Erfrecht. Afgewezen verzoek van onterfde echtgenote van erflater op voet van art. 4:30 BW tot bevel aan testamentair erfgenaam mee te werken aan de vestiging van verzorgingsvruchtgebruik en aan executeurs-testamentair tot boedelbeschrijving; strekking art. 4:30 en opheffingsgrond
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:33 BW
Genoemd in 21 uitspraken · Officiële wettekst
21 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Een Franse weduwe maakt tegenover de zoon van haar overleden Nederlandse man aanspraak op de woning in Nederland – ter waarde van 900.000 euro – van de overleden man. Uitlegging testament, dwaling mbt objectieve recht bij erflater, verzorgingsvruchtgebruik, "woning" als bedoeld i
Beschikking o.g.v. onder meer artikel 4:33 lid 2 BW: ontheffing van de verplichting medewerking te verlenen aan de vestiging van vruchtgebruik op woning en inboedel ten gunste van de langstlevende. Andere wettelijke rechten art. 4:29 BW e.v. Geen ongestoorde voortzetting leven la
Cassatie in het belang der wet. Erfrecht. Procesrecht. Moeten zaken strekkend tot verkrijging veroordeling tot medewerking aan vestiging vruchtgebruik o.g.v. art. 4:29 lid 1 BW of art. 4:30 lid 1 BW worden behandeld door kantonrechter dan wel door kamer voor andere zaken dan kant
erfrecht / beëindiging vruchtgebruik artikel 4:29 BW op de woning nu appellante daaraan voor haar verzorging geen behoefte heeft gelet op haar inkomen, spaargeld en het aandeel in de woning / niet is onderbouwd dat appellante haar dochter (erfgenaam) niet kan uitkopen / bekrachti
Aan de geregistreerd partner van erflater komt geen verzorgingsvruchtgebruik op de woning en inboedel van erflater toe, omdat de geregistreerd partner over een volledig gemeubileerde eigen woning beschikt en dus geen behoefte heeft aan dit verzorgingsvruchtgebruik.
Eisers zijn de kinderen van erflater. Erflater was bij zijn overlijden gehuwd met gedaagde. Erflater en gedaagde waren gemeenschappelijk eigenaar van een molen, waarin ook een Bed & Breakfast werd geëxploiteerd. In deze zaak vorderen eisers, als enig erfgenamen van erflater verde
Erfrecht. Uitleg van vervaltermijn in art. 4:216 BW. Peilmoment voor beoordeling gift (art. 7:188 BW) i.v.m. vermindering van uitkering (art. 4:120 lid 2 jo. art. 4:126 lid 2 sub b BW).
Cassatie in het belang der wet. Wie is bevoegd om te oordelen over art. 4:29 en 4:30 BW-aanspraken, de kantonrechter of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank? Wordt een procedure over art. 4:29 en 4:30-aanspraken ingeleid met een verzoekschrift dan wel een d
Erfgenamen van de man (kinderen uit zijn eerste huwelijk) zijn verplicht tot het vestigen van een vruchtgebruik op de echtelijke woning van erflater en zijn tweede echtgenote. Geen connexiteit tussen de vorderingen van de erfgenamen en die van de tweede echtgenote, de vorderingen
Legataris verzoekt om opheffing van het verzorgingsvruchtgebruik. Vader heeft echter geen wettelijk verzorgingsvruchtgebruik gevestigd. Erflaatster heeft vader bij testament het levenslang vruchtgebruik van haar gehele nalatenschap gelegateerd. Dat is een wilsrechtenvruchtgebruik
verzoekers en verweerders leggen de kantonrechter diverse verzoeken voor met betrekking tot het vruchtgebruik van de woning. De kantonrechter bepaalt een afkoopsom en stelt voorwaarden.
Testamentair vruchtgebruik echtelijke woning. Artikelen 4:29 e.v. BW.
Erfrecht: opheffing vruchtgebruik art. 4:29 en 4:30 BW.
Verzorgingsvruchtgebruiken van art. 4:29 en 4:30 BW. Verzorgingsbehoefte. Bevoegde executeurs tot medewerking vestiging vruchtgebruik verplicht.
Erfrecht. Verzoek tot vestiging vruchtgebruik op de voet van art. 4:30 lid 6 BW. Uitleg verzoek; grenzen rechtsstrijd; art. 23, 24, 149 Rv. Klachten deels verworpen met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
Geen onrechtmatig handelen of nalaten door executeur-testamentair jegens eiseres in het kader van een door eiseres, echtgenote van de overledene, gestelde informatieplicht. Geen onrechtmatig handelen door executeur-testamentair jegens eiseres als bestuurder van een pensioen-b.v.
Verzorgingsvruchtgebruik onterfde echtgenote
Erfrect, wettelijk vruchtgebruik, opheffing daarvan.
ERFRECHT. Verzoek van erfgenamen om van hun verplichting tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik op woning en inboedel van erflater te worden ontheven (artikel 4:33 lid 2 BW). Is aan het begrip "woning" als bedoeld in artikel 4:29 lid 1 BW voldaan? De woning van er
Erfrecht. Afgewezen verzoek van onterfde echtgenote van erflater op voet van art. 4:30 BW tot bevel aan testamentair erfgenaam mee te werken aan de vestiging van verzorgingsvruchtgebruik en aan executeurs-testamentair tot boedelbeschrijving; strekking art. 4:30 en opheffingsgrond