Uitleg van uiterste wilsbeschikkingen. De betekenis van de uitlegregels van art. 4:46 BW in het licht van algemene uitlegprincipes en hun totstandkomingsgeschiedenis. Gewijzigde omstandigheden. Redelijkheid en billijkheid.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:97 BW
Genoemd in 16 uitspraken · Officiële wettekst
16 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Bewijsrecht. Vereisten onderhandse akte. Is een meerdere bladzijde tellend geschrift dat uitsluitend aan het slot daarvan is ondertekend, akte in de zin van art. 156 lid 1 Rv? Bewijslast valsheid akte. Wijze waarop bewijs in beginsel geleverd kan worden. HR 15 januar
Erfrecht en huwelijksvermogensrecht. Wat behoort tot de nalatenschap van erflaatster nu er een verblijvingsbeding in de overeenkomst van huwelijkse voorwaarden is opgenomen?
Verdeling bi jechtscheiding. Valt aan de man gelegateerd appartement appartement in de gemeenschap? Rechtsgeldig codicil? Is het legaat onder uitsluiting? Gebruiksvergoeding echtelijke woning in dit geval i.s.m. redelijkheid. Vakantiewoning blijft onverdeeld. Lening bij familiel
De brief die de vader van beide partijen heeft laten opmaken, kan niet als (rechtsgeldige) wilsbeschikking worden gezien. Met een andere brief waar gedaagde zich op beroept die voorafgaand aan het vrijvallen van een nalatenschap is geschreven, kan geen afstand van de nalatenschap
Verdeling. Testamentaire last om de openstaande vorderingen die erflater en/of eisers hebben op gedaagde uit hoofde van aan hem verstrekte geldleningen te verrekenen met hetgeen door hem uit de nalatenschap zal worden verkregen. Leningen van eisers op gedaagde worden vastgesteld,
Bekrachtiging beschikking waarbij het verzoek van verzoekster om haar te benoemen in de nalatenschap van haar moeder is afgewezen en een externe vereffenaar is benoemd.
Erfrecht. Zuivere aanvaarding van de nalatenschap door gedragingen van de erfgenaam? Art. 4:192 lid 1 (oud) BW.
Erfrecht. Zitting onmogelijk vanwege corona-maatregelen; instructievonnis. Relevantie van mantelzorg. Volmacht en verantwoording. Schenkingen; voorschot op de erfenis?
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Goederenrecht. Afwikkeling nalatenschap. Verdeling door de rechter; art. 3:185 lid 1 BW. Motiveringsklachten.
Erfrecht. Niet-ontvankelijkheid. Vordering moet worden ingesteld door de executeur en niet door enige erfgenamen. Rechtsgeldigheid testament. Codicil inboedel. Ondeelbare rechtsverhouding. Overweging ten overvloede. Art. 4:109 lid 4 BW, art. 4:97 BW, art. 4:145 lid 2 BW.
Vordering tot afgifte caravan in kort geding toegewezen. Beroep gedaagde op uiterste wilsbeschikking slaagt niet nu de uiterste wil niet voldoet aan de eisen van artikel 4:97 BW en daaraan geen rechtsgevolgen kunnen worden ontleend.
Erfrecht. Onwaardig. Ingevolge artikel 4:3 lid 1 sub e BW is van rechtswege onwaardig om uit een nalatenschap voordeel te trekken hij die de uiterste wil van de overledene heeft verduisterd, vernietigd of vervalst. Er is geen sprake van een vervalsing van de uiterste wil, omdat n
Zeeuws Museum en executeur-testamentair (notaris) strijden over de vraag of erflater bij leven een zilveren rijzweep aan het museum heeft geschonken en leggen vraag via art. 96 Rv voor aan de kantonrechter. Betrokkenen zijn het inmiddels eens dat handgeschreven codicil geen recht
Verzoek om verweerders als executeurs ex 4:149 lid 2 BW wegens gewichtige redenen te ontslaan. De kantonrechter verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Executeurs hebben bij brief d.d. 30 juli 2010 te kennen gegeven dat en op welke wijze zij hun werkzaamheden hebbe
Vorderingen tot contactverboden toegewezen. Moeder heeft voorts gevorderd gedaagden te verbieden zich bij het graf van haar te bevinden en daar enig materiaal achter te laten. Ter onderbouwing van haar vordering heeft zij aangevoerd dat hetgeen door haar bij codicil is bepaald, g