Eigendom van goederen die zijn gevonden tijdens werkzaamheden voor werkgever.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:18 BW
Genoemd in 36 uitspraken · Officiële wettekst
36 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Verdeling nalatenschap. Overgeslagen goed? Verjaring vordering? Exceptio plurium litis consortium
Eigendomsverkrijging door inbezitneming van een kennelijk prijsgegeven schilderij (artikel 5:18 BW jo. artikel 5:4 BW)? Vervolg op tussenvonnis 7 september 2011. Vaststaat dat Sparta niet de wil had het schilderij weg te doen. Het komt dus aan op de vraag of de derde er in de zin
Appellant krijgt een zogenaamde opstapwoning toegewezen in het kader van een met GGz gesloten hulpverleningsovereenkomst. Na gedwongen vertrek laat hij persoonlijke eigendommen achter, die door GGz (deels) worden vernietigd. Heeft GGz onrechtmatig gehandeld door de spullen te lat
eigendomsverkrijging van een schilderij. Is het gevonden schilderij een res derelicta (artikel 5:18 en 5:4 BW)? Aansprakelijkheid deurwaarder voor overlijden tropische vogels?
De voorliggende vraag is of (de rechtsvoorganger van) Sparta het bezit van het schilderij heeft prijsgegeven om zich van de eigendom te ontdoen, in de zin van artikel 5:18 BW, dan wel Visser daarop gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen. Bij de beantwoording van deze vraag kunnen
Partijen zijn verdeeld over de vraag of MarBer c.s. gehouden zijn de door Pluto Sport gevorderde roerende zaken aan haar af te geven. De voorzieningenrechter veroordeelt MarBer c.s. hoofdelijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de roerende zaken af te geven aan Pluto
Vordering tot teruggave schilderij
Nu De Limburger eigenaar (zonder publicatierecht) was geworden van de foto's, heeft zij niet onrechtmatig gehandeld door, ofwel (vrijwel) aanstonds nadat [appellant] deze foto's had aangeleverd, ofwel jaren nadien, nadat die foto's gedurende enige tijd in het archief hadden gezet
Voor zover de latere afstand waar [geïntimeerde] zich wellicht ook op heeft beroepen, gezien zou moeten worden als een eenzijdige ongerichte rechtshandeling, overweegt het hof dat ook dan aan [geïntimeerde] geen bescherming (art. 3:36 BW) toekomt, aangezien [geïntimeerde] op de z
Vordering van Allianz tot schadevergoeding, betreffende een gestolen auto bij een derde niet te goeder trouw in gebruik, afgewezen, nu teruggave van de auto nog steeds mogelijk is.