Contradictoir. Erfrecht. In het testament van vader is bepaald dat het erfdeel opeisbaar is als moeder onder bewind wordt gesteld. Die situatie doet zich voor. Een van de kinderen vordert het uitbetalen van het erfdeel.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:6 BW
Genoemd in 73 uitspraken · Officiële wettekst
73 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Na jarenlang procederen waarin getuigen zijn gehoord en meerdere deskundigenberichten zijn ingewonnen, stelt de rechtbank de legitieme portie vast zowel inzake de nalatenschap van vader als van moeder. Tot de nalatenschappen behoort een BV. Gedaagde heeft onvoldoende meegewerkt a
Omvang legitimaire massa, schenkingen op en/of-rekening.
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Vereffening nalatenschap. Verzet tegen uitdelingslijst vereffenaar. Art. 4:218 lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw. Cassatieberoep tegen beschikking kantonrechter; art. 80 RO. Vermindering legitieme portie; art. 4:71 BW. Peildatum.
Aankondiging benoeming deskundige voor de waardering van de tot de nalatenschap behorende landerijen met een onzekere toekomstige projectontwikkeling.
Erfrecht. Geschil tussen twee zussen over nalatenschap moeder. Eiseres is onterfd en vordert vaststelling van haar legitieme portie. In geschil is de wijze van waardering van een onroerende zaak die erflaatster bij leven al aan erfgenaam heeft verhuurd.
Erfrechtgeschil. Legitieme portie. Tussenvonnis.
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht, legitieme portie. Waardering grond in verpachte of onverpachte staat, betekenis vonnis in pachtprocedure waarbij legitimaris niet was betrokken.
Erfrecht. Geen nietig testament wegens wilsonbekwaamheid. Berekening legitieme portie in nalatenschap vader & vaststelling/verdeling in nalatenschap moeder. (Nadere comparitie gelast)
aanspraak legitieme portie
legitieme portie
Nalatenschap. Geschil tussen enig erfgenaam en legitimarissen. De bij de berekening van de legitimaire massa ter bepaling van de omvang van de legitieme porties in acht te nemen waarde van de woning. In onderhavig geval is sprake (geweest) van overeenstemming over die waarde.
Erfrecht. Legitieme portie. Eiser en gedaagden zijn broers. Eiser is in de testamenten van de kort na elkaar overleden ouders onterfd, gedaagden zijn daarin beiden tot erfgenaam benoemd. Eiser maakt aanspraak op zijn legitieme portie. Diverse geschilpunten tussen partijen ten aan
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in (sprong)cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank te ‘s Gravenhage van 14 december 2012, nr. AWB 12/2295, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8894. Op 1 november 2010 is de moeder van belanghebben
Het Hof is van oordeel dat de wetgever bij de totstandbrenging van de per 1 januari 2010 gewijzigde successiewetgeving de ingevolge artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM vereiste ‘fair balance’, zowel op wetgevingsniveau als op individueel niveau, in acht heeft genomen. Het in a
Erfrecht; legitieme portie; onterving; inkorting giften Geding tussen twee zusters, A en B, waarbij A is onterfd. A doet na overlijden moeder beroep op de legitieme portie. Moeder heeft de drie laatste jaren van haar leven haar vermogen ten nadele van A geminimaliseerd. Ze heeft
Executiegeschil. Dwangsommen verbeurd? Erfrecht. Artikel 4:78 lid 1 BW. Verstrekken van inlichtingen ter berekening van de legitieme portie.
Eisers vorderen een verklaring voor recht dat zij recht hebben op een bepaald, door hen genoemd, bedrag. In dit proces komt niet vast te staan dat zij recht hebben op dit bedrag. De rechtbank overweegt dat zij daardoor, ondanks dat eisers wel recht hebben op enig bedrag, de vorde
Vordering van dochter op grond van ouderlijke boedelverdeling in het testament van vader na overlijden van moeder, de langst levende echtgenote. Tevens vordering van die (door moeder onterfde) dochter tot betaling van haar legitieme portie.
Art1:207 BW, gerechtelijke vaststelling vaderschap heeft ook erfrechtelijk terugwerkende kracht; de erven zijn geen derden in de zin van art 1:207 lid 5 BW; berekening waarde legitieme portie art. 4:65 BW; wettelijke rente over legitieme portie, art 4:81 en 84 en 6:119 BW
Afwikkeling van erfenis na eerder tussenvonnis. Vervolg op vonnissen van 10 mei 2006 (ljn: AY5722) en 16 januari 2008 (ljn: BC7709).
legitieme portie bij inbreng gift. waardering geldvordering op contante waarde. mogelijkheid termijnbetaling ex art. 4:5 BW. bewijslast gift ex art. 4:70 BW
Erfrecht. Artt. 4:6, 4:7 4:63 4:78, 4:79, 4:80, 4:90 BW. Incidentele vorderingen op grond van artikel 223 Rv. De eerste vordering van eisers (legitmarissen) wordt afgewezen omdat de rechtshandelingen die gedaagden na het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van erflater hebben