Verbintenissenrecht. Uitleg inhoud opstalrecht. Vaststelling partijbedoeling op grond van notariële vestigingsakte aan de hand van objectieve uitlegmaatstaf. Verweer dat vestigingsakte afwijkt van daaraan ten grondslag liggende obligatoire overeenkomst gaf aanleiding aan de hand
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:105 BW
Genoemd in 23 uitspraken · Officiële wettekst
23 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Opstalrecht. AV70, AV2000. Gebondenheid opstalhouders aan door Hoogheemraadschap vastgestelde nieuwe algemene opstalvoorwaarden (AV 2007) en nieuwe retributiemethodiek? Is nieuwe retributiesystematiek onredelijk omdat geen rekening ermee is gehouden dat grond bouwrijp is gemaakt
Artikel 5:99 lid 1 BW is niet van toepassing op erfpachtcontracten die vóór 1 januari 1992, waren gesloten (zie artikel 170 Overgangswet NBW). Artikel 5:99 BW is niet van toepassing via de band van artikel 5:105 BW. Er is sprake vaneen erfpachtafhankelijk opstalrecht, dat niet lo
Erfverpachter kan zich beroepen op einde erfpachtovereenkomst. Overeengekomen vergoeding, opstalrecht en toepasselijk recht (overgangsrecht NBW), verjaring.
In deze zaak staan twee juridische vragen centraal: (1) Is een tijdens het faillissement van de erfpachter opeisbaar geworden canon een boedelschuld? (2) Heeft de grondeigenaar tijdens dat faillissement, maar voorafgaand aan het einde van de erfpacht, een retentierecht op wat de
Goederenrecht. Erfpacht. Opstal. Erfpachtafhankelijk opstalrecht. Verlenging. Vernietigbaarheid vergoedingsbeding? Toepasselijkheid art. 5:105 jo 5:99 BW? Overgangsrecht. Onmiddellijke werking. Art. 68a, 170, 171 Ow NBW. Verjaring. Art. 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veili
Belanghebbende verkoopt aan zijn kinderen zijn eigen woning met behoud van een voortdurend recht van erfpacht en een voortdurend zelfstandig recht van opstal. De koopsom is schuldig gebleven en de vordering wordt kwijtgescholden. In geschil is of de aan de kinderen betaalde erfpa
Recht van opstal. Verkrijging door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging van bezit (art. 3:306 jo. 3:105 lid 1 BW); stelplicht.
Eiseres heeft diverse vorderingen ingesteld tegen de curator q.q. en pro se. Maatstaf aansprakelijkstelling curator q.q. en pro se. Erfpacht canon is geen boedelschuld in de zin van de Faillissementswet. Eiseres heeft als eigenaar ingevolge artikel 5:100 lid 3 BW en artikel 5:105
Eiser verkoopt en levert een eigen woning onder voorbehoud van een erfpachtrecht/opstalrecht aan zijn kinderen. Eiser heeft zijn kinderen de koopsom hiervoor kwijtgescholden. eiser heeft daarnaast rente betaald over bij de aanschaf van de woning afgesloten lening, alsmede de erfp
Bedrijf wenst verwijdering van elektriciteitsleiding boven bedrijfsterrein en voert aantal grondslagen aan tegen o.m. Staat en netbeheerder. Alle grondslagen falen.
Faillissementsrecht. Boedelschuld. Verplichting tot verwijdering van zaken die tot de boedel behoren. Geldt deze verplichting óók als zaken zijn nagetrokken door de grond van degene die verwijdering verlangt? Vraag wanneer sprake is van verplichting die op boedel rust. Wat is rec
Geschil over de financiële afwikkeling van een recht van erfpacht en een daarvan afhankelijk recht van opstal die met betrekking tot een perceel grond in een bungalowpark hebben bestaan tussen de grondeigenaar en de erfpachter.
Tijdelijk erfpacht- en opstalrecht; gerechtvaardigd vertrouwen op toezegging tot heruitgifte?; beding opstalvergoeding in strijd met art. 5:105 lid 3 jo. 5:99 lid 1 BW? art. 170 Overgangswet NBW; aanvang verjaringstermijn ex art. 3:52 lid 1 sub d BW; digitale (Skype) zitting
Vordering erfpachters tot verlenging erfpachtcontracten onder handhaving van de bestaande erfpachtvoorwaarden; vordering huurders tot vestigen van recht van erfpacht met afhankelijk opstalrecht onder bepaalde voorwaarden. Geen sprake van gedane toezeggingen, onzorgvuldig of onrec
Geschil tussen landeigenaren en exploitant van een windpark over de afspraken in verband met opstalrecht en exploitatie van windturbines. Tussentijds wegneemrecht beperkt? Vragen van uitleg van de overeenkomst (Haviltex); verworpen beroep op exceptio plurium litis consortium.
Een energieleverancier heeft in 1997 warmtekrachtkoppelingen geplaatst ten behoeve van een garnalenverwerkingsbedrijf. Destijds is in dit verband ten behoeve van haar een recht van opstal gevestigd op grond die toen eigendom was van de gemeente en die nu eigendom is van één van d
Spoedeisend belang is niet aannemelijk gemaakt, dus volgt afwijzing in conventie (explosiegevaar doet zich niet voor, evenmin als de andere geschetste omstandigheden). In reconventie; toepasselijke criterium niet aannemelijk geworden (voor opheffing beslag) of stukken ontbreken v
Opzegging door de gemeente Amsterdam aan het abattoir van het recht van opstal. In deze procedure gaat het om de omvang van de vergoeding die de gemeente vanwege de opzegging aan het abattoir verschuldigd is. De gemeente is niet gehouden meer aan het abattoir te vergoeden dan de
Belanghebbende, (middellijk) aanmerkelijk-belanghouder van [B] Beheer B.V. (hierna: de vennootschap), is eigenaar van percelen gelegen aan de [b-straat 1,2 en 3] en [3a] (hierna: de percelen) te [Z]. In 1981 heeft belanghebbende ten behoeve van de vennootschap op de percelen gele
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongeggrond verklaard, zie ook het arrest 11/00445.
Art. 3.111, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Eigenwoningregeling van toepassing bij van erfpacht afhankelijk recht van opstal.
Omschrijving: deel gehuurde (uitbouw) ligt op aangrenzend kadastraal perceel. Uitleg huurovereenkomst: uitbouw is door verhuurder in huur gegeven. Geen tekortkoming huurder door geen medewerking te verlenen aan verkleinen verhuurde bedrijfsruimte. Geen onvoorziene omstandigheden