Tussenvonnis erfrecht zaak. zie ook ecli:nl:rbdha:2019:4344
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:229 BW
Genoemd in 37 uitspraken · Officiële wettekst
37 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Bankopnames bij leven erflaatster deden niet onrechtmatig..Erflaatster was voldoende in staat haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen, en ziij heeft dochters nimmer ter verantwoording geroepen of aangegeven niet met de opnames in te stemmen
Erfrecht. Vermogensrecht. Erflaatster heeft vóór overlijden een pachtovereenkomst gesloten met één van erfgenamen en hem een aandeel van percelen geleverd. Vordering tot vernietiging van deze rechtshandelingen op grond van Pauliana, subsidiair sprake van verkapte giften als bedoe
Erfrecht. Erflater wilsonbekwaam ten tijde van passeren testament? Legitieme portie? Verstrekken van inzage in relevante gegevens? Inbrengplicht?
Zuivere aanvaarding; vereffening en inbreng van giften
Erfrecht. Vordering ogv artikel 3:194 lid 2 BW afgewezen. Geen verzwegen vermogensbestanddelen of schenkingen. Slechts vermoedens, te weinig onderbouwing.
Erfrecht; inkorting giften door beneficiair erfgenamen
Verplichting tot inbreng, overgangsrecht, legitieme portie.
Erfrecht. Schenkingen. Onrechtmatige daad. Het is niet komen vast te staan dat vader ten tijde van de volmachtverlening en bij de uitoefening van de volmacht niet in staat was zijn wil te bepalen en vader heeft bij leven geen aanleiding gezien gedaagde sub 2 ter verantwoording te
Erfrecht.Testament. Beneficiaire aanvaarding. Inzagerecht administratie. Verplichtingen executeur en vereffenaar. Nietige en onjuiste verdeling door de executeur. Schulden en vorderingen van de nalatenschap. Legitieme porties en giften.
- perikelen rond verdeling van een erfenis op basis van oud erfrecht en verjaring van een vordering van de boedel op een der deelgenoten. - Ook indien niet alle deelgenoten partij zijn in een procedure strekkende tot verdeling van een nalatenschap is eiser ontvankelijk in zijn vo
Appellant heeft uitdrukkelijk getuigenbewijs aangeboden. Het hof zal hem toelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat de kwijtschelding in de notariële akte van 19 december 1979 van het bedrag van f. 16.000,- niet kan worden aangemerkt