vanwege onvoorziene omstandigheden als bedoeld art. 6:258 BW
Mobiel chalet dat belanghebbende anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat is geen eigen woning voor de Wet IB, omdat het op gehuurde grond is geplaatst.
Reikwijdte verwijzingsopdracht niet zo ruim als door belanghebbende gesteld. Niet is komen vast te staan dat belanghebbende in 1986 eigenaar is geworden van de grond onder de dammen.
Centrale Grondkamer, pachtrecht [artikel 7: 319 BW] Goedkeuring pachtovereenkomst betreffende 16.47.70 ha land te Zuid-Holland. Centraal staat de vraag of tussen partijen met betrekking tot vermeld land een pachtovereenkomst bestaat en zo ja, of de overeengekomen tegenprestatie n
Aanwijzing burgemeester tot verlegging leidingen op eigen kosten energiebedrijf. Uitleg overeenkomst naar aanleiding van verzelfstandiging energiebedrijf. Haviltex-maatstaf. Heeft de gemeente zich verbonden medewerking te verlenen aan vestiging opstalrecht? Eigendom van de grond
Artikel 13 Wet BRV. Verkoop appartement na oplevering.Vermindering van overdrachtsbelasting i.v.m. door vorige verkrijgers betaalde grondprijs, omdat die vorige verkrijging (zijnde een levering in de zin van de Wet OB) heeft plaatsgevonden binnen de zesmaandstermijn.
Aangebouwd voorportaal is bestanddeel van gebouw dat dienst doet als winkel. Eigendom door horizontale natrekking. Art 3:4 BW, art. 5:20 lid 1 BW.
Goederenrecht, a-b-c constructie, uitleg overeenkomst, ongerechtvaardigde verrijking.
Civiel overig. Onrechtmatig handelen van de ene buur tegenover de andere buur. Dit handelen heeft bestaan uit a) het vervuilen van de gezamenlijke sloten met mest, b) het verleggen van de sloten in de richting van het perceel van de benadeelde buur, c) het wijzigen van de afwater
Art. 9, lid 4, Wet BRV. Uitbreiding economische gerechtigdheid tot erfpachtrechten vormt geen terugverkrijging in de zin van het Besluit van 19 februari 2007, V N 2007/15.15.
Betreft voormalig campingterrein, dat in kavels is verdeeld. Kaveleigenaren willen niet langer energie en gas betrekken via de beheerder/eigenaar en doen een beroep op de richtlijnen 2009/72/EG en 2009/73/EG. Zij betwisten de omvang van de in rekening gebrachte kosten voor gebrui
Er kan geen precariobelasting worden geheven omdat het terrasmeubilair zich bevindt op de eigendom van belanghebbende. Dat onder de eigendom van belanghebbende (de keldernissen met hardstenen afdekking) sprake is van gemeentegrond maakt deze conclusie niet anders.
De Staat vordert een verklaring voor recht dat de Gemeente zakenrechtelijk eigenaar is van een deel van de riolering die met gelden van de Staat en de Gemeente is aangelegd. De Gemeente is in de onderhavige situatie de bevoegde aanlegger in de zin van artikel 5:20 lid 2 BW, dus z
Geschil tussen buren over al dan niet bevaarbaar water.
Art. 3.111, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Eigenwoningregeling van toepassing bij van erfpacht afhankelijk recht van opstal.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongeggrond verklaard, zie ook het arrest 11/00445.
Samenvatting: Elektriciteitsnet; straatlantaarn; eigendom; natrekking; bestanddeel; aansluiting; onroerende zaak; gemeenschappelijke regeling; levering; notariële akte. De vraag of een straatlantaarn onderdeel uitmaakt van het elektriciteitsnetwerk wordt voorshands negatief beant
(Mede)eigendom boom; art. 5:20 lid 1, onder f, BW. Omstandigheid dat de stam verenigd is met de grond van beide erven brengt mee dat de boom toebehoort aan de eigenaren van beide erven gezamenlijk. Dit geldt ook voor bomen die ooit geplant zijn in de grond van het ene perceel maa
Groutankers als bestanddeel van tunnelwand in eigendom gebleven van Prorail; geen (verticale) natrekking in de zin van art. 5:20 BW. Formele rechtskracht besluiten gemeente staat niet in de weg aan aansprakelijkheid Prorail voor schade eigenaar bouwgrond.
Art. 2, lid 1, en 9, lid 4, Wet BRV. Havenkranen onroerend? Verkrijging kranen door gerechtigde tot reeds gevestigd recht van opstal is geen (nadere) verkrijging in de zin van de Wet BRV.
Leidingenverordening, privaatrecht, bestuursrecht
Beschadiging leidingen door aannemer tijdens uitvoering graafwerkzaamheden. Aannemer aansprakelijk jegens eigenaar van de leidingen, aangezien er geen Klic-melding is gedaan.
Horizontale natrekking. Bunker is geheel eigendom van gedaagde, nu beide ingangen van de bunker zich op het perceel van gedaagde bevinden.
Eiseres -een belangenvereniging voor huurders van woonruimte (studenten)- vordert te verklaren voor recht dat gedaagde -een huurcorporatie- een machtspositie bezit op de woningmarkt voor studenten in Rotterdam en dat zij misbruik maakt van haar machtspositie door de huurders te