Door de splitsing in appartementsrechten is de onroerende zaak ingevolge het bepaalde in art. 5:117 lid 2 BW evenwel onvatbaar geworden voor overdracht. [geïntimeerden] hebben geen omstandigheden gesteld waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat partijen bij het verlen
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:117 BW
Genoemd in 12 uitspraken · Officiële wettekst
12 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Zaak tussen twee VvE's. Vordering tot medewerking vestiging erfdienstbaarheden tegen een vergoeding. Eiser niet-ontvankelijk, omdat gedaagde geen eigenaar is van de appartementsrechten ten behoeve waarvan de erfdienstbaarheid moet worden gevestigd.
Retentierecht op appartementsrecht Aannemer claimt retentierecht op onroerende zaak tegen derden met ouder recht. Die derden hebben appartementsrechten. Aannemer wil uitwinnen. Derden vorderen in reconventie verwijdering van de door de aannemer geplaatste hekken. Vorderingen over
Onteigening. In appartementsrechten gesplitste eigendom. Afzonderlijke onteigening van appartementsrechten? Stelsel Onteigeningswet, art. 4 en 59 Ow. ‘Titelzuiverende werking’ van de onteigening. Verplichting Staat tot minnelijke onderhandelingen met appartementseigenaren? Strekk
De omstandigheden die [appellant] in de memorie van grieven noemt acht het hof onvoldoende om daaruit te concluderen dat het pand voor [persoon 2] persoonlijk een zodanige meerwaarde had, dat deze bereid was bijna fl. 200.000 meer te betalen dan de marktwaarde van ruim fl. 307.00