Aandelen-leasezaak. Familierecht; toestemmingsvereiste ex art. 1:88, aanhef en onder d, BW; toepasselijkheid op koop of afbetaling van vermogensrechten (aandelen); begrip aflevering; schriftelijkheideis toestemming.
Burgerlijk Wetboek
Art. 555 BW
Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst
13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft.
Nu de Bank, zoals hiervoor is overwogen, niet aan haar bijzondere zorgplicht heeft voldaan door [appellant sub 1] niet althans niet of afdoende te waarschuwen voor de grote en extra risico's van de aangeboden constructie, en achteraf niet meer kan worden vastgesteld of een dergel
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Peildatum. Gebruiksvergoeding woning. Verrekening banksaldi. Schenkingen behoren niet tot te verrekenen vermogen. Betekenis term ‘zaken’ ten tijde van opmaken huwelijkse voorwaarden in 1988. Waardering aandelen onderneming tegen intrinsieke waa
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], tegen de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 22 mei 2012, nr. 10/00286, LJN BW7837, NTFR 2012/1744. De staatssecretaris van Financiën heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld. B
Art. 5.3, lid 3, Wet IB 2001 (tekst tot 30 december 2009). Alimentatieverplichtingen jegens ex-echtgenote en kinderen aftrekbaar in box 3.
Effectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid Bank wegens schending zorgplicht bij aanbieden aflossingsproduct (KoersExtra) door niet te waarschuwen voor daaraan verbonden restschuldrisico, niet de inkomens- en vermogenspositie van belegger te onderzoeken en niet het aangaan van
Effectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid effecteninstelling wegens schending zorgplicht bij aanbieden effectenleaseproduct (‘Sprintplan’) door niet te waarschuwen voor daaraan verbonden restschuldrisico en niet de inkomens- en vermogenspositie van belegger te onderzoeken. St
4.17.1. De kantonrechter heeft in voormeld vonnis overwogen dat de Bank in de nakoming van de op haar rustende zorgplicht tekort is geschoten enerzijds door vóór het aangaan van de overeenkomsten - kort gezegd - geen (afdoende) informatie in te winnen over de persoonlijke omstand
Het hof heeft reeds in zijn eerdere uitspraken (van 5 april 2005, JOR 2005, 127; 10 juli 2007, rechtspraak.nl; 6 november 2007, JOR 2007, 309) geoordeeld dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de Bank - als professionele, en op het terrein van aandelenlease bij uitstek deskundi
Voorts verwijst het hof naar de Memorie van Toelichting van de wet tot Vaststelling en Invoering van titel 7.1 (koop en ruil) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (PG Invoering Boeken 3,5 en 6, Aanpassing burgerlijk wetboek, pp. 384 en 385), waarin over het nieuw in te voeren vijfde
Naar het oordeel van het hof is de stelling van [appellant] dat zijn echtgenote eerst door de betekening van de dagvaarding in eerste aanleg op de hoogte raakte van de tussen [appellant] en de Bank gesloten overeenkomsten voldoende concreet en duidelijk. Het is ook zeer wel voors
Het hof heeft zijn eerdere oordeel dat de overeenkomst met Dexia voldoet aan alle eisen van een huurkoopovereenkomst herhaald. Daarom heeft een echtgenoot voor het aangaan van die overeen-komst toestemming van de andere echtgenoot nodig. Op de overeenkomst is echter niet de Wet