Erfrecht. Geschil tussen broer en zus over de verdeling van de nalatenschap van hun moeder. De rechter stelt de verdeling vast.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:37 BW
Genoemd in 21 uitspraken · Officiële wettekst
21 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verzoek toewijzing billijke vergoeding (salaire différé ex artikel 4:36 BW)/ aanspraak tijdig conform [vindplaats tb: ECLI:NL:GHSHE:2021:1507] / beoordeling genoten voordelen na voortgezet debat/ geen nader onderzoek naar betwiste inzet, want al meer voordelen in periode 2000-201
Zie einduitspraak [vindplaats: ECLI:NL:GHSHE:2022:1308]
Erfrecht. Uitleg van vervaltermijn in art. 4:216 BW. Peilmoment voor beoordeling gift (art. 7:188 BW) i.v.m. vermindering van uitkering (art. 4:120 lid 2 jo. art. 4:126 lid 2 sub b BW).
Afwikkeling van een nalatenschap in het licht van de overname door een van de erfgenamen van het agrarisch bedrijf van erflater. Legitieme-perikelen. Is de bedrijfsovername wel correct verlopen? De billijke vergoeding van artikel 4:36 BW.
Erfrecht; som ineens wegens in bedrijf van erflater verrichte werkzaamheden (art. 4:36 BW); te verdisconteren voordelen; billijke vergoeding; relevante periode (lid 1); aftrek ontvangen beloning (lid 2); onvolledig dictum
Verzoek conservatoir beslag onroerend goed toegewezen. Artikel 700 jo 725 Rv. Mogelijke vordering ex artikel 4:36 BW.
Erfrecht. 4:36 BW som ineens. Gesteld noch gebleken is dat de verklaring op een som ineens tijdig, binnen de in art. 4:37 lid 1 BW bepaalde termijn, is gedaan. Volgens de heersende leer dient degene die een aanspraak op een som ineens maakt dit te verklaren aan alle erfgenamen va
Verzoek tot toekenning van een som ineens aan een minderjarig kind van erflater ten laste van de nalatenschap door de wettelijk vertegenwoordiger (moeder).
Verdeling nalatenschap. Gebruiksvergoeding. Gebruikslasten. Uitgesteld loon.
Art. 4:36 BW; som ineens; salaire différé; arbeid door kind verricht in huishouding erflaatster. Na onderzoek van de wetsgeschiedenis komt de kantonrechter tot het oordeel dat in casu geen aanspraak op som ineens bestaat omdat de bepaling niet geacht kan worden te zijn bedoeld vo